KBC, ING en het toenmalige Fortis haalden in 2008 voor zowat 2,8 miljard euro aan vers geld op bij de particuliere spaarders. Die tekenden daarbij in op een achtergestelde perpetuele lening. Het achtergestelde karakter hield in dat bij een eventueel faillissement van de bank de spaarders hun geld maar zouden terugkrijgen indien alle andere schuldeisers volledig zouden vergoed zijn. Het perpetuele betekende dan weer dan het om een eeuwigdurende lening ging. De banken dienden het geld dus nooit terug te betalen, tenzij ze dat zelf zouden willen. Elk jaar de intrest betalen volstond. Particulieren die hun belegging ten gelde wilden maken, moesten dus zelf een koper zoeken. De uitgifte van de perpetuele obligaties bevatte wel een clausule die de banken de mogelijkheid gaf om op eigen initiatief de lening terug te betalen na minstens vijf jaar. Ageas, de opvolger van Fortis, maakte van dat recht al gebruik in 2013. KBC en ING zullen dat wellicht dit jaar doen. De terugbetaling door de banken is ingegeven door de lage stand van de rente. De instellingen kunnen nu goedkoper geld aantrekken. Door de dure obligaties terug te betalen moeten ze niet langer jaarlijks een coupon van 8 procent uitkeren. (Belga)