Geld dat op een spaarrekening staat, brengt nauwelijks nog intrest op. Door het lagerentebeleid van de Europese Centrale Bank bedraagt de basisrente op een klassiek spaarboekje bij een grootbank een schamele 0,5 procent. Als u uw geld meer dan twaalf maanden op zo'n rekening laat staan, ontvangt u daarbovenop een getrouwheidspremie van 0,1 procent. Een kapitaal van 25.000 euro brengt daardoor een rendement van 150 euro per jaar op, wat niet eens voldoende is om het verlies aan koopkracht door de inflatie te compenseren. Op zoek gaan naar alternatieven die een hoger rendement opleveren is echter niet zonder risico.

Expliciete kapitaalbescherming

Beleggingsfondsen met een kapitaalbescherming - de zogenoemde gestructureerde beleggingsfondsen en producten - worden weleens het veilige alternatief voor een spaarrekening genoemd. Maar dat zijn ze niet.

U moet goed opletten met die kapitaalbescherming. Spaarrekeningen vallen onder de overheidswaarborg tot 100.000 euro per persoon, maar dat is niet het geval voor beleggingsfondsen. De kapitaalbescherming kan expliciet of impliciet zijn. Bij een expliciete kapitaalbescherming - een echte kapitaalgarantie - verplicht de uitgever van het beleggingsproduct zich ertoe het kapitaal op de eindvervaldag terug te betalen. Die structuur is te vergelijken met een gewone obligatie. De uitgever kan altijd failliet gaan en zijn verplichting niet nakomen, wat in de meeste gevallen leidt tot een verlies van minstens een deel van het kapitaal. Zo'n situatie was het faillissement van Lehman Brothers in 2008. Tijdens de looptijd van het product geldt de garantie niet, waardoor je verlies kunt lijden als je het voor de eindvervaldag verkoopt.

Bij een impliciete kapitaalbescherming stelt de uitgever een portefeuille van obligaties samen om het kapitaal in stand te houden. Duiken er tijdens de looptijd problemen op met een of meer van die obligaties, dan kan een deel van het kapitaal tegen de eindvervaldag verloren gaan.

Risico spreiden

Bij beleggen is het spreiden van risico cruciaal. Zorg er dus voor dat het kapitaal over verscheidene emittenten verdeeld is. Kapitaalgegarandeerde beleggingsfondsen kunnen het gevoel geven dat het kapitaal veilig is. Maar dat is niet het geval als de beleggingen worden gegarandeerd door één uitgever.

Door de inspanningen van de Belgische toezichthouder op de financiële markten, de FSMA, zijn de informatiefiches van die producten de voorbije jaren er fors op vooruitgegaan. Ze wijzen beleggers op de belangrijkste risico's die ze lopen met hun inleg. Het is raadzaam dat die informatiefiches goed te lezen voor je een beleggingsfonds koopt. Ze zijn altijd beschikbaar op de website van de betrokken bank.

Afgetopt rendement

Het is niet alleen verstandig het kapitaal te spreiden over meerdere uitgevers, het is ook raadzaam beleggingen te spreiden over meerdere beleggingsstrategieën. Vaak duiken dezelfde mechanismen op die het rendement van gestructureerde beleggingsproducten bepalen.

Veel Belgische banken bieden kapitaalgegarandeerde beleggingsproducten aan met een jaarlijkse coupon die afhankelijk is van de prestatie van een korf aandelen. Die producten lijken een veilige manier om te beleggen op de aandelenmarkten. Maar minder mooi is de berekening van het jaarlijkse rendement van de aandelenportefeuille. Alle aandelen die zijn gestegen, krijgen een vast rendement van bijvoorbeeld +9%, ongeacht of het aandeel met 1 of 50% is gestegen. Het maximale jaarlijkse rendement van het product bedraagt dus 9%, tenminste als alle aandelen in waarde zijn toegenomen.

De aandelen die in waarde zijn gedaald, worden wel integraal meegenomen in de berekening. Soms wordt de daling beperkt tot bijvoorbeeld 25%. Als een aandeel fors daalt en alle stijgingen beperkt zijn tot een bepaald percentage, beïnvloedt dat natuurlijk onmiddellijk de prestatie van de portefeuille.

Stel bijvoorbeeld dat de portefeuille van zo'n fonds bestaat uit twintig aandelen, waarvan de helft is gestegen en de helft is gedaald (gaande van -50 tot + 50%), zodat het gemiddelde rendement van de portefeuille 0% is. Als de positieve koersprestaties automatisch worden vastgeklikt op +9% en de verliezen meegerekend worden tot -25%, dan bedraagt het gemiddelde rendement van die portefeuille niet 0 maar -6%. De kans dat zo'n product meer opbrengt dan een spaarboekje is beperkt.

