Tijdens de universitaire studies doen toekomstige artsen en geneesheer-specialisten stages. Die gelden niet als beroepsactiviteit, maar als opleiding. Diezelfde kwalificatie geldt voor de activiteiten die ze in het verlengde van die stages doen zoals hulp bij consultaties van Kind en Gezin, het helpen bij bloedtransfusies of het overnemen van wachtdiensten. Tijdens de stage ontvangen de huisartsen en specialisten in opleiding een vergoeding. Daarop moet ook RSZ worden afgehouden, waarvoor ze het stelsel van de werknemers volgen. De bijdragen zijn echter beperkt tot die voor de ziekte- en invaliditeitsuitkering, arbeidsongevallen, beroepsziekten en kinderbijslag. Voor andere socialezekerheidstelsels als pensioen, werkloosheid of jaarlijkse vakantie dragen ze niet af. Ze bouwen er dan ook geen rechten voor op. Omdat dit RSZ-stelsel niet als voorwaardig wordt aanzien, worden de huisartsen en specialisten in opleiding voor activiteiten buiten het veld van hun stage nu meteen bijdrageplichtig als zelfstandige in hoofdberoep. Die bijdrageplicht als zelfstandige in hoofdberoep geldt met name voor niet-medische activiteiten die de arts in opleiding doet. Zij mogen immers geen betaalde medische nevenactiviteiten verrichten naast hun stage. Doen ze dit wel, dan worden ze ook hiervoor aanzien als zelfstandige in hoofdberoep. Tot 30 juni kunnen er nog wel aansluitingen als zelfstandige in bijberoep zijn. Momenteel beschouwen een aantal artsen in opleiding het overnemen van wachtdiensten namelijk niet als onderdeel van hun opleiding, maar als een zelfstandige bijactiviteit. Die mogelijkheid wordt opgeheven. (Belga)