De nooit geziene overstromingen in het zuiden van ons land werden gevolgd door een al even uitzonderlijke golf van solidariteit. Meteen doken ook de eerste pijnpunten op: een gebrek aan coördinatie, vrijwilligers die niet aan het werk werden gezet, voedsel dat verloren ging en een overvloed aan spullen die niemand nodig had. Al snel rees de vraag of al die inspanningen wel goed besteed waren. Dat is de vraag die ook de effectief altruïsten bezighoudt.
...

De nooit geziene overstromingen in het zuiden van ons land werden gevolgd door een al even uitzonderlijke golf van solidariteit. Meteen doken ook de eerste pijnpunten op: een gebrek aan coördinatie, vrijwilligers die niet aan het werk werden gezet, voedsel dat verloren ging en een overvloed aan spullen die niemand nodig had. Al snel rees de vraag of al die inspanningen wel goed besteed waren. Dat is de vraag die ook de effectief altruïsten bezighoudt. Effectief altruïsme (EA) is een filosofie - sommigen spreken van een sociale beweging - die voorschrijft dat mensen een maximale positieve impact moeten proberen te realiseren op basis van wetenschappelijk onderzoek en rationale beslissingen. De peetvader is de Australische moraalfilosoof Peter Singer, die zijn ideeën samenvatte in het boek The most good you can do. "Effectief altruïsme is gebaseerd op een heel eenvoudig idee: we moeten zo veel mogelijk goed doen", schrijft hij. Ook in ons land wint het effectief altruïsme aanhang. Bij EA Vlaanderen, een dochter van de internationale EA-organisatie, kunt u terecht voor onder meer workshops, lezingen en advies over de meest effectieve goede doelen. "Onderzoek toont dat een kleine minderheid van de goede doelen niet een paar procenten, maar tien tot honderd keer meer goed doen. Het loont dus heel hard de moeite na te gaan welke goede doelen dat zijn", zegt Stijn Bruers, doctor in de wetenschappen en de moraalfilosofie, onderzoeker, activist en voorzitter van EA Vlaanderen. EA bouwt voort op het idee van Peter Singer dat mensen minstens een flink deel van de middelen die ze overhebben moeten inzetten om de wereld te verbeteren, als ze een beetje ethisch willen leven. Veel effectief altruïsten brengen dat in praktijk met de belofte - een pledge - om minstens 10 procent van hun inkomen weg te geven. "EA begon zo'n tien jaar geleden aan populariteit te winnen, vooral bij mensen die veel verdiend hebben op de beurs", vertelt Bruers. "Bij hen zie je die beleggersmentaliteit: als ik een deel van mijn geld weggeef, waar brengt dat dan het meest op? In hun onderzoek zijn ze erop uitgekomen dat een kleine minderheid van goede doelen veel effectiever is." Sommige EA-aanhangers trekken de redenering nog verder door en geven niet alleen een deel van hun inkomen weg, maar laten zich door dezelfde principes leiden in hun professionele leven. In de universitaire wereld kiezen onderzoekers bijvoorbeeld bewust voor een domein waar ze verwachten meer bij te dragen aan een betere wereld. Anderen vinden er een reden in om pakweg een dikbetaalde zakenbankier te worden of zo snel mogelijk een onderneming uit te bouwen en te verkopen. Door snel rijk te worden kunnen ze nu eenmaal meer weggeven en dus impact creëren. Ook organisaties passen de principes van effectief altruïsme toe. "We kijken zo veel mogelijk naar het resultaat. Hoe bereiken we de grootste impact? Dat lijkt een open deur intrappen, en toch zijn veel organisaties daar niet voldoende mee bezig", zegt Tobias Leenaert, medeoprichter van ProVeg International, een organisatie die het bewustzijn rond dierlijke voeding beoogt te vergroten. "We hebben bijvoorbeeld een doelgericht beleid voor dieren. Hoe kunnen we het welzijn van zo veel mogelijk dieren zo veel mogelijk verbeteren? Anders is het verspilling van onze inspanningen." De