Wie bij een verzekeraar aan pensioensparen doet via een tak21-spaarverzekering, waarbij hij een bepaald minimumrendement krijgt gegarandeerd, ziet zijn tegoeden verzekerd tot 100.000 euro. Indien de verzekeringsmaatschappij over de kop zou gaan en haar verplichtingen tegenover de pensioenspaarder niet meer kan nakomen, vult de overheid het resterende bedrag tot dat plafond aan. Sinds 2011 moeten de verzekeraars voor die waarborg een bijdrage betalen aan het Bijzonder Beschermingsfonds. Anders ligt het voor wie aan pensioensparen doet bij een bank. Zijn premies worden in een fonds gestopt, waarmee aandelen en obligaties gekocht worden. Die effecten worden daarbij dus geen eigendom van de bank. Mocht de beherende bank over de kop gaan, dan blijft het fonds buiten dat faillissement. Wie aan pensioensparen doet via de bank geniet bijgevolg geen overheidswaarborg, maar dit is ook niet nodig. Een eventuele waardevermindering van de aandelen of obligaties waarin het fonds belegt, kan sowieso niet verzekerd worden. Voorts kunnen werknemers aan een vorm van pensioensparen doen via een groepsverzekering. Daarbij sluit hun werkgever een overeenkomst met een verzekeringsmaatschappij om hen op de pensioendatum een bepaald kapitaal uit te betalen. Blijft de verzekeraar op de einddatum in gebreke, dan moet de werkgever op eigen kracht de verplichtingen tegenover de (gewezen) werknemers nakomen. Een staatsgarantie speelt hier niet. Indien ook de werkgever eveneens failliet is, heeft de verzekerde gewoon pech gehad. (Belga)

Wie bij een verzekeraar aan pensioensparen doet via een tak21-spaarverzekering, waarbij hij een bepaald minimumrendement krijgt gegarandeerd, ziet zijn tegoeden verzekerd tot 100.000 euro. Indien de verzekeringsmaatschappij over de kop zou gaan en haar verplichtingen tegenover de pensioenspaarder niet meer kan nakomen, vult de overheid het resterende bedrag tot dat plafond aan. Sinds 2011 moeten de verzekeraars voor die waarborg een bijdrage betalen aan het Bijzonder Beschermingsfonds. Anders ligt het voor wie aan pensioensparen doet bij een bank. Zijn premies worden in een fonds gestopt, waarmee aandelen en obligaties gekocht worden. Die effecten worden daarbij dus geen eigendom van de bank. Mocht de beherende bank over de kop gaan, dan blijft het fonds buiten dat faillissement. Wie aan pensioensparen doet via de bank geniet bijgevolg geen overheidswaarborg, maar dit is ook niet nodig. Een eventuele waardevermindering van de aandelen of obligaties waarin het fonds belegt, kan sowieso niet verzekerd worden. Voorts kunnen werknemers aan een vorm van pensioensparen doen via een groepsverzekering. Daarbij sluit hun werkgever een overeenkomst met een verzekeringsmaatschappij om hen op de pensioendatum een bepaald kapitaal uit te betalen. Blijft de verzekeraar op de einddatum in gebreke, dan moet de werkgever op eigen kracht de verplichtingen tegenover de (gewezen) werknemers nakomen. Een staatsgarantie speelt hier niet. Indien ook de werkgever eveneens failliet is, heeft de verzekerde gewoon pech gehad. (Belga)