Heel wat bedrijfsleiders kopen hun vastgoed met privémiddelen. Vervolgens verhuren ze het aan hun vennootschap. Door zo te werken, halen ze twee voordelen binnen. Vooreerst is er een fiscaal voordeel. Zo mag de vennootschap de betaalde huursom fiscaal volledig aftrekken. Tegelijk wordt de verhuurder privé slechts belast op 60 procent van de ontvangen huursom. Die wordt namelijk met 40 procent verminderd ter compensatie voor de kosten die de eigenaar heeft aan het pand. En ten tweede: bij een eventueel faillissement van het bedrijf blijft het pand in handen van de privépersoon omdat de vennootschap er geen eigenaar van is. De fiscus heeft wel beperkingen opgelegd. Zo mag de jaarlijkse huurprijs hoogstens gelijk zijn aan het kadastraal inkomen x een revalorisatiecoëfficiënt x 5/3. Vorig jaar lag de coëfficiënt op 4,10. Nu op 4,19. Ligt de totale huursom boven het berekende bedrag, dan wordt het bedrag boven die grens beschouwd als beroepsinkomsten voor de bedrijfsleider en dus zwaarder belast. (Belga)

Heel wat bedrijfsleiders kopen hun vastgoed met privémiddelen. Vervolgens verhuren ze het aan hun vennootschap. Door zo te werken, halen ze twee voordelen binnen. Vooreerst is er een fiscaal voordeel. Zo mag de vennootschap de betaalde huursom fiscaal volledig aftrekken. Tegelijk wordt de verhuurder privé slechts belast op 60 procent van de ontvangen huursom. Die wordt namelijk met 40 procent verminderd ter compensatie voor de kosten die de eigenaar heeft aan het pand. En ten tweede: bij een eventueel faillissement van het bedrijf blijft het pand in handen van de privépersoon omdat de vennootschap er geen eigenaar van is. De fiscus heeft wel beperkingen opgelegd. Zo mag de jaarlijkse huurprijs hoogstens gelijk zijn aan het kadastraal inkomen x een revalorisatiecoëfficiënt x 5/3. Vorig jaar lag de coëfficiënt op 4,10. Nu op 4,19. Ligt de totale huursom boven het berekende bedrag, dan wordt het bedrag boven die grens beschouwd als beroepsinkomsten voor de bedrijfsleider en dus zwaarder belast. (Belga)