Als een werknemer een vergoeding krijgt voor zijn verplaatsingen van en naar het werk, dan wordt dit gezien als een voordeel in natura. En daarop moeten belastingen worden betaald. Toch is een deel van dat bedrag vrijgesteld. Bij een terugbetaling van de kosten voor mensen die met het openbaar vervoer komen, is het hele bedrag vrijgesteld van belastingen. Gaat het om een terugbetaling van kosten voor mensen die gebruik maken van door de werkgever georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, dan geldt de vrijstelling ten belope van de prijs van een treinabonnement. En voor wie met de eigen wagen komt, is dat 350 euro (voor indexering). De vrijstellingen gelden weliswaar alleen indien de belastingplichtige zijn werkelijke beroepskosten niet inbrengt en zich dus tevreden stelt met de forfaitaire bepaling ervan door de fiscus. Het Rekenhof liet de verwerking van 140 belastingaangiften door de fiscus opnieuw bekijken. Daaruit blijkt dat vooral mensen die met de eigen wagen rijden fouten maken in hun aangifte. Niet zelden nemen ze het hele bedrag van de vergoeding op als vrijstelling, terwijl ze slechts recht hebben op het geplafonneerde bedrag van 350 euro. Maar ook de fiscus gaat deerlijk in de fout, stelt het Rekenhof. Uit de opnieuw onderzochte dossiers bleek dat 23 belastingplichtigen een volledige vrijstelling konden bekomen, hoewel de werkgever niet aangaf dat het om een terugbetaling van openbaar vervoer ging en de belastingplichtigen evenmin naar een bewijs daarvan werd gevraagd. In 85 dossiers werd het aangegeven bedrag wel gewijzigd door de taxatieambtenaar. Volgens de procedure moet die daarvoor aan de belastingplichtige een bericht van wijziging sturen om hem de kans te geven hierop alsnog te reageren. Dit gebeurde echter slechts in 26 gevallen, wat neerkomt op 31 procent. In de meerderheid van de wijzigingen werd de aangifte eenzijdig veranderd en werden de rechten van de belastingplichtige geschonden. (Belga)

Als een werknemer een vergoeding krijgt voor zijn verplaatsingen van en naar het werk, dan wordt dit gezien als een voordeel in natura. En daarop moeten belastingen worden betaald. Toch is een deel van dat bedrag vrijgesteld. Bij een terugbetaling van de kosten voor mensen die met het openbaar vervoer komen, is het hele bedrag vrijgesteld van belastingen. Gaat het om een terugbetaling van kosten voor mensen die gebruik maken van door de werkgever georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, dan geldt de vrijstelling ten belope van de prijs van een treinabonnement. En voor wie met de eigen wagen komt, is dat 350 euro (voor indexering). De vrijstellingen gelden weliswaar alleen indien de belastingplichtige zijn werkelijke beroepskosten niet inbrengt en zich dus tevreden stelt met de forfaitaire bepaling ervan door de fiscus. Het Rekenhof liet de verwerking van 140 belastingaangiften door de fiscus opnieuw bekijken. Daaruit blijkt dat vooral mensen die met de eigen wagen rijden fouten maken in hun aangifte. Niet zelden nemen ze het hele bedrag van de vergoeding op als vrijstelling, terwijl ze slechts recht hebben op het geplafonneerde bedrag van 350 euro. Maar ook de fiscus gaat deerlijk in de fout, stelt het Rekenhof. Uit de opnieuw onderzochte dossiers bleek dat 23 belastingplichtigen een volledige vrijstelling konden bekomen, hoewel de werkgever niet aangaf dat het om een terugbetaling van openbaar vervoer ging en de belastingplichtigen evenmin naar een bewijs daarvan werd gevraagd. In 85 dossiers werd het aangegeven bedrag wel gewijzigd door de taxatieambtenaar. Volgens de procedure moet die daarvoor aan de belastingplichtige een bericht van wijziging sturen om hem de kans te geven hierop alsnog te reageren. Dit gebeurde echter slechts in 26 gevallen, wat neerkomt op 31 procent. In de meerderheid van de wijzigingen werd de aangifte eenzijdig veranderd en werden de rechten van de belastingplichtige geschonden. (Belga)