De wettelijke regels die gelden voor spaarrekeningen, hebben belangrijke wijzigingen ondergaan. De aanpassingen zijn in het voordeel van de spaarder, maar ze maken de regelgeving wel complexer.

De bedragen die op de Belgische spaarrekeningen staan, zijn licht teruggevallen, van bijna 247,4 miljard euro eind oktober tot 246,9 miljard euro eind november. Toch blijft het spaarboekje populair. Dat heeft zijn redenen. In de eerste plaats is er de voordelige fiscaliteit. Zo is de eerste schijf van 1900 euro intresten per persoon vrijgesteld van roerende voorheffing (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2014). Pas boven dat plafond betaalt de spaarder 15 procent roerende voorheffing, terwijl voor de meeste andere vastrentende beleggingen - met uitzondering van de volkslening - vanaf de eerste eurocent 25 procent roerende voorheffing verschuldigd is. Het Grondwettelijk Hof heeft echter geoordeeld dat het voordeeltarief van 15 procent moet worden afgevoerd en vervangen door een roerende voorheffing van 25 procent.

Andere troeven van een spaarrekening zijn de kapitaalgarantie en de wettelijke bescherming. Het geld is ook altijd opvraagbaar. De spaarder verliest in het slechtste geval zijn getrouwheidspremie.

Driemaandelijkse storting

Boven op de basisrente krijgen spaarders een getrouwheidspremie voor bedragen die minstens twaalf maanden op de spaarrekening staan. Sinds 1 oktober worden de getrouwheidspremies driemaandelijks uitgekeerd. Ze brengen op hun beurt intresten op vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de premie werd verworven. Een getrouwheidspremie die is verworven tijdens het eerste kwartaal - de maanden januari, februari of maart - brengt dus rente op vanaf 1 april. Getrouwheidspremies die zijn verworven tijdens het tweede, derde en vierde kwartaal brengen op hun beurt rente op vanaf 1 juli, 1 oktober en 1 januari.

Een voorbeeld: een spaarder stort op 1 december 2013 een bedrag van 1000 euro op zijn spaarboekje. De basisrente bedraagt 1,50 procent. Op 1 maart 2014 krijgt hij de intrest uitbetaald voor de periode van 1 december 2013 tot 28 februari 2014, voor een kwartaal dus. Hij ontvangt dan een vierde van 1,50 procent op jaarbasis, of 3,75 euro. Omdat de 1000 euro slechts drie maanden op het spaarboekje heeft gestaan, ontvangt hij geen getrouwheidspremie.

De spaarder laat die 1000 euro tot 1 december 2014 - of twaalf maanden, van 1 december 2013 tot 1 december 2014 - op de rekening staan. Op dat ogenblik heeft hij recht op een getrouwheidspremie. Bedraagt die bijvoorbeeld 1 procent, dan heeft hij op 1 december 2014 een bedrag van 10 euro verworven. Die premie brengt basisrente op vanaf de eerste dag van het volgende kwartaal, dus vanaf 1 januari 2015.

Overschrijvingen binnen dezelfde bank

Een tweede nieuwigheid is dat de getrouwheidspremie sinds 1 januari behouden blijft als een spaarder geld overschrijft van de ene naar de andere spaarrekening op zijn naam binnen dezelfde bank. Die regel is strikt: schrijft de spaarder geld over van een dochterbank naar een moederbank - bijvoorbeeld van Fintro naar BNP Paribas Fortis - dan verliest hij de premie. Bovendien moet hij minstens 500 euro overschrijven. Er is een grens vastgelegd tot drie keer overschrijvingen per jaar.

Een voorbeeld: een spaarder heeft bij dezelfde bank zowel een spaarrekening met een getrouwheidspremie van 1,10 procent als een spaarrekening met een getrouwheidspremie van 1,50 procent. Hij schrijft na elf maanden 1500 euro over van de ene rekening naar de andere. Hij krijgt dan een twaalfde van 1,10 procent intrest voor de elf maanden dat het geld op de ene rekening stond en een twaalfde van 1,50 procent voor de twaalfde maand.

De spaarder hoeft niet de enige titularis van beide rekeningen te zijn. Zo kan hij spaargeld overschrijven van een rekening waarvan hij alleen de titularis is naar een andere rekening die zowel op zijn naam als die van zijn partner staat.

Drie maanden garantie

Sinds begin dit jaar zijn de banken verplicht een verhoging van de rente voor minstens drie maanden te garanderen. Als een bank bijvoorbeeld op 1 maart een hogere rente toekent, mag ze die niet meer verlagen tot eind mei. Er geldt een uitzondering op die beperking: als de Europese Centrale Bank haar belangrijkste rentetarief tijdens die drie maanden verlaagt, dan mag de bank toch tot een renteverlaging overgaan.

Een laatste wijziging heeft betrekking op de voorwaarden die aan een spaarrekening mogen worden gekoppeld. Banken mogen geen nieuwe klanten meer lokken met een rente die hoger is dan degene die trouwe klanten krijgen. Dat betekent niet dat de banken geen verschillende rentetarieven voor hun spaarboekjes mogen hanteren. Zo kan een internetrekening nog altijd een hogere rente hebben dan een gewone spaarrekening bij dezelfde bank. Ook mogen banken een andere rente toekennen als het ingelegde kapitaal op een spaarboekje boven een bepaald bedrag uitkomt. Ze kunnen ook uitzonderingstarieven vastleggen op basis van de leeftijd van de spaarder of voor professionele spaarders of coöperanten.

