Een courante praktijk om successierechten te besparen, bestaat erin dat ouderen de naakte eigendom van hun goederen schenken aan hun kinderen en zelf het vruchtgebruik behouden. Dit betekent dat ze recht blijven hebben op de inkomsten zolang ze leven, maar dat de eigendom al in handen van de volgende generatie is. Als de ouderen dan overlijden, moet die niet meer worden aangegeven voor de bepaling van de successierechten. Voor dokters die hun praktijk uitbaten in een vennootschap lag deze praktijk tot nog toe moeilijk. Zij konden de aandelen in hun vennootschap moeilijk overdragen naar de volgende generatie. De orde van Geneesheren eiste immers dat de aandelen in een doktersvennootschap in handen waren van een vennoot die het beroep van arts mocht uitoefenen. Dit is nu gewijzigd. De Orde aanvaardt nu dat de naakte eigendom van de aandelen in een doktersvennootschap mag worden geschonken aan een niet-arts. Voorwaarde is wel dat de dokter zelf het vruchtgebruik houdt en hij geen inspraak van niet-artsen duldt in de uitoefening van zijn beroep. De naakte eigenaar moet wel nominatief worden aangeduid in de statuten. Bij het overlijden van de arts krijgt de naakte eigenaar de aandelen in volle eigendom. Is hij zelf geen arts, dan moet hij de aandelen onmiddellijk overdragen aan een arts, ofwel het doel van de vennootschap wijzigen. Intussen betaalt hij echter geen successierechten meer op de waarde van de aandelen. (Belga)