Het vonnis werd uitgesproken in Dendermonde en dateert van 10 januari van dit jaar. Het wordt door een advocate uit de doeken gedaan op de website van Voka. De werknemer in kwestie trad op 1 februari 2006 in dienst bij een werkgever via een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Op 27 januari 2010 vond een gesprek plaats tussen werkgever en werknemer, die een volgens de werkgever niet-gedateerd document ondertekende waarin beide partijen overeenkwamen dat de arbeidsovereenkomst beëindigd werd met onmiddellijke ingang en met betaling van een opzeggingsvergoeding overeenstemmend met drie maanden loon. De werknemer weigerde echter een tweede document met dezelfde inhoud te ondertekenen. De werkgever besloot dan maar om een kopie te nemen van het originele exemplaar. De werkgever hield de kopie van het origineel ondertekend document bij. Volgens de werkgever nam de werknemer het origineel exemplaar mee naar huis. Nadien verklaarde de werknemer niet akkoord te zijn met de drie maanden opzeg en trok hij naar de arbeidsrechtbank, die vaststelde dat de overeenkomst niet was opgemaakt in zoveel originele exemplaren als er onderscheiden partijen zijn. Er was dus minstens twijfel over het bestaan van een akkoord over de modaliteiten van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat, samen met de overweging dat het akkoord niet waterdicht geformuleerd was, brak de werkgever zuur op, want de arbeidsrechtbank kende de werknemer een aanvullende opzeggingsvergoeding toe, overeenstemmend met twee maanden loon. (Belga)

Het vonnis werd uitgesproken in Dendermonde en dateert van 10 januari van dit jaar. Het wordt door een advocate uit de doeken gedaan op de website van Voka. De werknemer in kwestie trad op 1 februari 2006 in dienst bij een werkgever via een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Op 27 januari 2010 vond een gesprek plaats tussen werkgever en werknemer, die een volgens de werkgever niet-gedateerd document ondertekende waarin beide partijen overeenkwamen dat de arbeidsovereenkomst beëindigd werd met onmiddellijke ingang en met betaling van een opzeggingsvergoeding overeenstemmend met drie maanden loon. De werknemer weigerde echter een tweede document met dezelfde inhoud te ondertekenen. De werkgever besloot dan maar om een kopie te nemen van het originele exemplaar. De werkgever hield de kopie van het origineel ondertekend document bij. Volgens de werkgever nam de werknemer het origineel exemplaar mee naar huis. Nadien verklaarde de werknemer niet akkoord te zijn met de drie maanden opzeg en trok hij naar de arbeidsrechtbank, die vaststelde dat de overeenkomst niet was opgemaakt in zoveel originele exemplaren als er onderscheiden partijen zijn. Er was dus minstens twijfel over het bestaan van een akkoord over de modaliteiten van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat, samen met de overweging dat het akkoord niet waterdicht geformuleerd was, brak de werkgever zuur op, want de arbeidsrechtbank kende de werknemer een aanvullende opzeggingsvergoeding toe, overeenstemmend met twee maanden loon. (Belga)