De seizoenarbeid is beperkt tot alle ondernemingen die vallen onder de paritaire comités 144 en 145. Het gaat om land- of tuinbouwondernemingen en meer bepaald deze die zich bezighouden met fruitteelt of groenteteelt. De aanleg van parken en tuinen is hiervan echter uitgesloten. Een werkgever kan onbeperkt beroep doen op seizoenarbeiders, behalve in de champignonteelt waar een beperking geldt van 156 dagen per kalenderjaar. Voor de werknemers gelden wel beperkingen. Zij kunnen in de tuinbouw maximaal 65 dagen per kalenderjaar aan seizoenarbeid doen. In de landbouw ligt de grens zelfs op 30 dagen. Een uitzondering is er wel voor de witloofteelt. Daar kan men tot 100 dagen gaan. Wie een tijdje voor een land- of tuinbouwer heeft gewerkt, kan nadien dus nog aan de slag in de witloofsector. Seizoenarbeiders mogen per dag maximaal 11 uur werken. Op weekbasis ligt de grens op 50 uur. Het minimumloon in de landbouw bedraagt 8,70 euro per uur. In de fruit- en groenteteelt is dat 8,51 euro. En bij bloemisten 9,32 euro. Seizoenarbeiders betalen doorgaans geen sociale bijdragen op hun verdiensten. Voor de werkgevers zijn de patronale sociale lasten beperkt. Ze worden op een laag forfaitair dagloon berekend. In de landbouw bedragen ze 6,93 euro per dag, in de tuinbouw is dat 7,13 euro, in de bloemisterijen 6,39 euro en bij de witlooftelers 8,91 euro. (Belga)

De seizoenarbeid is beperkt tot alle ondernemingen die vallen onder de paritaire comités 144 en 145. Het gaat om land- of tuinbouwondernemingen en meer bepaald deze die zich bezighouden met fruitteelt of groenteteelt. De aanleg van parken en tuinen is hiervan echter uitgesloten. Een werkgever kan onbeperkt beroep doen op seizoenarbeiders, behalve in de champignonteelt waar een beperking geldt van 156 dagen per kalenderjaar. Voor de werknemers gelden wel beperkingen. Zij kunnen in de tuinbouw maximaal 65 dagen per kalenderjaar aan seizoenarbeid doen. In de landbouw ligt de grens zelfs op 30 dagen. Een uitzondering is er wel voor de witloofteelt. Daar kan men tot 100 dagen gaan. Wie een tijdje voor een land- of tuinbouwer heeft gewerkt, kan nadien dus nog aan de slag in de witloofsector. Seizoenarbeiders mogen per dag maximaal 11 uur werken. Op weekbasis ligt de grens op 50 uur. Het minimumloon in de landbouw bedraagt 8,70 euro per uur. In de fruit- en groenteteelt is dat 8,51 euro. En bij bloemisten 9,32 euro. Seizoenarbeiders betalen doorgaans geen sociale bijdragen op hun verdiensten. Voor de werkgevers zijn de patronale sociale lasten beperkt. Ze worden op een laag forfaitair dagloon berekend. In de landbouw bedragen ze 6,93 euro per dag, in de tuinbouw is dat 7,13 euro, in de bloemisterijen 6,39 euro en bij de witlooftelers 8,91 euro. (Belga)