De Europese Centrale Bank (ECB) publiceert op 10 juni nieuwe vooruitzichten voor de economie van de eurozone. "Als de centrale bankiers optimistischer worden, is er minder stimulering nodig", zegt Peter Vanden Houte, de hoofdeconoom van ING België. De ECB doet er nog alles aan om de bedrijven, de overheden en de gezinnen aan zo goedkoop mogelijk krediet te helpen.
...

De Europese Centrale Bank (ECB) publiceert op 10 juni nieuwe vooruitzichten voor de economie van de eurozone. "Als de centrale bankiers optimistischer worden, is er minder stimulering nodig", zegt Peter Vanden Houte, de hoofdeconoom van ING België. De ECB doet er nog alles aan om de bedrijven, de overheden en de gezinnen aan zo goedkoop mogelijk krediet te helpen. "In maart kondigde de ECB aan dat ze in 'een significant hoger tempo' obligaties zou kopen. In april herhaalde ze die woorden. Mogelijk laat voorzitter Christine Lagarde vandaag in de toelichting bij het rentebesluit het woord 'significant' vallen", meent Vanden Houte.Het gaat om de aankopen die gebeuren als onderdeel van het PEPP-programma. PEPP staat voor Pandemic Emergency Purchase Programme. Dat is in juni in het leven geroepen om de coronacrisis te bezweren, en in december uitgebreid. De ECB beloofde 1850 miljard euro te spenderen op de obligatiemarkt. De obligatie-aankopen gaan nog zeker door tot eind maart 2022. Het vervangen van de obligaties die op vervaldag komen, houdt aan tot 2023. Van 100 naar 20 miljard "Als het noodprogramma stopt, vallen de obligatie-aankopen van de ECB terug tot 20 miljard euro per maand", weet Vanden Houte. Het 'gewone' Asset Purchase Programma (APP), dat loopt sinds midden 2014, is ingevoerd als een van de niet-conventionele maatregelen van de ECB om krediet goedkoper te maken, nadat alle conventionele maatregelen, zoals renteverlagingen, uitgeput waren.Vanden Houte verwacht niet dat de ECB de obligatie-aankopen in één keer van 100 naar 20 miljard euro per maand brengt. "In het najaar zal de ECB een beter zicht hebben op de economische toestand. Ik verwacht rond november een aankondiging dat de nationale centrale banken van de eurozone wat flexibeler zullen omspringen met de obligatie-aankopen van het APP. In plaats van elke maand een vast bedrag te spenderen kunnen ze wat meer kopen, om de afloop van PEPP op te vangen en daarna gradueel afbouwen." Als de ECB meer obligaties koopt, drukt ze de rente. Bij een gelijk aanbod stuurt de extra vraag naar obligaties de obligatiekoersen hoger en de rente lager, want die beweegt altijd in omgekeerde zin. Als de ECB wat minder obligaties aankoopt, gebeurt het omgekeerde. Volgens Vanden Houte kopen de centrale banken nu al minder obligaties dan eerder dit jaar. "Op een bepaald moment kochten ze voor meer dan 150 miljard euro obligaties per maand. Nu niet meer." In de tweede jaarhelft zou ook de uitkomst van de strategische denkoefening van de ECB worden voorgesteld. "De ECB zal niet even ver gaan als de Amerikaanse centrale bank (Fed). Die laat toe dat de inflatie een tijdje boven de doelstelling blijft, nadat de prijsstijgingen een tijdlang onder dat peil zijn gebleven. De ECB is bang voor de compensatie achteraf, na een tijd met een te hoge inflatie. Geen enkele centrale bank wil in een scenario terechtkomen dat ze de economie bijna in een recessie moet duwen om de inflatiegeest weer in de fles te krijgen." Vanden Houte vermoedt dat de inflatiedoelstelling van de ECB 2 procent wordt, in plaats van 'net geen 2 procent'. Hij vraagt zich af of gepraat zal worden over een andere berekeningswijze voor de inflatie. "Nu wegen de