Het onderzoekscentrum ging op zoek naar de werkelijke studiekost, en richtte zich daarbij op drie kanten van het totale kostenplaatje: de directe kosten, de indirecte kosten en de leefkost van de student. Die leefkost, waarin kleding, verzorging, voeding en ontspanning van de student verrekend zitten, weegt opvallend genoeg het zwaarst door. Met gemiddeld 6963 euro op jaarbasis neemt de leefkost immers al meer dan de helft van het totaalbedrag voor zijn rekening. Opvallend: in deze leefkost is ook verrekend wat het ouders kost om er thuis een kamer voor hun kind op na te houden. In de weekends gaan de meeste studenten immers gewoon naar huis, zodat er in de ouderlijek woonst steeds een kamer voor hen ter beschikking moet blijven. De indirecte kosten worden gevormd door vervoer, de huur van het kot en de kosten voor de inrichting ervan, alles samen goed voor 4.185 euro. Daardoor is de directe kost, de kost voor inschrijvingsgelden, cursussen, benodigdheden als een laptop en schrijfgerei meteen de minst doorwegende factor in het hele plaatje. Deze kosten klokken af op 1303 euro per jaar. Een pendelstudent zou volgens dezelfde studie slechts 8128 euro per jaar kosten, al hangt het er in dat geval erg van af of de student per openbaar vervoer rijdt, of zich verplaatst met een eigen auto. (Belga)

Het onderzoekscentrum ging op zoek naar de werkelijke studiekost, en richtte zich daarbij op drie kanten van het totale kostenplaatje: de directe kosten, de indirecte kosten en de leefkost van de student. Die leefkost, waarin kleding, verzorging, voeding en ontspanning van de student verrekend zitten, weegt opvallend genoeg het zwaarst door. Met gemiddeld 6963 euro op jaarbasis neemt de leefkost immers al meer dan de helft van het totaalbedrag voor zijn rekening. Opvallend: in deze leefkost is ook verrekend wat het ouders kost om er thuis een kamer voor hun kind op na te houden. In de weekends gaan de meeste studenten immers gewoon naar huis, zodat er in de ouderlijek woonst steeds een kamer voor hen ter beschikking moet blijven. De indirecte kosten worden gevormd door vervoer, de huur van het kot en de kosten voor de inrichting ervan, alles samen goed voor 4.185 euro. Daardoor is de directe kost, de kost voor inschrijvingsgelden, cursussen, benodigdheden als een laptop en schrijfgerei meteen de minst doorwegende factor in het hele plaatje. Deze kosten klokken af op 1303 euro per jaar. Een pendelstudent zou volgens dezelfde studie slechts 8128 euro per jaar kosten, al hangt het er in dat geval erg van af of de student per openbaar vervoer rijdt, of zich verplaatst met een eigen auto. (Belga)