Voorbeeld

U hebt twee kinderen. De oudste hebt u tien jaar geleden gesteund toen hij een bouwgrond kocht door hem 100.000 euro over te schrijven (bankgift). De jongste kocht onlangs een huis waar veel aan verbouwd moest worden en kreeg op dezelfde manier 80.000 euro. Van deze bankgiften heeft u een bewijs opgemaakt, en er werden geen specifieke voorwaarden aan verbonden. Wanneer u overlijdt, moeten die twee schenkingen 'ingebracht' worden, zeg maar verrekend om de gelijkheid tussen de twee kinderen te herstellen.
...

U hebt twee kinderen. De oudste hebt u tien jaar geleden gesteund toen hij een bouwgrond kocht door hem 100.000 euro over te schrijven (bankgift). De jongste kocht onlangs een huis waar veel aan verbouwd moest worden en kreeg op dezelfde manier 80.000 euro. Van deze bankgiften heeft u een bewijs opgemaakt, en er werden geen specifieke voorwaarden aan verbonden. Wanneer u overlijdt, moeten die twee schenkingen 'ingebracht' worden, zeg maar verrekend om de gelijkheid tussen de twee kinderen te herstellen.In de huidige wetgeving moet die inbreng van cash gebeuren ter waarde van het bedrag van de bankgift. Stel dat u bij uw overlijden een vermogen nalaat van 520.000 euro. Het oudste kind moet dan 100.000 euro inbrengen en het jongste 80.000 euro, zodat we op een zogenoemde fictieve massa van 700.000 euro uitkomen. Elk kind heeft recht op de helft daarvan, dus 350.000 euro. Het oudste kind kreeg al 100.000 euro en krijgt dus nog 250.000, de jongste kreeg slechts 80.000 euro en zal nog 270.00 euro krijgen.Vanaf 1 september 2018 treedt de nieuwe erfwet in werking. Die is ook van toepassing op oude schenkingen, zoals bankgiften. Door deze wet verandert ook de manier waarop vroegere schenkingen worden gewaardeerd. Dat is van belang om na te gaan of de reserve van uw kinderen door die schenkingen niet uitgehold is, maar daarnaast ook voor de waardering voor de zogenoemde inbreng.Vanaf 1 september 2018 wordt altijd uitgegaan van de geïndexeerde intrinsieke waarde op het moment van de schenking, ook als de schenking van voor 1 september dateert. Voor het oudste kind in ons voorbeeld zal die 100.000 euro geïndexeerd ingebracht moeten worden op het moment van uw overlijden. Hetzelfde geldt voor het kind dat onlangs 80.000 euro kreeg, maar dat bedrag zal dus tien jaar minder geïndexeerd worden. Deze regel geldt ook om na te gaan of de reserve niet is aangetast. Hij zorgt er dus in principe voor dat elk kind perfect gelijk behandeld wordt. Als u akkoord gaat met deze nieuwe regels hoeft u niets te doen.Maar wat als u bijvoorbeeld vindt dat deze bedragen niet geïndexeerd moeten worden? Stel dat u vier heeft kinderen en elk kind op zijn 25ste verjaardag 50.000 euro kreeg. Aangezien het verschil tussen de jongste en de oudste tien jaar is, vindt u het beter dat deze bedragen niet geïndexeerd worden. Iedereen kreeg immers exact evenveel op dezelfde leeftijd. Hoe kan u dat opvangen?De nieuwe regels gelden vanaf 1 september 2018 voor alle schenkingen, ook uit het verleden. Voor wie niet onder de nieuwe regeling inzake waardering wil vallen, is het mogelijk tot en met 31 augustus 2018 een 'verklaring tot behoud' af te leggen bij de notaris. Zo legt u uw keuze vast voor de oude waarderingsregels. Doet u dit niet, dan is het nieuwe erfrecht van toepassing. Een 'verklaring tot behoud' geldt dan wel altijd voor alle schenkingen gedaan vóór 1 september 2018. Bekijk dus zeker uw totale successieplanning met uw adviseur of notaris voor u zo'n 'verklaring tot behoud' aflegt.Vanaf 1 september 2018 kunt u daarnaast een punctuele erfovereenkomst sluiten. Dit kan u niet onderhands doen en moet bij de notaris gebeuren. Hiertoe is wel het akkoord vereist van al uw kinderen, terwijl de 'verklaring tot behoud' eenzijdig is en alleen van de schenker uitgaat. Volledigheidshalve merken we ook nog op dat u naast een 'punctuele' erfovereenkomst vanaf 1 september 2018 ook globale erfovereenkomst kunt sluiten over een toekomstige nalatenschap.