De reden waarom de aandelenmarkten het zo goed gedaan hebben, is minder een verrassing. Net als in de vorige drie trimesters trekken de aandelenbeleggers zich op aan in meerderheid meevallende kwartaalresultaten. Als we kijken naar het Amerikaanse resultatenseizoen, dan heeft opnieuw zowat driekwart (77%) van de ondernemingen het beter gedaan dan de gemiddelde analistenschatting. Als we dat doortrekken naar de rest van de geïndustrialiseerde wereld, komen we uit op circa twee op drie. Een ruime meerderheid dus.

Beleggers belonen uitmuntende cijfers van bedrijven als Bekaert en Umicore met fraaie koersstijgingen, ook al zijn de bedrijfsleiders over het algemeen erg gematigd in hun vooruitzichten. Want dat valt toch wel op: de CEO's zijn verre van euforisch. Ze geven geen ronkende verklaringen, maar roepen eerder op tot gematigdheid en voorzichtigheid.

De bedrijfsleiders beseffen maar al te goed dat hun ondernemingen zich nog altijd in een heel moeilijke omgeving bevinden. Het minste dat we kunnen zeggen, is dat de economische herstelbeweging in de Verenigde Staten op zoek is naar een tweede adem. De titel boven dit stuk haalden we bij de bekende Amerikaanse blogger Robert Reich, die niet in het scenario van een double dip recession gelooft, maar wel uitgaat van een one and a half dip recession. Hij stelt samen met ons en vele andere economen vast dat een aantal Amerikaanse economische indicatoren weer terugvallen. De basisoorzaak is uiteraard dat de arbeidsmarkt nauwelijks herstelt, zodat de werkloosheidgraad hoog blijft en de consumenten voorzichtig blijven. Dat vertaalt zich in een laag consumentenvertrouwen, vertragende kleinhandelsverkopen en stagnerende consumptie-uitgaven en persoonlijke inkomens. Bijgevolg hervalt de vastgoedmarkt in de neergang. Tijdelijke belastingvoordelen van de regering Obama zorgden voor een herstel, maar dat bleek kunstmatig, want zodra de maatregelen aflopen, maken de verkoopcijfers weer een diepe duik. Amerikanen sparen nu weer 6% van hun beschikbare inkomen. Dat is een prima zaak voor de gezondheidstoestand van de Amerikaanse economie op lange termijn, maar het is contraproductief voor het economische herstel op korte termijn.

De obligatiemarkten maken zich duidelijk wel zorgen. De rente op overheidsobligaties in landen als de VS en Duitsland is weer flink gezakt. De 2-jarige Amerikaanse rente bedraagt nog amper 0,6%, op tien jaar zitten we ook terug onder 3%. Dat zijn niveaus die eerder neigen naar een angst voor deflatie (algemene daling van het prijzenpeil). We horen een gelijkaardig geluid bij de Fed-directeur van St-Louis, James Bullard, die begin augustus verklaarde dat de Verenigde Staten in de eigen geschiedenis nooit dichter bij een Japan-scenario hebben gestaan. Het land van de rijzende zon sukkelde in de jaren negentig al in een situatie van chronische deflatie en regelmatige recessie. Een toestand waar de tot voor kort tweede grootste economie ter wereld nooit echt structureel meer uit geraakt is.

Paradoxaal genoeg bekijkt de gemiddelde aandelenbelegger die toestand door een minder donkere bril. Vooral institutionele beleggers (verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen) hebben de afgelopen weken weer aandelen (bij)gekocht. Ze rekenen erop dat de centrale banken, en in het bijzonder de Amerikaanse, nog meer aan quantitative easing (kwantitatieve versoepeling door bijvoorbeeld het opkopen van overheidsobligaties of obligaties op basis van hypothecaire leningen) zullen doen en zo de economie weer op gang trekken.

Dat de balans van de grootste en belangrijkste centrale bank ter wereld daardoor verder zal aanzwellen, is blijkbaar een zorg voor later. Tussen het moment waarop wij dit schrijven en u dit leest, liggen de Fed-meeting en -aankondiging. Die zouden wel eens bepalend kunnen zijn voor de evolutie op de financiële markten op korte termijn. Ook het lot van de dollar hangt ermee samen. De klim tegenover de euro ligt duidelijk achter ons. Er is zelfs alweer sprake van carry trades met het groene biljet (goedkoop ontlenen in dollar en herbeleggen in hoogrentende munten) als basismunt. De Amerikanen vinden het goed, want zo kunnen ze inflatie importeren. Maar het is een veeg teken voor het economische herstel in Europa, dat zijn exportbonus snel dreigt te verliezen.