Geld dat op een spaarrekening staat, brengt nauwelijks nog intrest op. Door het lagerentebeleid van de Europese Centrale Bank bedraagt de basisrente op een klassiek spaarboekje bij een grootbank een schamele 0,5 procent. Als u uw geld meer dan twaalf maanden op zo'n rekening laat staan, ontvangt u daarbovenop een getrouwheidspremie van 0,1 procent. Een kapitaal van 25.000 euro brengt daardoor een rendement van 150 euro per jaar op, wat niet eens voldoende is om het verlies aan koopkracht door de inflatie te compenseren. Op zoek gaan naar alternatieven die een hoger rendement opleveren is echter niet zonder risico.Expliciete kapitaalbeschermingBeleggingsfondsen met een kapitaalbescherming - de zogenoemde gestructureerde beleggingsfondsen en producten - worden weleens het veilige alternatief voor een spaarrekening genoemd. Maar dat zijn ze niet.U moet goed opletten met die kapitaalbescherming. Spaarrekeningen vallen onder de overheidswaarborg tot 100.000 euro per persoon, maar dat is niet het geval voor beleggingsfondsen. De kapitaalbescherming kan expliciet of impliciet zijn. Bij een expliciete kapitaalbescherming - een echte kapitaalgarantie - verplicht de uitgever van het beleggingsproduct zich ertoe het kapitaal op de eindvervaldag terug te betalen. Die structuur is te vergelijken met een gewone obligatie. De uitgever kan altijd failliet gaan en zijn verplichting niet nakomen, wat in de meeste gevallen leidt tot een verlies van minstens een deel van het kapitaal. Zo'n situatie was het faillissement van Lehman Brothers in 2008. Tijdens de looptijd van het product geldt de garantie niet, waardoor je verlies kunt lijden als je het voor de eindvervaldag verkoopt.Bij een impliciete kapitaalbescherming stelt de uitgever een portefeuille van obligaties samen om het kapitaal in stand te houden. Duiken er tijdens de looptijd problemen op met een of meer van die obligaties, dan kan een deel van het kapitaal tegen de eindvervaldag verloren gaan. Risico spreidenBij beleggen is het spreiden van risico cruciaal. Zorg er dus voor dat het kapitaal over verscheidene emittenten verdeeld is. Kapitaalgegarandeerde beleggingsfondsen kunnen het gevoel geven dat het kapitaal veilig is. Maar dat is niet het geval als de beleggingen worden gegarandeerd door één uitgever.Door de inspanningen van de Belgische toezichthouder op de financiële markten, de FSMA, zijn de informatiefiches van die producten de voorbije jaren er fors op vooruitgegaan. Ze wijzen beleggers op de belangrijkste risico's die ze lopen met hun inleg. Het is raadzaam dat die informatiefiches goed te lezen voor je een beleggingsfonds koopt. Ze zijn altijd beschikbaar op de website van de betrokken bank.Afgetopt rendementHet is niet alleen verstandig het kapitaal te spreiden over meerdere uitgevers, het is ook raadzaam beleggingen te spreiden over meerdere beleggingsstrategieën. Vaak duiken dezelfde mechanismen op die het rendement van gestructureerde beleggingsproducten bepalen.Veel Belgische banken bieden kapitaalgegarandeerde beleggingsproducten aan met een jaarlijkse coupon die afhankelijk is van de prestatie van een korf aandelen. Die producten lijken een veilige manier om te beleggen op de aandelenmarkten. Maar minder mooi is de berekening van het jaarlijkse rendement van de aandelenportefeuille. Alle aandelen die zijn gestegen, krijgen een vast rendement van bijvoorbeeld +9%, ongeacht of het aandeel met 1 of 50% is gestegen. Het maximale jaarlijkse rendement van het product bedraagt dus 9%, tenminste als alle aandelen in waarde zijn toegenomen.De aandelen die in waarde zijn gedaald, worden wel integraal meegenomen in de berekening. Soms wordt de daling beperkt tot bijvoorbeeld 25%. Als een aandeel fors daalt en alle stijgingen beperkt zijn tot een bepaald percentage, beïnvloedt dat natuurlijk onmiddellijk de prestatie van de portefeuille. Stel bijvoorbeeld dat de portefeuille van zo'n fonds bestaat uit twintig aandelen, waarvan de helft is gestegen en de helft is gedaald (gaande van -50 tot + 50%), zodat het gemiddelde rendement van de portefeuille 0% is. Als de positieve koersprestaties automatisch worden vastgeklikt op +9% en de verliezen meegerekend worden tot -25%, dan bedraagt het gemiddelde rendement van die portefeuille niet 0 maar -6%. De kans dat zo'n product meer opbrengt dan een spaarboekje is beperkt.