vleesindustrie is een van de favoriete doelwitten van de effectief altruïsten (zie kader De vuistregels van effectief altruïsme). "Vooral de leefomstandigheden van kippen zijn vaak stuitend, met veel te veel dieren op een veel te kleine oppervlakte", stelt Leenaert. "Vanuit klimaatoogpunt zou je nog kunnen opperen rundvlees te vervangen door meer kippenvlees, maar er zijn 250 kippen nodig om het vlees van één koe te produceren. Als je zoekt hoe je het meest goed kunt doen, moet je de mensen er vooral toe aanzetten plantaardig voedsel te eten." Ook de overheid kan best wat meer effectief altruïstisch zijn. "Zij heeft de plicht onpartijdig te zijn. Dus zou ze meer moeten nadenken als een effectief altruïst", argumenteert Bruers. "Neem het klimaatbeleid. Elk land is vooral bezig met zijn eigen doelstellingen. Misschien is het effectiever meer middelen in onderzoek en ontwikkelingen te investeren. Vanuit het oogpunt van de wereld is het zinvoller te investeren in betere borstels voor iedereen dan elk voor eigen deur te vegen." De opgang van effectief altruïsme blijft niet zonder kritiek. Veel mensen voelen er zich bijvoorbeeld ongemakkelijk bij dat een prijs op een mensenleven wordt geplakt (zie kader Effectief altruïsme in de praktijk). "Hoe kun je anders keuzes maken?" werpt Leenaert tegen. "En zelfs al plak je er geen bedrag op, impliciet doe je het toch, al zijn het de opportuniteitskosten. Bij alles wat je doet, doe je ook iets niet." Niet toevallig is de belangrijkste kritiek op de effectief altruïsten dat ze te economisch denken. Die bezorgdheid uit onder meer Jacques Mevis van het 4de Pijlersteunpunt, dat voor de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging (11.11.11) ondersteuning biedt aan 850 burgerinitiatieven in ontwikkelingssamenwerking. "Ik ben het eens dat we moeten nadenken over wat werkt en wat niet en over de duurzaamheid van projecten, maar effectief altruïsten gaan wel heel erg ver in hun economische redenering", zegt Mevis."Stel dat ik 1000 euro wil geven. Waar brengt die het meest op? Investeren we enkel nog in talentvolle en slimme kinderen, en niet meer in kinderen met een verstandelijke handicap in Burkina Faso, zoals een van de 4de Pijlerprojecten doet? Of wat met projecten die meisjes in Afghanistan de kans geven om naar school te gaan? In dat land zetten we nu een enorme stap terug. Moeten we dan geen vrouwenorganisaties in Afghanistan meer steunen?" "Ik ben zelf filosoof van opleiding en geef toe dat er een zekere aantrekkelijkheid zit in de logica van het effectief altruïsme", oordeelt Mevis. "Alleen mag je niet vergeten dat je nog altijd met mensen werkt. En met bepaalde projecten bereik je net heel kwetsbare groepen." Dat is voor Mevis ook het belangrijkste argument in de discussie of hulp aan de slachtoffers van de overstromingen goed besteed is. "Is alles goed gelopen in Wallonië? Worden de middelen effectief ingezet en hoe kan het beter? Dat zijn vragen die we moeten durven stellen. Maar ik zag net nog op tv hoe mensen die aan zee wonen slachtoffers uit Pepinster een vakantie aanboden. Lost dat iets op? Natuurlijk niet. En toch is het mooi dat ze dat doen. Je moet vooral steun geven waar je je goed bij voelt." Bruers besluit met een pleidooi voor een pragmatische aanpak. "Je zou je inkomen kunnen indelen in drie potjes. Een eerste met geld voor jezelf, dat je egoïstisch kunt besteden. Een tweede potje voor persoonlijk altruïsme, met geld voor bijvoorbeeld een vriend of een goed doel dat je een warm hart toedraagt. Dat is daarom nog niet ineffectief of slecht besteed. Het derde potje dient voor onpartijdig en effectief altruïsme, bijvoorbeeld 10 procent van je inkomen. Want je kunt beter 10 procent aan een goed goed doel geven dan al je geld aan een minder goed doel."