Voor de scholen is er een formele regeling. Daar geldt als wettelijk vermoeden dat de leerkrachten die toezicht houden aansprakelijk zijn voor een ongeval. De betrokkenen krijgen dan wel de mogelijkheid om die aansprakelijkheid af te wijzen. Bijvoorbeeld door aan te geven dat er geen schuldige is als iemand over zijn eigen voeten struikelt. Of door te bewijzen dat zelfs met een normaal toezicht het ongeval niet te vermijden was. In de praktijk hebben de meeste scholen een verzekering die zowel de ongevallen met een aansprakelijke dekt als de ongevallen waarbij geen schuldige kan worden aangeduid. Bij jeugdbewegingen ligt dit anders. Hier bestaat geen wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid. Dit betekent dat de bewijslast verschuift. Het slachtoffer moet hier zelf bewijzen dat er schade is, dat er een aansprakelijke is en dat er een verband is tussen een daad van de aansprakelijke en het schadegeval. De slachtoffers kunnen daarvoor een beroep doen op de eventuele rechtsbijstandsdekking die deel uitmaakt van hun familiale verzekering of van een aparte polis, stelt de beroepsorganisatie van de verzekeraars Assuralia. In de praktijk valt het meestal trouwens nog mee. Heel wat jeugdbewegingen hebben een verzekeringspolis die niet alleen voorziet in een tussenkomst bij aansprakelijkheid, maar ook in het geval er geen schuldige kan worden aangeduid. (Belga)

Voor de scholen is er een formele regeling. Daar geldt als wettelijk vermoeden dat de leerkrachten die toezicht houden aansprakelijk zijn voor een ongeval. De betrokkenen krijgen dan wel de mogelijkheid om die aansprakelijkheid af te wijzen. Bijvoorbeeld door aan te geven dat er geen schuldige is als iemand over zijn eigen voeten struikelt. Of door te bewijzen dat zelfs met een normaal toezicht het ongeval niet te vermijden was. In de praktijk hebben de meeste scholen een verzekering die zowel de ongevallen met een aansprakelijke dekt als de ongevallen waarbij geen schuldige kan worden aangeduid. Bij jeugdbewegingen ligt dit anders. Hier bestaat geen wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid. Dit betekent dat de bewijslast verschuift. Het slachtoffer moet hier zelf bewijzen dat er schade is, dat er een aansprakelijke is en dat er een verband is tussen een daad van de aansprakelijke en het schadegeval. De slachtoffers kunnen daarvoor een beroep doen op de eventuele rechtsbijstandsdekking die deel uitmaakt van hun familiale verzekering of van een aparte polis, stelt de beroepsorganisatie van de verzekeraars Assuralia. In de praktijk valt het meestal trouwens nog mee. Heel wat jeugdbewegingen hebben een verzekeringspolis die niet alleen voorziet in een tussenkomst bij aansprakelijkheid, maar ook in het geval er geen schuldige kan worden aangeduid. (Belga)