Zoals vorige week al aangehaald werd, was dit jaar een rampzalig economisch jaar, maar wel een sterk jaar voor nagenoeg alle financiële markten. Die hadden hun rampspoed in 2008 immers al gehad. Maar wat brengt 2010 en bij uitbreiding het volgende decennium ons? Laten we met volgend jaar beginnen.

We namen deel aan de rondetafel over de beursvooruitzichten voor 2010 van ons zusterblad Moneytalk. Daar bevestigden we dat we nog steeds in het optimistische kamp zitten. We hebben daarvoor een viertal basisargumenten. Ten eerste hebben de beurzen volgend jaar geen sterk economisch herstel in de geïndustrialiseerde wereld nodig om te stijgen. Integendeel, een traag economisch herstel in het Westen is het best, want het garandeert de aandelenmarkten nog een langere periode van goedkoop of zelfs gratis geld. Vooral in combinatie met wel meer dan behoorlijke groeicijfers in de opkomende landen, zoals China.

De lage rente bij ons verhoogt ook de aantrekkingskracht van aandelen tegenover vastrentende beleggingen. Ten tweede hebben de bedrijven op een nooit eerder geziene manier bespaard, zodat ook zij nog een tijdje geen stevig economisch herstel nodig hebben om bevredigende winstcijfers te behalen. Ten derde is de beleggingspsychologie in het algemeen nog steeds zeer angstig en weinig gunstig voor aandelen. Dat verklaart dan ook waarom er nog zoveel geld aan de zijlijn staat. Liquiditeiten brengen in nominale termen nochtans weinig tot niets op. Dat kan in de loop van 2010 een liquiditeitensneeuwbal richting de aandelenmarkten op gang brengen. Het TINA-fenomeen, met andere woorden. Ten vierde zijn aandelen nog redelijk gewaardeerd. De gemiddelde waardering ligt nog steeds onder het historische gemiddelde en een hele reeks aandelen noteert nog onder boekwaarde. Ook van daaruit zien we voorlopig weinig bedreiging voor de aandelenmarkten.

We zeggen wel 'voorlopig'. Een depressie werd vermeden met een politiek van 'gratis geld' door de centrale bankiers en door het toestaan van grote overheidstekorten met de bijhorende extra schuldenopbouw door de westerse overheden. Een groot experiment, want zoiets werd nooit eerder uitgeprobeerd. Maar de kost ervan moet nog worden betaald. Voor ons is het economische herstel dan ook kunstmatig en tijdelijk. Dat geldt ook voor het huidige beursherstel. We kunnen uiteraard geen exacte timing geven wat het einde ervan betreft. Het kan best dat de in maart ingezette herstelbeweging het hele jaar 2010 zal aanhouden, maar we sluiten niet uit dat ze al in de loop van volgend jaar voorbij zou kunnen zijn. En dat het venijn dus in de start zou kunnen zitten.

Wat ons vandaag wel sterk zou verbazen, is dat zowel 2010 als 2011 een sterk beursjaar zou worden. We vrezen immers dat de aandelenmarkten ten laatste in de loop van 2011 hun dalende trend zullen hernemen, voor de derde keer sinds 2000. De eerste keer was de aanleiding vooral de overwaardering van de aandelenmarkten, met als belangrijkste exponent de technologiezeepbel. De tweede val was vooral gekoppeld aan een zeepbel in de vastgoedmarkten. We denken dat de derde gekoppeld zal zijn aan een zeepbel in de obligatiemarkten, die zich momenteel aftekent. We zien dan ook in de terugkeer van de inflatie de grootste bedreiging voor de financiële markten. Dat zal een berenmarkt ontketenen in de obligatiemarkten. De hogere rente kan samen met een nog te zwakke economie tot stagflatie leiden, waardoor de aandelenmarkten voor een derde keer onderuit kunnen gaan. We gaan uit van de veronderstelling dat in die context vooral het goud zal (uit)blinken. We herhalen hier dan ook nog eens onze aanbeveling uit Cash nr. 49 om een stuk van uw vermogen vandaag al voor het gele metaal te reserveren.

Dat is een weinig hoopvol scenario. Of toch niet? We zijn er wel overtuigd zijn dat we na die derde diepe val van de aandelenmarkten terug vertrokken zullen zijn voor een langetermijnstijging. Helaas zal de populariteit van aandelen dan wel zodanig zijn geslonken dat het jaren zal duren voor beleggers ze weer zullen durven kopen. Maar dat zijn zorgen voor later. Laten we eerst maar genieten en profiteren van nog een (laatste?) goed beursjaar!

