De euromunten hebben een Europese zijde en een nationale zijde. De Europese zijde is ontworpen door de Belg Luc Luycx, voor de nationale munten kon elk land een eigen ontwerper aanstellen. Maar waar de muntjes ook werden geslagen en welke nationale zijde ze ook hebben, ze mogen in de hele Europese Unie worden gebruikt als betaalmiddel. De Griekse euromuntjes zijn dus evenveel waard als de Duitse. De nationale zijden van de euromunten veranderen in principe niet. Hierop zijn wel een viertal uitzonderingen. Ten eerste bij de toetreding van een nieuw land dat de euro invoert. Dan mag dat land zijn eigen nationale zijde toevoegen. Ten tweede indien de Europese Centrale Bank dit vereist. Dat was het geval toen de ECB een vermelding van het land oplegde op de nationale zijde. Onder meer de Belgische muntjes zijn toen licht aangepast. De 'B' werd daarbij van de muntrand naar de binnencirkel gebracht, samen met de gekroonde A. Drie: als de gemeenschappelijke zijde zou worden aangepast, mag de nationale zijde ook wijzigen. En vier: bij een nieuw staatshoofd. Hierop kan Nederland zich straks beroepen om een nieuwe munt met de beeltenis van Koning Willem Alexander introduceren. De oude munten met Beatrix erop blijven niettemin geldig. Daarnaast heeft elk land ook de mogelijkheid om herdenkingsmunten uit te geven naar aanleiding van een speciale feestdag of gebeurtenis. Dit moet dan wel gebeuren met het muntstuk van twee euro. Elk land mag dit eenmaal per jaar doen. De herdenkingsmunten hebben dezelfde waarde als de klassieke munten. Worden herdenkingsmunten in andere waardes uitgegeven - bijvoorbeeld 50 euro - dan hebben die geen Europese betaalkracht. (ANA)

De euromunten hebben een Europese zijde en een nationale zijde. De Europese zijde is ontworpen door de Belg Luc Luycx, voor de nationale munten kon elk land een eigen ontwerper aanstellen. Maar waar de muntjes ook werden geslagen en welke nationale zijde ze ook hebben, ze mogen in de hele Europese Unie worden gebruikt als betaalmiddel. De Griekse euromuntjes zijn dus evenveel waard als de Duitse. De nationale zijden van de euromunten veranderen in principe niet. Hierop zijn wel een viertal uitzonderingen. Ten eerste bij de toetreding van een nieuw land dat de euro invoert. Dan mag dat land zijn eigen nationale zijde toevoegen. Ten tweede indien de Europese Centrale Bank dit vereist. Dat was het geval toen de ECB een vermelding van het land oplegde op de nationale zijde. Onder meer de Belgische muntjes zijn toen licht aangepast. De 'B' werd daarbij van de muntrand naar de binnencirkel gebracht, samen met de gekroonde A. Drie: als de gemeenschappelijke zijde zou worden aangepast, mag de nationale zijde ook wijzigen. En vier: bij een nieuw staatshoofd. Hierop kan Nederland zich straks beroepen om een nieuwe munt met de beeltenis van Koning Willem Alexander introduceren. De oude munten met Beatrix erop blijven niettemin geldig. Daarnaast heeft elk land ook de mogelijkheid om herdenkingsmunten uit te geven naar aanleiding van een speciale feestdag of gebeurtenis. Dit moet dan wel gebeuren met het muntstuk van twee euro. Elk land mag dit eenmaal per jaar doen. De herdenkingsmunten hebben dezelfde waarde als de klassieke munten. Worden herdenkingsmunten in andere waardes uitgegeven - bijvoorbeeld 50 euro - dan hebben die geen Europese betaalkracht. (ANA)