De wettelijke regels die gelden voor spaarrekeningen, hebben belangrijke wijzigingen ondergaan. De aanpassingen zijn in het voordeel van de spaarder, maar ze maken de regelgeving wel complexer.De bedragen die op de Belgische spaarrekeningen staan, zijn licht teruggevallen, van bijna 247,4 miljard euro eind oktober tot 246,9 miljard euro eind november. Toch blijft het spaarboekje populair. Dat heeft zijn redenen. In de eerste plaats is er de voordelige fiscaliteit. Zo is de eerste schijf van 1900 euro intresten per persoon vrijgesteld van roerende voorheffing (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2014). Pas boven dat plafond betaalt de spaarder 15 procent roerende voorheffing, terwijl voor de meeste andere vastrentende beleggingen - met uitzondering van de volkslening - vanaf de eerste eurocent 25 procent roerende voorheffing verschuldigd is. Het Grondwettelijk Hof heeft echter geoordeeld dat het voordeeltarief van 15 procent moet worden afgevoerd en vervangen door een roerende voorheffing van 25 procent. Andere troeven van een spaarrekening zijn de kapitaalgarantie en de wettelijke bescherming. Het geld is ook altijd opvraagbaar. De spaarder verliest in het slechtste geval zijn getrouwheidspremie. Driemaandelijkse stortingBoven op de basisrente krijgen spaarders een getrouwheidspremie voor bedragen die minstens twaalf maanden op de spaarrekening staan. Sinds 1 oktober worden de getrouwheidspremies driemaandelijks uitgekeerd. Ze brengen op hun beurt intresten op vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de premie werd verworven. Een getrouwheidspremie die is verworven tijdens het eerste kwartaal - de maanden januari, februari of maart - brengt dus rente op vanaf 1 april. Getrouwheidspremies die zijn verworven tijdens het tweede, derde en vierde kwartaal brengen op hun beurt rente op vanaf 1 juli, 1 oktober en 1 januari. Een voorbeeld: een spaarder stort op 1 december 2013 een bedrag van 1000 euro op zijn spaarboekje. De basisrente bedraagt 1,50 procent. Op 1 maart 2014 krijgt hij de intrest uitbetaald voor de periode van 1 december 2013 tot 28 februari 2014, voor een kwartaal dus. Hij ontvangt dan een vierde van 1,50 procent op jaarbasis, of 3,75 euro. Omdat de 1000 euro slechts drie maanden op het spaarboekje heeft gestaan, ontvangt hij geen getrouwheidspremie. De spaarder laat die 1000 euro tot 1 december 2014 - of twaalf maanden, van 1 december 2013 tot 1 december 2014 - op de rekening staan. Op dat ogenblik heeft hij recht op een getrouwheidspremie. Bedraagt die bijvoorbeeld 1 procent, dan heeft hij op 1 december 2014 een bedrag van 10 euro verworven. Die premie brengt basisrente op vanaf de eerste dag van het volgende kwartaal, dus vanaf 1 januari 2015. Overschrijvingen binnen dezelfde bankEen tweede nieuwigheid is dat de getrouwheidspremie sinds 1 januari behouden blijft als een spaarder geld overschrijft van de ene naar de andere spaarrekening op zijn naam binnen dezelfde bank. Die regel is strikt: schrijft de spaarder geld over van een dochterbank naar een moederbank - bijvoorbeeld van Fintro naar BNP Paribas Fortis - dan verliest hij de premie. Bovendien moet hij minstens 500 euro overschrijven. Er is een grens vastgelegd tot drie keer overschrijvingen per jaar. Een voorbeeld: een spaarder heeft bij dezelfde bank zowel een spaarrekening met een getrouwheidspremie van 1,10 procent als een spaarrekening met een getrouwheidspremie van 1,50 procent. Hij schrijft na elf maanden 1500 euro over van de ene rekening naar de andere. Hij krijgt dan een twaalfde van 1,10 procent intrest voor de elf maanden dat het geld op de ene rekening stond en een twaalfde van 1,50 procent voor de twaalfde maand. De spaarder hoeft niet de enige titularis van beide rekeningen te zijn. Zo kan hij spaargeld overschrijven van een rekening waarvan hij alleen de titularis is naar een andere rekening die zowel op zijn naam als die van zijn partner staat. Drie maanden garantieSinds begin dit jaar zijn de banken verplicht een verhoging van de rente voor minstens drie maanden te garanderen. Als een bank bijvoorbeeld op 1 maart een hogere rente toekent, mag ze die niet meer verlagen tot eind mei. Er geldt een uitzondering op die beperking: als de Europese Centrale Bank haar belangrijkste rentetarief tijdens die drie maanden verlaagt, dan mag de bank toch tot een renteverlaging overgaan. Een laatste wijziging heeft betrekking op de voorwaarden die aan een spaarrekening mogen worden gekoppeld. Banken mogen geen nieuwe klanten meer lokken met een rente die hoger is dan degene die trouwe klanten krijgen. Dat betekent niet dat de banken geen verschillende rentetarieven voor hun spaarboekjes mogen hanteren. Zo kan een internetrekening nog altijd een hogere rente hebben dan een gewone spaarrekening bij dezelfde bank. Ook mogen banken een andere rente toekennen als het ingelegde kapitaal op een spaarboekje boven een bepaald bedrag uitkomt. Ze kunnen ook uitzonderingstarieven vastleggen op basis van de leeftijd van de spaarder of voor professionele spaarders of coöperanten.