De markten stonden vorige week in rep en roer. De grote boosdoener was de stijging van de rente. Die is nog altijd historisch laag, maar de Belgische rente bijvoorbeeld is sinds eind vorig jaar bijna verdubbeld. De meeste economen verwachten dat de rente geleidelijk zal blijven stijgen, wat het einde zou betekenen van een trend die ongeveer begon toen Olivia Newton-John de hitlijsten domineerde met Physical.

Als de rente stijgt, dalen obligaties in waarde en worden aandelen relatief minder aantrekkelijk. Maar de schrik zit dieper dan louter die mechanische markteffecten. Na de jarenlange bodemrentes weet niemand wat hogere rentes zullen doen met de economie. De vraag is dan ook hoe kwetsbaar we zijn voor een hogere rente, te beginnen in ons land.

Gezinnen

Veel Belgische gezinnen zijn de voorbije jaren meer schulden aangegaan. Vooral de hypotheekschulden namen een stevige vlucht. Toch is er volgens Geert Gielens, de hoofdeconoom van Belfius, weinig gevaar dat een hogere rente veel betalingsproblemen zal opleveren. "De meeste hypotheekleningen hebben een vaste rente of zijn pas herzienbaar na tien jaar."

'De meeste hypotheekleningen hebben een vaste rente of zijn pas herzienbaar na tien jaar'

De vastgoedprijzen zijn de afgelopen jaren blijven stijgen. De vraag is of de prijzen zullen dalen als de rente klimt. Dat gebeurt niet noodzakelijk, meent Gielens: "Uit ons onderzoek van periodes waarin de rentes stegen - al zijn er de voorbije decennia niet veel geweest - blijkt dat de vastgoedprijzen kunnen blijven stijgen, als een aantrekkende economie aan de basis ligt van de hogere rente."

Etienne de Callataÿ, de hoofdeconoom van Orcadia Asset Management, is duidelijk: "Belgen zijn nettospaarders. De hogere rente is dus goed nieuws. Maar de spaarder moet niet meteen een hogere spaarrente verwachten. Op lange termijn is de link met de marktrente veeleer beperkt. Vooral de korte rente is bepalend voor de rente op een spaarrekening." Wie wat wil verdienen aan zijn spaarboekje, moet dus vooral naar de Europese Centrale Bank (ECB) kijken, maar die lijkt allesbehalve gehaast haar beleidsrente op te trekken.

Bedrijven

Bij de bedrijven is de schuld sterk gestegen, tot meer dan 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Op het eerste gezicht zitten de ondernemingen zo nog in slechtere papieren dan de overheid. Maar zowat de helft van die schulden zijn interne groepsleningen, omdat het Belgische filiaal fungeert als financieel coördinatiecentrum voor de hele groep.

Dat is een gevolg van de notionele-intrestaftrek. "Als je die interne schulden wegfiltert, zijn de bedrijfsschulden in ons land vergelijkbaar met die in de rest van Europa", zegt De Callataÿ.

'De winsten trekken aan, bedrijven hebben veel cash en de balansen ogen stevig. We moeten dus niet onmiddellijk een rentestijging vrezen'

Ook Gielens ziet geen problemen: "De winsten trekken aan, bedrijven hebben veel cash en de balansen ogen stevig. We moeten dus niet onmiddellijk een rentestijging vrezen." De econoom ziet omgekeerd te weinig appetijt om schulden aan te gaan.

"De kredietgroei van 5 procent is relatief laag, gezien de economische groei. Voor de crisis bedroeg de kredietgroei 10 procent. De kredietcyclus loopt dus achter op de groeicyclus. Dat is een van de oorzaken van de lage inflatie. De stimuleringsmaatregelen van de centrale banken stromen niet door naar de economie."

Overheid

De overheid - wij allemaal - kijkt aan tegen een schuldenberg van 105 procent van het bbp. Hogere rentes lijken de begroting dan ook onmiddellijk weer uit het lood te zullen slaan. Toch nuanceren economen dat gevaar. "De hogere rente zal zich maar met veel vertraging doen voelen, want de schatkist heeft ervoor gezorgd dat de schulden een langere looptijd hebben", zegt De Callataÿ.

'Het probleem voor een land als België is dat de rente wordt bepaald op de internationale markten, niet door de Belgische economie'

Hij merkt ook op dat hogere rentes niet alleen kommer en kwel zijn voor de overheid: ze zorgen ook voor een toename van de roerende voorheffing. De hogere rente is ook goed voor de banken, waar de overheid nog altijd aandeelhouder van is. "Dat zal niet de volledige toename van de rentekosten dekken, maar het toont dat de berekening complexer is."

Gielens ziet alleen echt problemen ontstaan als de rente stijgt en de economie het niet goed doet. "Het probleem voor een land als België is dat de rente wordt bepaald op de internationale markten, niet door de Belgische economie. De groei in ons land zal de komende jaren wat lager zijn dan in de rest van de eurozone, maar de rente stijgt mee met de rente in de rest van Europa."

Kwetsbaar

De Callataÿ besluit dat de stijging van de rente weinig risico inhoudt. Algemeen hogere rentes, en dus ook hogere beleidsrentes, zouden zelfs gezond zijn, want ze zouden de centrale banken weer wat ruimte geven om in te grijpen als het minder gaat. Als geld niet meer gratis is, zal dat ook de creatieve destructie in de economie versterken. Anders gezegd: de slechte en de minder innovatieve bedrijven gaan eruit. "Wat goed zou zijn voor alle gezinnen, bedrijven en de overheid."

Voor Gielens is de stijging van de rente niet geheel zonder risico voor de overheid. "Die heeft de meeste schulden, en bovendien kan ze minder gemakkelijk bijsturen of besparen dan een bedrijf. Als de rente blijft stijgen, komt ooit bovendrijven dat we de afgelopen jaren geen orde op zaken hebben gesteld."