Veel mensen zijn terughoudend om naar de rechtbank te stappen, omdat er heel wat kosten aan verbonden zijn. Een voorbeeld zijn de rolrechten, zeg maar de kosten om een procedure op te starten. De partij die naar de rechter stapt, betaalt die nu aan het begin van de procedure. Als de eiser gelijk krijgt, betaalt de verliezende partij de kosten terug. Dat verandert vanaf 1 februari: de rolrechten zullen dan aan het einde van de procedure meteen aangerekend worden aan de verliezende partij.

Het nieuwe systeem kan bijvoorbeeld nuttig zijn in zaken tegen huisjesmelkers. Daar zit de huurder sowieso al in een kwetsbare positie, en is er een extra drempel omdat hij of zij aan het begin van de procedure rolrechten moet betalen.

'Justitie moet er zijn voor de mensen. Iedereen heeft recht op rechtvaardigheid', reageert minister van Justitie Koen Geens. 'De drempel om op zoek te gaan naar die rechtvaardigheid moet daarom worden weggenomen. Dus worden de kosten op het eind van de procedure afgerekend en betaald door de verliezende partij.'

Het bedrag dat men betaalt om een rechtszaak op te starten, verandert ook vanaf 1 februari, zodat er in eerste aanleg een lager rolrecht wordt betaald dan in beroep of in Cassatie. Het rolrecht gaat van 40 naar 50 euro bij het vredegerecht, van 100 naar 165 euro in eerste aanleg, van 210 naar 400 euro in beroep en van 375 naar 650 euro bij het Hof van Cassatie.