Elk melkveebedrijf beschikt over een 'melkquotum'. Dat is de hoeveelheid melk die het maximaal mag leveren. Gaat de melkveehouder daar over, dan dreigt hij een superheffing te moeten betalen. Op die manier wordt een overaanbod vermeden. Boeren die stopten met melken, konden tot nog toe hun productierechten verkopen. In dat geval dienden ze 40 procent van de rechten tegen een vaste prijs over te dragen aan de overheid, die daarmee een quotumfonds stijfde. Daar konden jonge boeren nadien een extra hoeveelheid productierechten verwerven. De overige 60 procent konden de melkveehouders vrij verkopen. Vanaf 1 april 2015 worden de melkquota Europees opgedoekt. Iedere melkveehouder zal dan opnieuw vrij kunnen produceren. De noodzaak om bijkomende productierechten te kopen, vervalt dan. Melkveehouders hebben dus nog een jaar om hun rechten ten gelde te maken, al zal de interesse om die af te nemen beperkt zijn. Daarom wordt de verplichting om nog 40 procent over de dragen aan het quotumfonds opgeheven. Voorts zullen de melkveehouders niet langer verplicht worden om de overnemer binnen de 30 km rond de woonplaats te zoeken. Ook moet de overnemer niet meer aan de verplichting voldoen om per 20.000 liter over een hectare landbouwgrond te beschikken of om een landbouwer in hoofdberoep te zijn. (Belga)