Michaël Van Droogenbroeck: 'Geen opvoeding met het mes op de keel'

VRT-journalist Michaël Van Droogenbroeck probeert zijn twee zoontjes van acht en elf jaar vertrouwd te maken met geldzaken. "We hebben geen bewuste strategie of een lespakket klaarliggen", zegt hij. "Maar als de gelegenheid zich aandient, leggen we hen wel al enkele zaken uit. De meeste vragen komen spontaan, wanneer we bijvoorbeeld in de winkel zijn of ze voor hun verjaardag een centje krijgen. We proberen hen vooral enkele dingen ad hoc mee te geven, veeleer dan er met het mes op de keel allerlei kennis in te drammen."

Structureel zakgeld is voorlopig nog niet aan de orde. "Tijdens onze jongste citytrip gaven we aan onze zonen 10 euro, waarmee ze zelf iets mochten kopen gedurende de trip. Daar probeerden we hen toch voorzichtig te begeleiden en hen te stimuleren om goed na te denken over wat ze daarmee echt wilden kopen. Uiteindelijk hadden ze aan het einde zelfs nog geld over."

'Tijdens onze jongste citytrip gaven we aan onze zonen 10 euro, waarmee ze zelf iets mochten kopen.'

Ook beleggingen kwamen al weleens ter sprake. "Vorig jaar wilde mijn oudste zoon weten wat de beurzen waren. Dat heb ik aangegrepen om samen met hem een virtuele portefeuille te openen met drie aandelen. Sindsdien volgden we geregeld de aandelenkoersen. Aanvankelijk vond hij dat heel boeiend, maar die interesse deemsterde na enkele keren alweer weg."

Freddy Van den Spiegel: 'De beurs is maar een klein deel van de financiële opvoeding'

Freddy Van den Spiegel, hoogleraar aan de VUB, heeft de tijd van de financiële opvoeding al een tijdje achter zich gelaten. Zijn zoon en zijn dochter zijn 39 jaar. "Ze kregen het met de paplepel ingelepeld dat we leven in een wereld met financiële en economische onzekerheden. Niet dat financiën een echt gespreksonderwerp was met de kinderen, maar ik sprak wel over mijn baan en daar pikten ze natuurlijk dingen van op."

Zodra ze aan hun hogere studie begonnen, stimuleerde hij zijn kinderen om zo veel mogelijk op eigen benen te staan. "Ze kregen geld, maar daarmee moesten ze wel alles zelf financieren: de huur van hun kamer, hun kleding en hun vrije tijd. Dat was de beste leerschool. Ze konden nog fouten maken, maar zonder fatale gevolgen."

Toen de kinderen aan het werk gingen en konden sparen, kwam de vraag hoe ze dat het beste aanpakten. "Samen hebben we een soort beleggingsclub opgericht. We stortten allemaal geld in een gemeenschappelijke pot en elke drie maanden zaten we even samen om nieuwe ideeën te bespreken. Daar hebben ze veel van opgestoken. Toch was het niet mijn bedoeling hen echt op te leiden als belegger. De beurs is slechts een klein onderdeel van financiële opvoeding. Er zijn zeker nog belangrijkere aspecten."

Ingrid stevens: 'Mijn kinderen krijgen meer kansen dan geld'

Ingrid Stevens, bestuurder bij Leo Stevens Private Banking, zit geregeld samen met cliënten en hun kinderen om de jonge garde gevoelig te maken voor financiële thema's. "Jongeren denken vaak niet genoeg na bij belangrijke beslissingen. Ze willen snel samen een huis kopen omdat de rente zo laag is, maar beseffen niet wat de gevolgen zijn als ze niet getrouwd zijn of geen afspraken maken over hun deel van de inbreng."

Ook bij haar eigen kinderen - Stevens heeft twee dochters en een zoon, twintigers - was financiële opvoeding belangrijk. "Ze kregen zakgeld vanaf hun twaalfde. Daar zijn ze heel zelfstandig door geworden. Ik keek wel wat toe, om erover te waken dat hun uitgaven overeenstemden met de normen en waarden van ons gezin."

'De kinderen moesten ook een bijdrage betalen toen ze werkten, maar nog thuis woonden.'

Bij haar dochters drong ze er ook altijd op aan ervoor te zorgen dat ze financieel onafhankelijk zouden zijn. "Ik kom uit een omgeving waar vrouwen vaak thuisbleven voor de kinderen, ook al hadden ze een universitair diploma. Bij een echtscheiding leidde dat vaak tot drama's. Door daar veel over te praten en het goede voorbeeld te geven, heb ik geprobeerd mijn dochters daarvoor te behoeden."

De kinderen moesten ook een bijdrage betalen toen ze werkten, maar nog thuis woonden. Dat geld vloeide naar een soort bouwrekening op hun naam. "Ze moesten vooral beseffen wat het leven echt kost, zodat ze niet ineens verrast werden als ze volledig op eigen benen gingen staan."

De grootste uitdaging? "Mijn kinderen leven in een bevoorrechte omgeving. Ik heb het er echt ingeramd dat verdienste voorrang heeft op afkomst. Ik heb hen altijd vooral veel kansen willen geven, veel meer dan geld. Dat was niet altijd makkelijk. Soms spiegelden ze zich aan vrienden en vonden ze dat ik naar hen toe veel te gierig was. Het is zelfs gebeurd dat ze soms geld leenden bij vrienden. Dat maakte me woest. Geld mocht nooit vanzelfsprekend zijn. En nu merk ik dat ze zich ook ergeren aan mensen die lichtzinnig omspringen met geld."