Vakbonden en werkgevers hebben het sociaal akkoord goedgekeurd dat werd afgesloten voor de arbeiders in de bouwsector voor de periode 2019-2020. Dat is vernomen bij de bonden ABVV en ACV en de werkgeversorganisaties Confederatie Bouw, Bouwunie en FEMA (de beroepsvereniging van de bouwhandelaars). De 150.000 werknemers uit de bouw kunnen rekenen op nieuwe voordelen inzake loon- en arbeidsvoorwaarden. Ook op het vlak van mobiliteit werd volgens de vakbonden vooruitgang geboekt.

De belangrijkste voordelen hebben volgens de bonden betrekking op de verhoging van de brutolonen met 1,1 procent vanaf 1 juli 2019 en op de syndicale premie. Ook werd de verlenging bekomen van het SWT-systeem (vroeger het brugpensioen genoemd) en van de eindeloopbanen tot 31 juni 2021.

'De vergoeding voor mobiliteit zal verhoogd worden met 20 procent, mits een verdere onderhandeling over de verhoging van het RSZ-plafond. Een tussencategorie - chauffeur zonder passagier - ziet eveneens het licht: de betrokken chauffeurs zullen voortaan een passagiersvergoeding krijgen ter waarde van 5 procent. Ten slotte zullen de werknemers die meer dan 43.000 km per jaar afleggen 'mobiliteitsverlof' kunnen genieten', meldt het ABVV.

'De bouw is een sector die voor oplossingen kiest, dat bewijst dit akkoord eens te meer', zeggen Paul Depreter en Robert de Mûelenaere, respectievelijk voorzitter en gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw. Ook voor de werkgevers bevat het akkoord 'meerdere, interessante bepalingen, zoals de versterking van het bouwvakonderwijs, peterschapstrajecten voor nieuwe arbeidskrachten, meer fiscaalvriendelijke overuren, waaronder nog extra uren voor de wegenbouwers, en de mogelijkheid om per dag gedurende 9,5 uren te werken in plaats van 9 uren nu'.

Metaalbouw

Ook de 117.000 arbeiders uit de metaalbouw krijgen op 1 juli een loonsverhoging van 3,05 procent. Dat is het gevolg van een CAO die gesloten is in de sector en de jaarlijkse indexering, meldt William Van Erdeghem, voorzitter van ACV-Metea. De minimumlonen in de sector stijgen de komende jaren bovendien gegarandeerd.

Vakbonden en werkgevers uit de sector - waarin heel wat grote bedrijven zitten zoals Audi Brussels of Volvo Gent - ondertekenden deze week een nationaal akkoord voor de 117.000 arbeiders. Als gevolg stijgen de lonen op 1 juli met 1,1 procent, conform zoals ook is afgesproken in het interprofessioneel akkoord. Daarbij komt ook een indexaanpassing, die is geraamd op 1,95 procent. Alles samen een loonsverhoging op 1 juli van 3,05 procent.

Dat geldt ook voor de minimumlonen in de sector, ook al raakte een nationale cao die dat moest garanderen dinsdag niet ondertekend. 'Het sectorakkoord voor de metaalbouw voorziet nu gelukkig wel deze verhoging', aldus Van Erdegehem.

Meer zelfs: de minimumlonen in de sector stijgen de komende jaren gegarandeerd. Tot 2026 zal automatisch minstens de loonmarge van het interprofessioneel akkoord en de index worden toegepast, zonder dat daar nog moet worden onderhandeld. 'De minimumlonen zullen dus niet enkel gevoelig stijgen op 1 juli 2019 en 2020, maar ook in de 6 daaropvolgende jaren', aldus de vakbond.