kosten voor huisvesting nauwelijks mee in de consumptieprijsindex. Enkel de huurprijzen tellen mee. In andere landen hebben de kosten van huisvesting een groter gewicht, omdat ze bijvoorbeeld een soort fictieve huur berekenen voor de huiseigenaars." De ECB zelf kan weinig veranderen aan de berekening van de inflatie. Dat is een klus voor de statistische dienst Eurostat. De rente op woonkredieten stijgt al enkele maanden. Hoe langer de looptijd, hoe meer dat opvalt. Volgens de rentebarometer van Immotheker Finotheker bedroeg de vaste rente voor een hypothecair krediet op dertig jaar eind mei gemiddeld 2,41 procent, op voorwaarde dat mensen slechts 80 procent van de aankoopwaarde van de woning lenen. In december zat die gemiddelde rente nog onder 2 procent. Voor leningen op twintig jaar ging de rente de voorbije zes maanden 10 à 15 basispunten hoger. "We zullen almaar meer in een situatie terechtkomen waarin de hypothecaire rente stijgt, maar de rente op spaarboekjes laag blijft", zegt Vanden Houte. "Voor de klanten komt dat over alsof de bank meer wil verdienen op leningen, maar de spaarder niet meer rente gunt. Dat is niet het geval: de rentecurve wordt gewoon steeds steiler." Dat betekent dat het verschil oploopt tussen de rente die de banken op lange en op korte termijn kunnen verdienen op de financiële markten. De ECB kan vooral de kortetermijnrente sturen. De rente op lange termijn neemt al een tijdje toe, gedreven door de inflatieverwachtingen en het economische herstel. De inflatie voor de eurozone bedroeg in mei 2 procent, het hoogste cijfer sinds eind 2018. Almaar meer voorlopende indicatoren, zoals het ondernemersvertrouwen, wijzen bovendien op een stevig economisch herstel. "Als een rentestijging een gevolg is van een beter economisch klimaat en een hogere inflatie, heeft de ECB daar niet zo'n probleem mee", stelt Vanden Houte. De ECB zal wellicht niets ondernemen om de stijging van de langetermijnrente te temperen. De verstoringen in de wereldwijde productieketens veroorzaken een oplopende inflatie. De vraag naar veel producten en diensten trekt aan, maar het aanbod kan niet volgen. De ECB gaat ervan uit dat het een tijdelijk fenomeen is. Vanden Houte: "Ik denk niet dat de ECB voor 2023 iets aan de rente zal veranderen. De inflatie moet eerst een meer permanent karakter krijgen." Hoe dan ook, de spaarder kan met de rente op zijn spaarboekje de inflatie niet bijbenen. Er staat 300 miljard euro op spaarboekjes. Bij een inflatie van 2 procent zou er over een jaar 6 miljard euro aan intresten bij moeten komen, terwijl dat tegen de huidige rentevoeten veeleer 330 miljoen zal zijn. De banken beleggen het geld op spaarboekjes doorgaans voor twee of drie jaar. "Neem Belgische overheidsobligaties. Voor papier met een looptijd van twee jaar zit dit jaar nauwelijks beweging in de rente: van -0,7 naar -0,65 procent. De rente op de Belgische overheidsobligatie op vijf jaar is met minder dan 30 basispunten gestegen, van -0,7 naar -0,43 procent. Voor een looptijd van tien jaar betaalt de Belgische overheid nu 0,13 procent rente, terwijl dat begin dit jaar nog -0,41 procent was." Crelan kondigde onlangs voor het eerst sinds augustus 2018 een renteverhoging aan voor kasbons met een looptijd van minstens zes jaar. Mogelijk volgen nog renteverhogingen bij andere banken voor termijnrekeningen en kasbons die minstens vijf jaar lopen. Maar die rente is nog altijd niet om over naar huis te schrijven. "Je kunt je spaargeld beleggen", schuift Vanden Houte als oplossing naar voren. "Maar de beurzen hebben ook al hard gelopen natuurlijk."