Tot nog toe mochten niet-geconventioneerde artsen - die zich dus niet akkoord verklaarden met de tarieven die het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering had vastgelegd - een extra bedrag aanrekenen voor hun prestaties. Dit noemen we het ereloonsupplement. Die ereloonsupplementen konden behoorlijk oplopen. Neem dat de basisprijs van een verzorging 30 euro is. Als er dan een ereloonsupplement van 300% wordt aangerekend, betekent dit dat de arts 90 euro extra vraagt. De totale factuur komt dan op 120 euro uit, waarvan het ziekenfonds bijvoorbeeld maar 20 euro terugbetaalt en er 100 euro ten laste van de zieke blijft. Het huidige verbod is dan ook ingrijpend. Het aandeel van de geconventioneerde artsen is in sommige specialismen immers zeer zwak. 68% van de dermatologen is niet geconventioneerd, net als 50% van de gynaecologen, 36% van de orthopedisten en 34% van de radiologen. Een ereloonsupplement kan nu alleen nog worden aangerekend in een kamer voor één persoon. (ANA)