De BTW is een belasting op goederen en diensten die door de eindverbruiker wordt gedragen en stapsgewijs wordt geïnd, met name bij elke stap in het productie- en distributieproces. De logica is dat bij elk van die stappen het product of de dienst in kwestie aan toegevoegde waarde wint.Het toegepaste tarief verschilt volgens de aard van de belaste goederen of diensten, maar het meest voorkomende bedraagt 21%.

Een voorbeeld maakt duidelijk hoe deze BTW wordt afgerekend. Een producent verkoopt een gsm aan een groothandelaar voor 100 euro. Hij factureert hem een BTW van 21 euro, die hij aan de BTW-administratie stort via zijn aangifte. De groothandelaar verkoopt dezelfde gsm aan een kleinhandelaar voor 120 euro. Op de factuur wordt 21% van 120 euro, zijnde 25,20 euro aangerekend.

De groothandelaar vermindert in zijn aangifte de 21 euro die hij betaalde aan de producent en vult in het vak 'verschuldigde BTW' de BTW in die hij van de kleinhandelaar ontving, namelijk 25,40 euro. Het verschil, 4,20 euro, gaat naar de BTW-administratie.De kleinhandelaar verkoopt de gsm aan de consument voor 150 euro, vermeerderd met 21% zijnde 31,50 euro. Dit keer int de BTW-administratie het verschil tussen 31,50 en 25,40 euro, namelijk 6,30 euro. In totaal int de administratie dus 21 + 4,20 + 6,30 = 31,50 euro, het bedrag dat op het eind van de rit integraal werd betaald door de eindgebruiker.

Wie een zelfstandige activiteit uitoefent, moet de BTW verrekenen en daarvoor een BTW-nummer aanvragen. Dat nummer komt sinds enige tijd overeen met het ondernemingsnummer dat de zelfstandige toegewezen kreeg door de Kuispuntbank. Let op: je kan als zelfstandige enkel de BTW aftrekken op producten en goederen die je aanschaft voor beroepsdoeleinden. (DLA)

De BTW is een belasting op goederen en diensten die door de eindverbruiker wordt gedragen en stapsgewijs wordt geïnd, met name bij elke stap in het productie- en distributieproces. De logica is dat bij elk van die stappen het product of de dienst in kwestie aan toegevoegde waarde wint.Het toegepaste tarief verschilt volgens de aard van de belaste goederen of diensten, maar het meest voorkomende bedraagt 21%. Een voorbeeld maakt duidelijk hoe deze BTW wordt afgerekend. Een producent verkoopt een gsm aan een groothandelaar voor 100 euro. Hij factureert hem een BTW van 21 euro, die hij aan de BTW-administratie stort via zijn aangifte. De groothandelaar verkoopt dezelfde gsm aan een kleinhandelaar voor 120 euro. Op de factuur wordt 21% van 120 euro, zijnde 25,20 euro aangerekend. De groothandelaar vermindert in zijn aangifte de 21 euro die hij betaalde aan de producent en vult in het vak 'verschuldigde BTW' de BTW in die hij van de kleinhandelaar ontving, namelijk 25,40 euro. Het verschil, 4,20 euro, gaat naar de BTW-administratie.De kleinhandelaar verkoopt de gsm aan de consument voor 150 euro, vermeerderd met 21% zijnde 31,50 euro. Dit keer int de BTW-administratie het verschil tussen 31,50 en 25,40 euro, namelijk 6,30 euro. In totaal int de administratie dus 21 + 4,20 + 6,30 = 31,50 euro, het bedrag dat op het eind van de rit integraal werd betaald door de eindgebruiker. Wie een zelfstandige activiteit uitoefent, moet de BTW verrekenen en daarvoor een BTW-nummer aanvragen. Dat nummer komt sinds enige tijd overeen met het ondernemingsnummer dat de zelfstandige toegewezen kreeg door de Kuispuntbank. Let op: je kan als zelfstandige enkel de BTW aftrekken op producten en goederen die je aanschaft voor beroepsdoeleinden. (DLA)