De verhuur van een eigen onroerend goed aan uw vennootschap heeft dikwijls een fiscale reden. De door de vennootschap betaalde huurgelden zijn voor haar aftrekbare kosten, waardoor de belastbare winst van de vennootschap wordt verminderd. De door de bedrijfsleider ontvangen huurgelden zijn voor hem weliswaar belastbare onroerende inkomsten, maar die kunnen dan weer worden weggewerkt door aftrekbare interesten (bijvoorbeeld de interesten van een lening die de bedrijfsleider heeft afgesloten om de aan zijn vennootschap verhuurde woning te kopen of te bouwen).

Om te vermijden dat de bedrijfsleider een te hoge huur aan zijn vennootschap zou vragen, heeft de fiscus een beperking opgelegd. De door de vennootschap betaalde huur mag niet hoger zijn dan het niet-geïndexeerde kadastrale inkomen (KI) van de verhuurde woning vermenigvuldigd met vijf derde en met de 'revalorisatiecoëfficiënt'. Die coëfficiënt wordt elk jaar geïndexeerd en bedraagt voor inkomstenjaar 2012 4,10. Vraagt u als bedrijfsleider een hogere huur, dan wordt het surplus omgevormd tot een bezoldiging voor de bedrijfsleider en moeten hierop ook sociale bijdragen worden betaald. Die bezoldiging wordt belast aan de progressieve tarieven van de personenbelasting (tot 50%) zonder dat dit inkomen kan worden verminderd met bijvoorbeeld aftrekbare interesten van leningen.

Stel, een bedrijfsleider is eigenaar van een woning waarvan hij één vierde als kantoor aan zijn vennootschap verhuurt. Het niet-geïndexeerde KI van de woning bedraagt 2000 euro. Op die manier kan de bedrijfsleider een jaarlijkse huur vragen van 500 (2000 x 1/4de) x 5/3 x 4,10 = 3416,66 euro of 284,72 euro per maand. Vraagt hij meer, bijvoorbeeld 350 euro per maand, dan zal 65,28 euro per maand of 783,36 euro per jaar als bezoldiging worden beschouwd.

Johan Steenackers

De verhuur van een eigen onroerend goed aan uw vennootschap heeft dikwijls een fiscale reden. De door de vennootschap betaalde huurgelden zijn voor haar aftrekbare kosten, waardoor de belastbare winst van de vennootschap wordt verminderd. De door de bedrijfsleider ontvangen huurgelden zijn voor hem weliswaar belastbare onroerende inkomsten, maar die kunnen dan weer worden weggewerkt door aftrekbare interesten (bijvoorbeeld de interesten van een lening die de bedrijfsleider heeft afgesloten om de aan zijn vennootschap verhuurde woning te kopen of te bouwen). Om te vermijden dat de bedrijfsleider een te hoge huur aan zijn vennootschap zou vragen, heeft de fiscus een beperking opgelegd. De door de vennootschap betaalde huur mag niet hoger zijn dan het niet-geïndexeerde kadastrale inkomen (KI) van de verhuurde woning vermenigvuldigd met vijf derde en met de 'revalorisatiecoëfficiënt'. Die coëfficiënt wordt elk jaar geïndexeerd en bedraagt voor inkomstenjaar 2012 4,10. Vraagt u als bedrijfsleider een hogere huur, dan wordt het surplus omgevormd tot een bezoldiging voor de bedrijfsleider en moeten hierop ook sociale bijdragen worden betaald. Die bezoldiging wordt belast aan de progressieve tarieven van de personenbelasting (tot 50%) zonder dat dit inkomen kan worden verminderd met bijvoorbeeld aftrekbare interesten van leningen. Stel, een bedrijfsleider is eigenaar van een woning waarvan hij één vierde als kantoor aan zijn vennootschap verhuurt. Het niet-geïndexeerde KI van de woning bedraagt 2000 euro. Op die manier kan de bedrijfsleider een jaarlijkse huur vragen van 500 (2000 x 1/4de) x 5/3 x 4,10 = 3416,66 euro of 284,72 euro per maand. Vraagt hij meer, bijvoorbeeld 350 euro per maand, dan zal 65,28 euro per maand of 783,36 euro per jaar als bezoldiging worden beschouwd.Johan Steenackers