Als ouders geld aan hun kinderen schenken, dan willen ze dat dat geld nuttig besteed wordt en dat ze er bij wijze van spreken geen Ferrari mee kopen. Vandaar dat men ook spreekt van het 'Ferrari-syndroom' bij de schenker. Een eenvoudige oplossing lijkt erin te bestaan aan de schenking een last te koppelen hoe het geld moet gebruikt worden of juist niet. Dit kan u uitdrukkelijk in de notariële schenkingsakte laten opnemen. Doet u de schenking via een bankgift, dan kan u dit laten opnemen in de twee aantekende brieven of het bewijsdocument van de bankgift ondertekend door schenker en begiftigde. Maar is dat niet in strijd met de onherroepelijkheid van een schenking? Gegeven is toch gegeven?

Voorbeelden

Een typisch voorbeeld zijn ouders die hun kinderen graag willen helpen bij de aankoop van een bouwgrond of het bouwen of verbouwen van een huis. Als ze bijvoorbeeld 100.000 euro schenken aan hun kind verwachten ze wel dat dit besteed wordt aan de bouwgrond of het huis en niet voor iets anders.

Bij de schenking van grootouders aan hun kleinkinderen liggen de zaken vaak iets anders en willen zij vooral bepaalde aankopen juist verbieden. Als een grootouder aan zijn kleinkind 20.000 euro schenkt op 18 jaar of als hij afstudeert, dan is de vrees vaak dat dit geld gebruikt om bijvoorbeeld een motor te kope.

Bestemming bepalen of verbieden

Doorgaans wordt aangenomen dat een zogenoemde bestemmingsclausule mogelijk is en dat dit de onherroepelijkheid van de schenking niet aantast. Het gaat gewoon om een last die zegt hoe het geld van de schenking moet 'geïnvesteerd' worden. Ook een verbod om te investeren in bepaalde goederen is in principe geldig als u dit niet te ruim formuleert. U zou dus kunnen opleggen dat met het geld geen motor mag gekocht worden. Maar hou er wel rekening mee dat zo'n verbod om te investeren vaak niet 100 procent sluitend is in de praktijk. Want alle uitgaven opsommen is onmogelijk. Bovendien bestaat de kans dat het kleinkind zal zoeken naar een lacune in uw opsomming.