Een loontrekkende bediende die arbeidsongeschikt wordt, krijgt de eerste maand nog zijn gewaarborgd maandloon van zijn werkgever. Nadien valt hij voor de rest van het eerste jaar onder de regeling van primaire arbeidsongeschiktheid. Na dat jaar wordt hij op invaliditeit geplaatst. De uitkeringen die hij hiervoor van de ziekteverzekering ontvangt, zijn gekoppeld aan zijn loon. Een zelfstandige heeft geen gewaarborgd maandloon. De eerste maand is dus volledig ten zijne laste. Hij moet het dan zonder uitkering stellen. Nadien krijgt hij gedurende elf maanden een primaire uitkering via de ziekteverzekering, vervolgens valt hij eveneens op invaliditeit. De uitkering voor primaire arbeidsongeschiktheid hangt, in tegenstelling tot bij een bediende, niet af van zijn inkomen. Het is wel een vaste uitkering per dag. Voor mensen met een gezinslast is dat sinds april 2013 53,32 euro, voor samenwonenden zonder gezinslast 32,73 euro en voor alleenstaanden 40,30 euro. Daarnaast kan de zelfstandige vanaf de vierde maand nog een forfaitair bedrag krijgen indien hij een derde moet inhuren om zijn werk te doen. Voortaan bedraagt die 20 euro per dag, tegenover 16,57 euro tot nog toe. Moet de zelfstandige op invaliditeit, dan krijgt hij 53,32 euro (met kinderlast), 32,73 euro (samenwonend) of 40,30 euro (alleenstaand) indien hij zijn bedrijfsactiviteit niet heeft moeten stopzetten. Is dat laatste wel het geval, dan geniet hij een uitkering van 53,32 euro (met kinderlast), 36,59 euro (samenwonend) of 42,67 euro (alleenstaand). (Belga)

Een loontrekkende bediende die arbeidsongeschikt wordt, krijgt de eerste maand nog zijn gewaarborgd maandloon van zijn werkgever. Nadien valt hij voor de rest van het eerste jaar onder de regeling van primaire arbeidsongeschiktheid. Na dat jaar wordt hij op invaliditeit geplaatst. De uitkeringen die hij hiervoor van de ziekteverzekering ontvangt, zijn gekoppeld aan zijn loon. Een zelfstandige heeft geen gewaarborgd maandloon. De eerste maand is dus volledig ten zijne laste. Hij moet het dan zonder uitkering stellen. Nadien krijgt hij gedurende elf maanden een primaire uitkering via de ziekteverzekering, vervolgens valt hij eveneens op invaliditeit. De uitkering voor primaire arbeidsongeschiktheid hangt, in tegenstelling tot bij een bediende, niet af van zijn inkomen. Het is wel een vaste uitkering per dag. Voor mensen met een gezinslast is dat sinds april 2013 53,32 euro, voor samenwonenden zonder gezinslast 32,73 euro en voor alleenstaanden 40,30 euro. Daarnaast kan de zelfstandige vanaf de vierde maand nog een forfaitair bedrag krijgen indien hij een derde moet inhuren om zijn werk te doen. Voortaan bedraagt die 20 euro per dag, tegenover 16,57 euro tot nog toe. Moet de zelfstandige op invaliditeit, dan krijgt hij 53,32 euro (met kinderlast), 32,73 euro (samenwonend) of 40,30 euro (alleenstaand) indien hij zijn bedrijfsactiviteit niet heeft moeten stopzetten. Is dat laatste wel het geval, dan geniet hij een uitkering van 53,32 euro (met kinderlast), 36,59 euro (samenwonend) of 42,67 euro (alleenstaand). (Belga)