Wanneer partners uit elkaar gaan, kunnen ze onderling afspraken maken over de onderhoudsbijdragen voor de kinderen. Lukt dat niet, dan buigt een rechter zich over die kwestie. Maar die kan zich niet beroepen op berekeningsformule. Er bestaan wel enkele richtlijnen, die voortvloeien uit de wetgeving. Zo bepaalt artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek dat elke ouder naar evenredigheid van middelen moet bijdragen in de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van het kind.
...

Wanneer partners uit elkaar gaan, kunnen ze onderling afspraken maken over de onderhoudsbijdragen voor de kinderen. Lukt dat niet, dan buigt een rechter zich over die kwestie. Maar die kan zich niet beroepen op berekeningsformule. Er bestaan wel enkele richtlijnen, die voortvloeien uit de wetgeving. Zo bepaalt artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek dat elke ouder naar evenredigheid van middelen moet bijdragen in de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van het kind."De rechtspraak voegt daar nog aan toe dat beide ouders al hun mogelijkheden moeten benutten", zegt Ellen Moreau, een specialist in personen- en familierecht en associate partner van het advocatenkantoor De Groote-De Man. "Stel dat uw ex een parttimejob heeft, terwijl hij of zij perfect voltijds zou kunnen werken. In dat geval kan de rechter beslissen dat zijn of haar verdienvermogen hoger ligt dan het echte loon. Die maatregel bestaat om te vermijden dat ouders opzettelijk minder of niet werken, om recht te hebben op meer alimentatie of om minder te moeten betalen."Elke ouder moet dus bijdragen naar evenredigheid van middelen en mogelijkheden. "De weegschaal moet in balans zijn", stelt Ellen Moreau. "Iedere kant vertegenwoordigt één ouder, en in elk schaaltje komt het inkomen. Is er ongelijkheid, dan moet de alimentatie de balans opnieuw in evenwicht brengen. Ook de verblijfsregeling speelt mee: wanneer uw kind vaker bij u verblijft dan bij uw ex, dan kan de financiële compensatie de situatie weer rechttrekken."Omgekeerd geldt ook dat een week-weekregeling, waarbij de kinderen even vaak bij de ene als bij de andere ouder verblijven, niet zomaar betekent dat er geen alimentatie meer hoeft te worden betaald. "Wanneer een van de ouders meer inkomsten heeft dan de andere, is het evenwicht nog altijd verstoord", legt Ellen Moreau uit. "Ook dan worden de financiële middelen en de mogelijkheden van de vader en de moeder in de weegschaal gelegd. Bij een ongelijkheid moet de alimentatie opnieuw de balans te herstellen."Artikel 1321 van het Gerechtelijk Wetboek somt elementen op waarmee rechters rekening moeten houden bij de berekening van de onderhoudsbijdragen:· De financiële middelen: dat zijn onder meer alle beroepsinkomsten, inkomsten uit roerende en onroerende goederen (bijvoorbeeld uit huur of beleggingen), extralegale voordelen (zoals een bedrijfswagen, een tankkaart en maaltijdcheques) en fiscale voordelen. Er wordt ook rekening gehouden met de kosten, zoals de huishuur of de afbetaling van een woonkrediet.· De kosten van het kind: hoeveel kost het om het kind op te voeden?· De buitengewone kosten (en het deel dat elke ouder van die kosten draagt): voor bijvoorbeeld medische ingrepen, een hospitalisatieverzekering, kinderopvang, studieboeken, schoolactiviteiten, een laptop, een internaat of kot, sportactiviteiten, taal- en sportkampen.· De verblijfsregeling van het kind.· De kinderbijslag via het groeipakket (het vroegere kindergeld) en alle sociale en fiscale voordelen die elke ouder ontvangt voor de zoon of dochter.· Eventuele inkomsten die de ouders ontvangen uit het gebruik van de goederen van het kind (dit is eerder uitzonderlijk).· Bijzondere omstandigheden binnen het gezin."Op basis van die elementen zal de rechter de onderhoudsbijdragen berekenen", zegt Ellen Moreau. "Die sommen zal hij vervolgens motiveren in een vonnis. De bedragen kunnen in de loop der tijd wel nog wijzigen. Bijvoorbeeld wanneer de situatie van de ouders of de kinderen ingrijpend verandert. Denk bijvoorbeeld aan werkloosheid, een verhoging van de kosten of een aanpassing van de verblijfsregeling.""In principe hoeven geen onderhoudsbijdragen meer te worden betaald wanneer het kind meerderjarig is. Volgt uw zoon of dochter echter een opleiding die niet voltooid is op het moment dat hij of zij meerderjarig wordt, dan loopt de alimentatie in principe verder. Tenminste, voor zover het een 'normaal' studietraject betreft. Zodra uw meerderjarig kind een diploma heeft waarmee het zich op de arbeidsmarkt kan begeven, stoppen de onderhoudsbijdragen. Tenzij er nog een aanvullende studie volgt, die aansluit bij de reeds gevolgde opleiding en derhalve de kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Dit wordt geval per geval bekeken."Omdat er geen wettelijke standaardformule bestaat om het onderhoudsgeld te berekenen, ontwikkelde de Waalse professor Roland Renard een eigen methode, die volgens specialisten een goede benadering geeft. De webmodule vindt u hier. Ook de Gezinsbond heeft een onderhoudsbijdragecalculator in de vorm van een softwareprogramma. Maar sinds kort is er ook een toegankelijkere webapplicatie die op poten werd gezet door het gerecht. Ze is in de eerste plaats bedoeld voor familierechters, maar iedereen kan er gebruik van maken.Deze nieuwe rekentool baseert zich op de meest voorkomende criteria in de rechtspraktijk: het inkomen en het bezit van de ouders, het kindergeld, de verblijfsregeling en de huisvestingskosten voor het kind. De module is gebruiksvriendelijk en geeft snel een helder resultaat. Voor alle duidelijkheid: het gaat om een indicatie. U kunt de voorgestelde bedragen dus niet zomaar afdwingen bij de familierechter. Want die heeft nog altijd het laatste woord.