Ouders schenken vaak gemeenschappelijke goederen aan hun kinderen. Dat kunnen zowel roerende goederen zijn (geld, effecten of een oldtimer) als onroerende goederen (een huis, een appartement aan zee, een bouwgrond). Meer dan drie op de vier koppels zijn getrouwd volgens het wettelijk stelsel. Hun goederen zijn dan gemeenschappelijk, omdat die zijn verworven met inkomsten uit een beroep of met beleggingen die de huwelijkspartners hebben gedaan tijdens hun huwelijk. Enkel goederen die een van de partners al bezat voor het huwelijk of die hij tijdens het huwelijk heeft gekregen of geërfd, zijn dan eigen vermogen.

Bij een zuivere scheiding van goederen is dat anders. De beroepsinkomsten en de inkomsten uit beleggingen zijn dan altijd eigen aan een van de partners. Maar ook in dat stelsel doen echtgenoten geregeld samen belangrijke aankopen. Die goederen, bijvoorbeeld de gezinswoning, behoren aan beide echtgenoten toe, elk voor de helft in onverdeeldheid.

Gemeenschapsgoederen worden door beide echtgenoten geschonken. Iedere echtgenoot moet minstens toestemmen met die schenking. Eigen goederen kunnen door één echtgenoot worden geschonken. Er geldt wel een bijzondere bescherming voor de gezinswoning, zodat die niet zomaar kan worden weggeschonken door een van de echtgenoten. Beide partners moeten in de akte instemmen met de schenking.

Bij een schenking van gemeenschapsgoederen treden beide ouders gezamenlijk op in dezelfde akte of hetzelfde bewijsdocument. Als tegelijk zowel gemeenschappelijke als eigen goederen worden geschonken, of eigen goederen van de partners worden geschonken, kan dat in één akte of bewijsdocument, hoewel het in feite gaat om meerdere schenkingen. Wordt voor een bank- of handgift gewerkt met aangetekende brieven, dan mag de eerste aangetekende brief uitgaan van beide ouders en mag de tweede brief zijn gericht aan beide ouders samen.