De invoering van het eenheidsstatuut heeft de opzegtermijnen en de berekeningswijze van de opzegvergoedingen voor iedere werknemer gelijk gemaakt. Althans voor de arbeiders en bedienden die sinds 1 januari 2014 in dienst zijn getreden. Voor wie al voor 1 januari 2014 in dienst was, wordt de opzegtermijn en -vergoeding nog in twee delen berekend. Een deel volgens de regels die tot eind 2013 van kracht waren en een bijkomend deel voor het deel van hun loopbaan sinds 2014. Deze berekening is nadelig voor de arbeiders. Tot eind 2013 genoten zij van een minder gunstige opzegregeling dan de bedienden. Hieraan wordt nu een mouw gepast door een extra vergoeding die door de RVA zal worden betaald. De RVA betaalt namelijk het verschil tussen wat ze effectief ontvangen van hun werkgever en wat ze zouden hebben gekregen, mocht hun loopbaan volledig zijn opgebouwd sinds 2014. De compensatie door de RVA is vrijgesteld van belastingen. Er moeten ook geen socialezekerheidsbijdragen op worden betaald. Arbeiders die menen recht te hebben op deze compensatie van de RVA moeten die zelf aanvragen. In concreto gaat het om mensen met minstens 20 jaar anciënniteit op 1 januari 2014, minstens 15 jaar anciënniteit op 1 januari 2015, minstens 10 jaar anciënniteit op 1 januari 2016 en minder dan 10 jaar anciënniteit op 1 januari 2017. (Belga)