"Voor mij is dat The General Theory of Employment, Interest and Money van John Maynard Keynes (1936)", zegt Hans Bevers, de hoofdeconoom van Bank Degroof-Petercam. "Het is geen breed toegankelijk boek maar voor wie geïnteresseerd is: de Britse economische historicus Robert Skidelsky is een prima gids om de ware kracht van Keynes' denken te begrijpen.

Waarom dat boek? Welke inzichten heeft het u gegeven die u voordien niet had? Waarom zijn die belangrijk?

BEVERS. "In de General Theory doet Keynes in de eerste plaats zijn economische visie uit de doeken - algemeen beschouwd als het begin van de macro-economie - en die gaat lijnrecht in tegen die van de neoklassieke economen die zeiden dat de markt altijd en overal zelfregulerend is. Het begrip 'onzekerheid' staat centraal bij Keynes. Zonder dit concept kun je zijn werk niet begrijpen. Ik heb er veel aan gehad toen de financiële crisis in 2008 uitbrak."

Hoe heeft dat uw kijk op geld en het geldsysteem veranderd?

BEVERS. "Keynes zegt dat geld niet alleen een ruilmiddel is, maar ook een oppotmiddel dat bescherming biedt tegen onzekerheid. Het concept van onzekerheid komt ook terug in hoe Keynes kijkt naar de bedrijfsinvesteringen. De verwachte opbrengst van een investering is op de lange termijn onderhevig aan grote onzekerheid over de toekomstige economische vraag. Dat verklaart meteen de telkens terugkerende golven van optimisme en pessimisme. Hij begreep het belang van massapsychologie bij beleggen maar al te goed. En hij leerde me ook dat de neoklassieke opvatting die stelt dat geld neutraal is, niet klopt."

Welke rol heeft het in uw loopbaan gespeeld?

BEVERS. "Ik heb de grote financiële crisis van 2008-2009 en de nasleep ervan altijd bekeken met de keynesiaanse inzichten in het achterhoofd. Dankzij zijn inzichten en de modellen die daaruit voortkwamen, begreep ik dat de inflatie en de rentevoeten heel lang heel laag zouden blijven, met alle gevolgen vandien voor het monetaire beleid en de evolutie van financiële markten. Velen misten een intellectueel raamwerk, merkte ik."

En in uw persoonlijk leven?

BEVERS. Het is een onderbelicht feit dat Keynes een steengoede en actieve belegger was. Het is mede dankzij hem dat mijn interesse in de beurs is gegroeid. Het langetermijnperspectief staat telkens voorop. En over Keynes lezen in mijn vrije tijd is ook allesbehalve een straf, wel integendeel."

"Voor mij is dat The General Theory of Employment, Interest and Money van John Maynard Keynes (1936)", zegt Hans Bevers, de hoofdeconoom van Bank Degroof-Petercam. "Het is geen breed toegankelijk boek maar voor wie geïnteresseerd is: de Britse economische historicus Robert Skidelsky is een prima gids om de ware kracht van Keynes' denken te begrijpen. BEVERS. "In de General Theory doet Keynes in de eerste plaats zijn economische visie uit de doeken - algemeen beschouwd als het begin van de macro-economie - en die gaat lijnrecht in tegen die van de neoklassieke economen die zeiden dat de markt altijd en overal zelfregulerend is. Het begrip 'onzekerheid' staat centraal bij Keynes. Zonder dit concept kun je zijn werk niet begrijpen. Ik heb er veel aan gehad toen de financiële crisis in 2008 uitbrak." BEVERS. "Keynes zegt dat geld niet alleen een ruilmiddel is, maar ook een oppotmiddel dat bescherming biedt tegen onzekerheid. Het concept van onzekerheid komt ook terug in hoe Keynes kijkt naar de bedrijfsinvesteringen. De verwachte opbrengst van een investering is op de lange termijn onderhevig aan grote onzekerheid over de toekomstige economische vraag. Dat verklaart meteen de telkens terugkerende golven van optimisme en pessimisme. Hij begreep het belang van massapsychologie bij beleggen maar al te goed. En hij leerde me ook dat de neoklassieke opvatting die stelt dat geld neutraal is, niet klopt." BEVERS. "Ik heb de grote financiële crisis van 2008-2009 en de nasleep ervan altijd bekeken met de keynesiaanse inzichten in het achterhoofd. Dankzij zijn inzichten en de modellen die daaruit voortkwamen, begreep ik dat de inflatie en de rentevoeten heel lang heel laag zouden blijven, met alle gevolgen vandien voor het monetaire beleid en de evolutie van financiële markten. Velen misten een intellectueel raamwerk, merkte ik."BEVERS. Het is een onderbelicht feit dat Keynes een steengoede en actieve belegger was. Het is mede dankzij hem dat mijn interesse in de beurs is gegroeid. Het langetermijnperspectief staat telkens voorop. En over Keynes lezen in mijn vrije tijd is ook allesbehalve een straf, wel integendeel."