Een aantal geplande hervormingen van de arbeidsmarkt gaat niet meer door, of loopt op zijn minst vertraging op door de val van de regering. De laatste fase van de taxshift, of de verlaging van de lasten op arbeid, is wel zoals gepland op 1 januari in werking getreden. "De regering-Michel had eind 2015 al maatregelen voorgeprogrammeerd voor de periode 2016 tot en met 2019 om de lasten op arbeid te verminderen", legt Els Poelman van Partena Professional uit.

Van hetzelfde brutoloon zal elke werkende mens dit jaar meer overhouden dan in 2018. "Vanaf januari is een groter deel van het inkomen vrijgesteld van belastingen en wordt een groter deel van het inkomen belast tegen 40 procent in plaats van 45 procent", legt Kristiaan Andries van SD Worx uit. In 2018 lag de ondergrens voor het belastingtarief van 45 procent op 22.290,01 euro. Die grens wordt opgetrokken. Voor iedereen met een hoger loon resulteert de verbreding van de belastingschijf van 40 procent dus in een minder hoge belastingfactuur.

In de laatste fase van de taxshift krijgen zelfstandige bedrijfsleiders er evenveel bij als werknemers. In de tweede en de derde fase was dat niet het geval. "Van die hogere belastingvrije som profiteren alle belastingplichtigen, zowel werknemers als zelfstandigen, terwijl de aanpassingen van de forfaitaire beroepskosten in 2016 en in 2018 bijvoorbeeld enkel de werknemers ten goede kwamen", zegt Andries. Hij voegt er wel aan toe dat er een compensatie voor de zelfstandigen was door een verlaging van de sociale bijdragen. "De sociale bijdragen die zelfstandigen in hoofd- en bijberoep verschuldigd zijn op de eerste schijf van hun inkomen tot 58.513,59 euro, werd gespreid over drie jaar afgebouwd van 22 tot 20,5 procent."

Bonus voor de lagere lonen

Voor de lagere lonen heeft de taxshift relatief gezien meer impact dan voor de hogere. "Dat komt door de fiscale werkbonus, die stijgt van 28,03 naar 33,14 procent", voegt Andries toe. "De fiscale werkbonus is een belastingvermindering voor werknemers met lage lonen in de privé- of de openbare sector die recht hebben op een sociale werkbonus of een vermindering van de persoonlijke RSZ-bijdragen. Het gaat om de werknemers die een werknemersbijdrage van 13,07 procent verschuldigd zijn."

Volgens berekeningen van SD Worx op basis van de sleutelformule die de overheid onlangs vrijgaf, komen er aan het einde van deze maand enkele tientallen euro's extra loon op de rekening van werkende mensen. De hr-dienstenleverancier houdt enkel rekening met de impact van de taxshift en niet met de automatische loonindexering. De bedienden die onder het paritair comité 200 vallen bijvoorbeeld, zullen hun loon ook zien stijgen door de aanpassing aan de levensduurte.

Sommige gepensioneerden vallen volledig uit de boot bij de taxshift, net zoals werklozen en andere steuntrekkers. "Het pensioen is tot een bepaald bedrag vrijgesteld van belastingen. Op de laagste pensioenen is er zelfs helemaal geen belasting verschuldigd. Die gepensioneerden winnen dus niets bij een verhoging van de belastingvrije som of de verhoging van de ondergrens voor een hoger belastingtarief", zegt Andries.

De regering-Michel had 353 miljoen euro beloofd aan de sociale partners om de uitkeringen aan te passen aan de levensduurte. In januari wordt over een nieuw interprofessioneel akkoord (IPA) onderhandeld. "Het akkoord van de sociale partners moet vervolgens gehonoreerd worden door de regering en in wetten gegoten. Het is niet duidelijk of de minimumuitkeringen nu nog verhoogd kunnen worden", waarschuwt Andries. En zo dreigt iedereen die afhankelijk is van een uitkering de dupe te worden van een minderheidsregering in lopende zaken.

Loonkosten

De werkgevers krijgen volgens Partena niet meer ademruimte in 2019 om extra werknemers aan te werven of loonsverhogingen uit te delen. "De regering werkte op verschillende fronten om de lasten op arbeid te verlagen", legt Yves Stox van Partena Professional uit. "Aan de ene kant was er een fiscaal deel en aan de andere kant een sociaal. Voor de loonkosten voor de werkgevers was er een broekzak-vestzakoperatie."

Els Poelman stelt dat verschillende werkgevers zich hebben mispakt aan de daling van de patronale bijdragen. "Het basistarief zakte van 32,4 procent naar 25 procent, maar tegelijk werd een aantal kortingen afgeschaft om alles transparanter te maken. De regering heeft dat nooit verborgen, maar de boodschap is niet overal goed aangekomen. Werkgevers hebben soms extra's gegeven aan hun werknemers die ze zich achteraf bekeken niet konden permitteren."

Stox: "Ook in de ogen van de werknemers zijn de loonkosten voor de werkgevers heel sterk gedaald door de ingrepen van de regering. Zij vragen zich af waarom zij niet hun deel krijgen van wat de werkgevers op zak steken. We zullen zien of de sociale partners tot een akkoord komen over de loonnorm bij de onderhandeling van het IPA. Als ze niet tot een akkoord komen, dan moet de regering beslissen. Dat kan nu wel problematisch zijn."

Enkel de kortingen voor de laagste lonen werden behouden. Poelman: "Voor een sector als de chemie, met nagenoeg alleen maar hoge lonen, vielen die kortingen grotendeels weg en is de impact van de verlaging van het basistarief uitgehold. "Het plafond voor die lage lonen stijgt in 2019, maar nauwelijks, omdat er bij het vastleggen van die plafonds eind 2015 geen rekening is gehouden met de indexatie."