Wie met de wagen naar het werk rijdt of beroepsgebonden verplaatsingen maakt, is gedekt door twee verzekeringen. In de eerste plaats is dat de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Die vergoedt bij een ongeval in fout de schade aan een derde en aan de inzittenden van het eigen voertuig. Daarnaast speelt op de weg van en naar het werk ook de arbeidsongevallenverzekering, die de werkgever verplicht moet afsluiten voor zijn werknemers en die tussenbeide komt als de bestuurder bij een ongeval gewond raakt. Toch doet een bestuurder er goed aan voorzichtig te zijn. De verzekeraar heeft de premie van de verzekering vastgesteld op basis van de informatie waarover hij beschikt. Bij een privévoertuig verwacht hij dat dit gebruikt wordt voor privéverplaatsingen, woon-werkverplaatsingen en occassionele verplaatsingen voor rekening van de werkgever. Doet iemand echter geregeld verplaatsingen voor zijn werkgever, dan valt de auto in de categorie van de beroepsmatig gebruikte voertuigen, waarvoor wegens het grotere risico op een ongeval doorgaans hogere premies worden aangerekend. Heeft men dat niet gemeld aan de verzekeraar, dan zal die bij een ongeval weliswaar tussenbeide komen, maar kan hij (een deel van) de schade terugverhalen op de bestuurder wegens valse verklaring. Hetzelfde geldt voor iemand die uitgebreid aan carpooling doet. Wie naast het woon-werkverkeer dus veel beroepsgebonden verplaatsingen maakt, neemt dus best contact op met zijn verzekeraar. (Belga)

Wie met de wagen naar het werk rijdt of beroepsgebonden verplaatsingen maakt, is gedekt door twee verzekeringen. In de eerste plaats is dat de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Die vergoedt bij een ongeval in fout de schade aan een derde en aan de inzittenden van het eigen voertuig. Daarnaast speelt op de weg van en naar het werk ook de arbeidsongevallenverzekering, die de werkgever verplicht moet afsluiten voor zijn werknemers en die tussenbeide komt als de bestuurder bij een ongeval gewond raakt. Toch doet een bestuurder er goed aan voorzichtig te zijn. De verzekeraar heeft de premie van de verzekering vastgesteld op basis van de informatie waarover hij beschikt. Bij een privévoertuig verwacht hij dat dit gebruikt wordt voor privéverplaatsingen, woon-werkverplaatsingen en occassionele verplaatsingen voor rekening van de werkgever. Doet iemand echter geregeld verplaatsingen voor zijn werkgever, dan valt de auto in de categorie van de beroepsmatig gebruikte voertuigen, waarvoor wegens het grotere risico op een ongeval doorgaans hogere premies worden aangerekend. Heeft men dat niet gemeld aan de verzekeraar, dan zal die bij een ongeval weliswaar tussenbeide komen, maar kan hij (een deel van) de schade terugverhalen op de bestuurder wegens valse verklaring. Hetzelfde geldt voor iemand die uitgebreid aan carpooling doet. Wie naast het woon-werkverkeer dus veel beroepsgebonden verplaatsingen maakt, neemt dus best contact op met zijn verzekeraar. (Belga)