Vlaanderen telt eind maart 230.703 niet-werkende werkzoekenden, 19.002 of 9,0% meer dan vorig jaar. De jeugdwerkloosheid (+0,7%) stabiliseert. Dat is het resultaat van een forse daling bij de min-20-jarigen, onder andere doordat deeltijds leren voor velen van hen een voltijds engagement geworden is. Hoopgevend is de vertraging van het stijgingsritme bij de 20 tot 25-jarigen tot +4,8%. Het aantal werkzoekende 50-plussers klokt onverminderd hoger af (+14,5%) af. Sinds januari 2013 is de leeftijdsgrens voor een maxivrijstelling opgetrokken tot 60 jaar. Daardoor stijgt het aantal niet werkende werkzoekenden tussen 55 en 60 jaar op jaarbasis met 6.251 eenheden of 25,4%. Net als de voorbije maanden stijgt de vrouwelijke (+9,6%) en de hoog- (+14,0%) en middengeschoolde (+13,1%) werkloosheid sneller dan gemiddeld. De tertiaire en quartaire sector met veel vrouwelijke werknemers en veel hoog- en middengeschoolde banen werven zuinig aan. Budgettaire beperkingen en de doorbraak van E-commerce en E-banking doen banen verdwijnen. De laaggeschoolde werkzoekenden staan voor 47,1% van de Vlaamse werkzoekenden. Op jaarbasis groeit de laaggeschoolde werkloosheid met 4,4%. Dat is trager dan bij de midden- (+13,1%) en de hooggeschoolden (+14%). De tragere toename van de laaggeschoolde werkzoekenden volgt vooral uit de wisseling van de generaties - oudere leeftijdsgroepen die de arbeidsmarkt verlaten hadden minder studiekansen dan de generaties die hun volgden - en niet uit de verbetering van de arbeidsmarktkansen voor laaggeschoolde werkzoekenden. Het aantal hooggeschoolde en middengeschoolde werkzoekenden groeit snel doordat de tewerkstellingsmotor van de tertiaire en quartaire sector hapert. De budgettaire context dwingt gemeenten, provincies en ook de Vlaamse overheid om zuinig aan te werven. Idem dito voor ziekenhuizen en zorginstellingen. Dat werknemers door de pensioenhervorming langer aan de slag blijven, drukt bovendien de vervangingsvraag. Een vergelijkbaar effect gaat uit van het optrekken van de leeftijdsgrens voor brugpensioen in de private sector. Ook de afbouw van het TBS-stelsel in het onderwijs vertraagt de generatiewissel. (Belga)

Vlaanderen telt eind maart 230.703 niet-werkende werkzoekenden, 19.002 of 9,0% meer dan vorig jaar. De jeugdwerkloosheid (+0,7%) stabiliseert. Dat is het resultaat van een forse daling bij de min-20-jarigen, onder andere doordat deeltijds leren voor velen van hen een voltijds engagement geworden is. Hoopgevend is de vertraging van het stijgingsritme bij de 20 tot 25-jarigen tot +4,8%. Het aantal werkzoekende 50-plussers klokt onverminderd hoger af (+14,5%) af. Sinds januari 2013 is de leeftijdsgrens voor een maxivrijstelling opgetrokken tot 60 jaar. Daardoor stijgt het aantal niet werkende werkzoekenden tussen 55 en 60 jaar op jaarbasis met 6.251 eenheden of 25,4%. Net als de voorbije maanden stijgt de vrouwelijke (+9,6%) en de hoog- (+14,0%) en middengeschoolde (+13,1%) werkloosheid sneller dan gemiddeld. De tertiaire en quartaire sector met veel vrouwelijke werknemers en veel hoog- en middengeschoolde banen werven zuinig aan. Budgettaire beperkingen en de doorbraak van E-commerce en E-banking doen banen verdwijnen. De laaggeschoolde werkzoekenden staan voor 47,1% van de Vlaamse werkzoekenden. Op jaarbasis groeit de laaggeschoolde werkloosheid met 4,4%. Dat is trager dan bij de midden- (+13,1%) en de hooggeschoolden (+14%). De tragere toename van de laaggeschoolde werkzoekenden volgt vooral uit de wisseling van de generaties - oudere leeftijdsgroepen die de arbeidsmarkt verlaten hadden minder studiekansen dan de generaties die hun volgden - en niet uit de verbetering van de arbeidsmarktkansen voor laaggeschoolde werkzoekenden. Het aantal hooggeschoolde en middengeschoolde werkzoekenden groeit snel doordat de tewerkstellingsmotor van de tertiaire en quartaire sector hapert. De budgettaire context dwingt gemeenten, provincies en ook de Vlaamse overheid om zuinig aan te werven. Idem dito voor ziekenhuizen en zorginstellingen. Dat werknemers door de pensioenhervorming langer aan de slag blijven, drukt bovendien de vervangingsvraag. Een vergelijkbaar effect gaat uit van het optrekken van de leeftijdsgrens voor brugpensioen in de private sector. Ook de afbouw van het TBS-stelsel in het onderwijs vertraagt de generatiewissel. (Belga)