Danny Reweghs

Zoals vorige week al aangehaald werd, was dit jaar een rampzalig economisch jaar, maar wel een sterk jaar voor nagenoeg alle financiële markten. Die hadden hun rampspoed in 2008 immers al gehad. Maar wat brengt 2010 en bij uitbreiding het volgende decennium ons? Laten we met volgend jaar beginnen. We namen deel aan de rondetafel over de beursvooruitzichten voor 2010 van ons zusterblad Moneytalk. Daar bevestigden we dat we nog steeds in het optimistische kamp zitten. We hebben daarvoor een viertal basisargumenten. Ten eerste hebben de beurzen volgend jaar geen sterk economisch herstel in de geïndustrialiseerde wereld nodig om te stijgen. Integendeel, een traag economisch herstel in het Westen is het best, want het garandeert de aandelenmarkten nog een langere periode van goedkoop of zelfs gratis geld. Vooral in combinatie met wel meer dan behoorlijke groeicijfers in de opkomende landen, zoals China. De lage rente bij ons verhoogt ook de aantrekkingskracht van aandelen tegenover vastrentende beleggingen. Ten tweede hebben de bedrijven op een nooit eerder geziene manier bespaard, zodat ook zij nog een tijdje geen stevig economisch herstel nodig hebben om bevredigende winstcijfers te behalen. Ten derde is de beleggingspsychologie in het algemeen nog steeds zeer angstig en weinig gunstig voor aandelen. Dat verklaart dan ook waarom er nog zoveel geld aan de zijlijn staat. Liquiditeiten brengen in nominale termen nochtans weinig tot niets op. Dat kan in de loop van 2010 een liquiditeitensneeuwbal richting de aandelenmarkten op gang brengen. Het TINA-fenomeen, met andere woorden. Ten vierde zijn aandelen nog redelijk gewaardeerd. De gemiddelde waardering ligt nog steeds onder het historische gemiddelde en een hele reeks aandelen noteert nog onder boekwaarde. Ook van daaruit zien we voorlopig weinig bedreiging voor de aandelenmarkten. We zeggen wel 'voorlopig'. Een depressie werd vermeden met een politiek van 'gratis geld' door de centrale bankiers en door het toestaan van grote overheidstekorten met de bijhorende extra schuldenopbouw door de westerse overheden. Een groot experiment, want zoiets werd nooit eerder uitgeprobeerd. Maar de kost ervan moet nog worden betaald. Voor ons is het economische herstel dan ook kunstmatig en tijdelijk. Dat geldt ook voor het huidige beursherstel. We kunnen uiteraard geen exacte timing geven wat het einde ervan betreft. Het kan best dat de in maart ingezette herstelbeweging het hele jaar 2010 zal aanhouden, maar we sluiten niet uit dat ze al in de loop van volgend jaar voorbij zou kunnen zijn. En dat het venijn dus in de start zou kunnen zitten.Wat ons vandaag wel sterk zou verbazen, is dat zowel 2010 als 2011 een sterk beursjaar zou worden. We vrezen immers dat de aandelenmarkten ten laatste in de loop van 2011 hun dalende trend zullen hernemen, voor de derde keer sinds 2000. De eerste keer was de aanleiding vooral de overwaardering van de aandelenmarkten, met als belangrijkste exponent de technologiezeepbel. De tweede val was vooral gekoppeld aan een zeepbel in de vastgoedmarkten. We denken dat de derde gekoppeld zal zijn aan een zeepbel in de obligatiemarkten, die zich momenteel aftekent. We zien dan ook in de terugkeer van de inflatie de grootste bedreiging voor de financiële markten. Dat zal een berenmarkt ontketenen in de obligatiemarkten. De hogere rente kan samen met een nog te zwakke economie tot stagflatie leiden, waardoor de aandelenmarkten voor een derde keer onderuit kunnen gaan. We gaan uit van de veronderstelling dat in die context vooral het goud zal (uit)blinken. We herhalen hier dan ook nog eens onze aanbeveling uit Cash nr. 49 om een stuk van uw vermogen vandaag al voor het gele metaal te reserveren. Dat is een weinig hoopvol scenario. Of toch niet? We zijn er wel overtuigd zijn dat we na die derde diepe val van de aandelenmarkten terug vertrokken zullen zijn voor een langetermijnstijging. Helaas zal de populariteit van aandelen dan wel zodanig zijn geslonken dat het jaren zal duren voor beleggers ze weer zullen durven kopen. Maar dat zijn zorgen voor later. Laten we eerst maar genieten en profiteren van nog een (laatste?) goed beursjaar! Danny Reweghs