De verloning van burgemeester en schepenen is in de eerste plaats gekoppeld aan dat van een Vlaams parlementslid. Die laatste vangt een jaarloon van 53.511,00 euro (niet geïndexeerd basisbedrag uit 2007) bruto. Om tot het huidige bedrag te komen, moet u dat met index 1,6084 vermenigvuldigen. Een burgemeester vangt daar een percentage van. Hoe meer inwoners zijn gemeente telt, hoe hoger dat percentage. Bij een kleine leefgemeenschap tussen 3000 en 4000 zielen is dat 46,0316%. Voor een gemeente van 15.001 tot 20.000 inwoners wordt dat 73,7311%. Voor een stad of gemeente tussen 35.001 en 50.000 komt de burgervader aan 99,1374%. Boven de 50.000 inwoners is men financieel zelfs beter af als burgemeester dan als Vlaams parlementslid. Men vangt dan 116,2602% van de vergoeding van wie in Brussel actief is. In een stad tussen 80.001 en 150.000 is dat 140,1516%. En boven de 150.001 zoals Antwepen en Gent gaat het om 151,0897%. De burgemeesters van Gent en Antwerpen komen daardoor vandaag aan een (geïndexeerde) jaarwedde van 130.038,51 euro. De vergoeding van de schepenen en de OCMW-voorzitter is hieraan gekoppeld. Zij krijgen 60% van de vergoeding voor een burgemeester. Althans in een gemeente tot 50.000 inwoners. In grotere gemeenten stijgt dat tot 75 procent van de wedde van de burgemeester. De OCMW-voorzitter en de schepenen in Gent en Antwerpen komen daardoor aan 97.528,88 euro. Schepenen in een stad van bijna 50.000 inwoners kunnen dus een mooie sprong maken indien er nog een paar inwoners bijkomen. Niet alleen komen ze dan in een hogere categorie terecht, ze maken ook nog eens een sprong van 60% naar 75%. In 2013 zou dat een evolutie van 51.194,81 euro naar 75.046,33 euro per jaar betekenen. Elke burgemeester of schepen mag bovendien nog cumuleren. Men kan dus tegelijk parlementslid en burgemeester of schepen zijn. Als het gaat over een cumul van openbare mandaten mag de totaliteit van de vergoedingen evenwel niet hoger liggen dan 150% van de vergoeding van een Vlaams parlementslid. Let wel: de parlementsleden krijgen boven hun verloning nog een belastingvrije onkostenvergoeding. Die blijft buiten de berekening. (DLA)

De verloning van burgemeester en schepenen is in de eerste plaats gekoppeld aan dat van een Vlaams parlementslid. Die laatste vangt een jaarloon van 53.511,00 euro (niet geïndexeerd basisbedrag uit 2007) bruto. Om tot het huidige bedrag te komen, moet u dat met index 1,6084 vermenigvuldigen. Een burgemeester vangt daar een percentage van. Hoe meer inwoners zijn gemeente telt, hoe hoger dat percentage. Bij een kleine leefgemeenschap tussen 3000 en 4000 zielen is dat 46,0316%. Voor een gemeente van 15.001 tot 20.000 inwoners wordt dat 73,7311%. Voor een stad of gemeente tussen 35.001 en 50.000 komt de burgervader aan 99,1374%. Boven de 50.000 inwoners is men financieel zelfs beter af als burgemeester dan als Vlaams parlementslid. Men vangt dan 116,2602% van de vergoeding van wie in Brussel actief is. In een stad tussen 80.001 en 150.000 is dat 140,1516%. En boven de 150.001 zoals Antwepen en Gent gaat het om 151,0897%. De burgemeesters van Gent en Antwerpen komen daardoor vandaag aan een (geïndexeerde) jaarwedde van 130.038,51 euro. De vergoeding van de schepenen en de OCMW-voorzitter is hieraan gekoppeld. Zij krijgen 60% van de vergoeding voor een burgemeester. Althans in een gemeente tot 50.000 inwoners. In grotere gemeenten stijgt dat tot 75 procent van de wedde van de burgemeester. De OCMW-voorzitter en de schepenen in Gent en Antwerpen komen daardoor aan 97.528,88 euro. Schepenen in een stad van bijna 50.000 inwoners kunnen dus een mooie sprong maken indien er nog een paar inwoners bijkomen. Niet alleen komen ze dan in een hogere categorie terecht, ze maken ook nog eens een sprong van 60% naar 75%. In 2013 zou dat een evolutie van 51.194,81 euro naar 75.046,33 euro per jaar betekenen. Elke burgemeester of schepen mag bovendien nog cumuleren. Men kan dus tegelijk parlementslid en burgemeester of schepen zijn. Als het gaat over een cumul van openbare mandaten mag de totaliteit van de vergoedingen evenwel niet hoger liggen dan 150% van de vergoeding van een Vlaams parlementslid. Let wel: de parlementsleden krijgen boven hun verloning nog een belastingvrije onkostenvergoeding. Die blijft buiten de berekening. (DLA)