Mensen die erven van hun ouders, geven via een schenking vaak een deel van die nalatenschap door aan hun kinderen. Vroeger had dat tot gevolg dat twee keer belasting werd betaald op de overdracht van dezelfde goederen: er was erfbelasting verschuldigd na het overlijden en nog eens 3 procent schenkbelasting op de schenking.

De nieuwe flexibele erfenissprong, die in Vlaanderen van kracht is sinds 1 september, verhelpt dat probleem. Als goederen die met erfbelasting zijn belast, binnen het jaar door de erfopvolger via een schenking worden overgedragen aan de volgende generatie, is die schenking vrijgesteld van schenkbelasting.

De doorgeefschenking moet wel aan enkele voorwaarden voldoen. De belangrijkste drie zijn:

  • de doorgeefschenking gebeurt bij notariële akte, waarin de vrijstelling wordt gevraagd;
  • de doorschenking moet gebeuren aan een of meer afstammelingen van de verkrijger (kinderen, kleinkinderen of achterkleinkinderen) of een of meer personen die voor de toepassing van de schenkbelasting met afstammelingen worden gelijkgesteld (zoals een stiefkind of zorgkind);
  • de waarde van de geschonken goederen mag de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen niet overstijgen.

De schenking moet gebeuren bij notariële akte. Zo is bewezen dat de doorgeefschenking binnen het jaar is gebeurd. Om misbruiken te voorkomen is het ook nodig dat de erfbelasting al is betaald op het ogenblik dat de vrijstelling voor de schenkbelasting wordt toegepast. Als het gaat om onroerende goederen - bijvoorbeeld een huis, een appartement, bouwgrond of landbouwgrond - is er een zogenoemde identiteitsvereiste, aangezien de vrijstelling enkel geldt voor de onroerende goederen die zijn geërfd. Er mogen dus geen andere onroerende goederen worden geschonken.

In plaats van de flexibele erfenissprong kunt u de erfenis ook gewoon aanvaarden, en als u vindt dat de tijd rijp is, een deel ervan doorgeven op de klassieke manier. Voor vastgoed is dat in principe niet interessant. Maar voor roerende goederen zoals juwelen, oldtimers, kunst, goudstaven, geld en effecten kan dat via een gewone hand- of bankgift. Het voordeel tegenover de flexibele erfenissprong is dat er geen limiet van één jaar staat op de doorschenking. Bovendien kunt u bij een hand- of bankgift een onderhands document opmaken als bewijs, of werken met twee klassieke aangetekende brieven. U spaart een notariële schenkingsakte uit (1300 euro). Na een bank- of handgift moet de schenker wel nog drie jaar in leven blijven, anders is op de schenking toch erfbelasting verschuldigd.