De eerste dertig dagen na een ongeval ontvang je steeds je gewaarborgd loon van je werkgever. Dit geldt zowel voor bedienden als voor arbeiders. Na die dertig dagen val je terug op een vergoeding van de verzekering. Elke werkgever is immers verplicht om voor zijn werknemers een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Doet hij dat niet, dan worden de verplichtingen overgenomen door het Fonds voor Arbeidsongevallen en krijgt de werkgever achteraf alsnog de factuur gepresenteerd. Bij een totale arbeidsongeschiktheid zal de verzekeraar voor elke dag afwezigheid op het werk een dagloon uitbetalen. Dit komt overeen met 90 procent van het gemiddelde basisloon. En dat wordt berekend op basis van het jaarloon. Het jaarloon is evenwel geplafonneerd, al wordt het jaarlijks vastgelegd. Voor 2013 steeg die loongrens van 38.564,91 euro naar 40.927,18 euro. Voor leerlingen en minderjarige werknemers werd ook een minimum vastgelegd. Dit steeg in 2013 van 6.188,85 euro naar 6.439,20 euro. Voor jongeren die een middenstandsopleiding volgen, klom het basisloon van 18.426,67 euro tot 19.172,04 euro. Ook voor sportbeoefenaars gelden afwijkende bedragen. Voor een betaalde sportbeoefenaar bedraagt de basis 19.171,07 euro. Kan de werknemer het werk deels hervatten, dan vult de verzekeraar het verschil aan tussen het normale loon en het loon van de werkhervatting. (Belga)

De eerste dertig dagen na een ongeval ontvang je steeds je gewaarborgd loon van je werkgever. Dit geldt zowel voor bedienden als voor arbeiders. Na die dertig dagen val je terug op een vergoeding van de verzekering. Elke werkgever is immers verplicht om voor zijn werknemers een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Doet hij dat niet, dan worden de verplichtingen overgenomen door het Fonds voor Arbeidsongevallen en krijgt de werkgever achteraf alsnog de factuur gepresenteerd. Bij een totale arbeidsongeschiktheid zal de verzekeraar voor elke dag afwezigheid op het werk een dagloon uitbetalen. Dit komt overeen met 90 procent van het gemiddelde basisloon. En dat wordt berekend op basis van het jaarloon. Het jaarloon is evenwel geplafonneerd, al wordt het jaarlijks vastgelegd. Voor 2013 steeg die loongrens van 38.564,91 euro naar 40.927,18 euro. Voor leerlingen en minderjarige werknemers werd ook een minimum vastgelegd. Dit steeg in 2013 van 6.188,85 euro naar 6.439,20 euro. Voor jongeren die een middenstandsopleiding volgen, klom het basisloon van 18.426,67 euro tot 19.172,04 euro. Ook voor sportbeoefenaars gelden afwijkende bedragen. Voor een betaalde sportbeoefenaar bedraagt de basis 19.171,07 euro. Kan de werknemer het werk deels hervatten, dan vult de verzekeraar het verschil aan tussen het normale loon en het loon van de werkhervatting. (Belga)