Danny Reweghs

De reden waarom de aandelenmarkten het zo goed gedaan hebben, is minder een verrassing. Net als in de vorige drie trimesters trekken de aandelenbeleggers zich op aan in meerderheid meevallende kwartaalresultaten. Als we kijken naar het Amerikaanse resultatenseizoen, dan heeft opnieuw zowat driekwart (77%) van de ondernemingen het beter gedaan dan de gemiddelde analistenschatting. Als we dat doortrekken naar de rest van de geïndustrialiseerde wereld, komen we uit op circa twee op drie. Een ruime meerderheid dus. Beleggers belonen uitmuntende cijfers van bedrijven als Bekaert en Umicore met fraaie koersstijgingen, ook al zijn de bedrijfsleiders over het algemeen erg gematigd in hun vooruitzichten. Want dat valt toch wel op: de CEO's zijn verre van euforisch. Ze geven geen ronkende verklaringen, maar roepen eerder op tot gematigdheid en voorzichtigheid. De bedrijfsleiders beseffen maar al te goed dat hun ondernemingen zich nog altijd in een heel moeilijke omgeving bevinden. Het minste dat we kunnen zeggen, is dat de economische herstelbeweging in de Verenigde Staten op zoek is naar een tweede adem. De titel boven dit stuk haalden we bij de bekende Amerikaanse blogger Robert Reich, die niet in het scenario van een double dip recession gelooft, maar wel uitgaat van een one and a half dip recession. Hij stelt samen met ons en vele andere economen vast dat een aantal Amerikaanse economische indicatoren weer terugvallen. De basisoorzaak is uiteraard dat de arbeidsmarkt nauwelijks herstelt, zodat de werkloosheidgraad hoog blijft en de consumenten voorzichtig blijven. Dat vertaalt zich in een laag consumentenvertrouwen, vertragende kleinhandelsverkopen en stagnerende consumptie-uitgaven en persoonlijke inkomens. Bijgevolg hervalt de vastgoedmarkt in de neergang. Tijdelijke belastingvoordelen van de regering Obama zorgden voor een herstel, maar dat bleek kunstmatig, want zodra de maatregelen aflopen, maken de verkoopcijfers weer een diepe duik. Amerikanen sparen nu weer 6% van hun beschikbare inkomen. Dat is een prima zaak voor de gezondheidstoestand van de Amerikaanse economie op lange termijn, maar het is contraproductief voor het economische herstel op korte termijn. De obligatiemarkten maken zich duidelijk wel zorgen. De rente op overheidsobligaties in landen als de VS en Duitsland is weer flink gezakt. De 2-jarige Amerikaanse rente bedraagt nog amper 0,6%, op tien jaar zitten we ook terug onder 3%. Dat zijn niveaus die eerder neigen naar een angst voor deflatie (algemene daling van het prijzenpeil). We horen een gelijkaardig geluid bij de Fed-directeur van St-Louis, James Bullard, die begin augustus verklaarde dat de Verenigde Staten in de eigen geschiedenis nooit dichter bij een Japan-scenario hebben gestaan. Het land van de rijzende zon sukkelde in de jaren negentig al in een situatie van chronische deflatie en regelmatige recessie. Een toestand waar de tot voor kort tweede grootste economie ter wereld nooit echt structureel meer uit geraakt is. Paradoxaal genoeg bekijkt de gemiddelde aandelenbelegger die toestand door een minder donkere bril. Vooral institutionele beleggers (verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen) hebben de afgelopen weken weer aandelen (bij)gekocht. Ze rekenen erop dat de centrale banken, en in het bijzonder de Amerikaanse, nog meer aan quantitative easing (kwantitatieve versoepeling door bijvoorbeeld het opkopen van overheidsobligaties of obligaties op basis van hypothecaire leningen) zullen doen en zo de economie weer op gang trekken. Dat de balans van de grootste en belangrijkste centrale bank ter wereld daardoor verder zal aanzwellen, is blijkbaar een zorg voor later. Tussen het moment waarop wij dit schrijven en u dit leest, liggen de Fed-meeting en -aankondiging. Die zouden wel eens bepalend kunnen zijn voor de evolutie op de financiële markten op korte termijn. Ook het lot van de dollar hangt ermee samen. De klim tegenover de euro ligt duidelijk achter ons. Er is zelfs alweer sprake van carry trades met het groene biljet (goedkoop ontlenen in dollar en herbeleggen in hoogrentende munten) als basismunt. De Amerikanen vinden het goed, want zo kunnen ze inflatie importeren. Maar het is een veeg teken voor het economische herstel in Europa, dat zijn exportbonus snel dreigt te verliezen. Danny Reweghs