De uitwerking van de nieuwe fiscale maatregelen van de regering-Di Rupo zal nog veel inkt doen vloeien. Zo zijn er heel wat vragen gerezen over de nieuwe tarieven van de roerende voorheffing. Di Rupo had aangekondigd dat hij de tarieven zou harmoniseren. Dat is niet gebeurd. In tegenstelling zelfs: er is een nieuw tarief van 21%, dat soms nog wordt verhoogd met 4%.

Het vermoeden dat we langzaamaan afstevenen op een vermogenskadaster, wekt veel ongerustheid. De regering zegt dat dit niet het geval is. Maar hoe kan men de oprichting van een centraal meldpunt bij de Nationale Bank van België - waar de roerende inkomsten en de Belgische en buitenlandse bankrekeningen van belastingplichtigen worden gecentraliseerd - anders interpreteren?

De eenvoudigste belastingverhoging is die van de beurstaksen. De tarieven en de grensbedragen daarvan worden in één ruk opgetrokken met 30%. Ondanks die zware verhoging is dat misschien de intelligentste belastingverhoging in het hele pakket. Doordat de tarieven verwaarloosbaar lijken, wordt de belasting niet echt gevoeld. De heffing is eenvoudig, goedkoop te innen en niet fraudegevoelig.

Beleggen - of men nu aandelen, obligaties, trackers of beveks koopt of verkoopt - kost nu eenmaal geld. Een deel van die kosten gaat naar de bank, de makelaar, de beurs en andere private marktpartijen. De overheid passeert ook langs de kassa via de beurstaks. Die belasting is een typische transactietaks. Er zijn meerdere tarieven. De regering-Di Rupo verhoogt ze allemaal lineair met 30%. De nieuwe tarieven bedragen 0,09% (vroeger 0,07%), 0,22% (vroeger 0,17%) en 0,65% (vroeger 0,50%).

Dat lijken kleine percentages, maar de basis waarop ze worden geheven, is groot. Alle aankopen en verkopen van effecten in België zijn eraan onderworpen. Het tarief van 0,09% is van toepassing op aan- en verkopen van (euro-)obligaties en distributieaandelen van beveks en bevaks. Dat van 0,22% is het algemene tarief. Het is van toepassing op de aan- en verkopen van aandelen, warrants, VVPR-strips, vastgoedcertificaten enzovoort. In beide gevallen bedraagt de maximale belasting 750 euro (vroeger 500 euro).

Voor de beveks en de bevaks wordt een onderscheid gemaakt. Van de distributiebeveks zijn enkel de aan- en verkopen van beursgenoteerde aandelen onderworpen aan de belasting van 0,09%. Voor de beursgenoteerde kapitalisatiebeveks en -bevaks bedraagt het tarief 0,65%, met een maximum van 975 euro (vroeger 750 euro). Ook de uitstap uit een niet-beursgenoteerde kapitalisatiebevek is onderworpen aan dat tarief.

Anton van Zantbeek
Advocaat Rivus

De uitwerking van de nieuwe fiscale maatregelen van de regering-Di Rupo zal nog veel inkt doen vloeien. Zo zijn er heel wat vragen gerezen over de nieuwe tarieven van de roerende voorheffing. Di Rupo had aangekondigd dat hij de tarieven zou harmoniseren. Dat is niet gebeurd. In tegenstelling zelfs: er is een nieuw tarief van 21%, dat soms nog wordt verhoogd met 4%. Het vermoeden dat we langzaamaan afstevenen op een vermogenskadaster, wekt veel ongerustheid. De regering zegt dat dit niet het geval is. Maar hoe kan men de oprichting van een centraal meldpunt bij de Nationale Bank van België - waar de roerende inkomsten en de Belgische en buitenlandse bankrekeningen van belastingplichtigen worden gecentraliseerd - anders interpreteren? De eenvoudigste belastingverhoging is die van de beurstaksen. De tarieven en de grensbedragen daarvan worden in één ruk opgetrokken met 30%. Ondanks die zware verhoging is dat misschien de intelligentste belastingverhoging in het hele pakket. Doordat de tarieven verwaarloosbaar lijken, wordt de belasting niet echt gevoeld. De heffing is eenvoudig, goedkoop te innen en niet fraudegevoelig. Beleggen - of men nu aandelen, obligaties, trackers of beveks koopt of verkoopt - kost nu eenmaal geld. Een deel van die kosten gaat naar de bank, de makelaar, de beurs en andere private marktpartijen. De overheid passeert ook langs de kassa via de beurstaks. Die belasting is een typische transactietaks. Er zijn meerdere tarieven. De regering-Di Rupo verhoogt ze allemaal lineair met 30%. De nieuwe tarieven bedragen 0,09% (vroeger 0,07%), 0,22% (vroeger 0,17%) en 0,65% (vroeger 0,50%). Dat lijken kleine percentages, maar de basis waarop ze worden geheven, is groot. Alle aankopen en verkopen van effecten in België zijn eraan onderworpen. Het tarief van 0,09% is van toepassing op aan- en verkopen van (euro-)obligaties en distributieaandelen van beveks en bevaks. Dat van 0,22% is het algemene tarief. Het is van toepassing op de aan- en verkopen van aandelen, warrants, VVPR-strips, vastgoedcertificaten enzovoort. In beide gevallen bedraagt de maximale belasting 750 euro (vroeger 500 euro). Voor de beveks en de bevaks wordt een onderscheid gemaakt. Van de distributiebeveks zijn enkel de aan- en verkopen van beursgenoteerde aandelen onderworpen aan de belasting van 0,09%. Voor de beursgenoteerde kapitalisatiebeveks en -bevaks bedraagt het tarief 0,65%, met een maximum van 975 euro (vroeger 750 euro). Ook de uitstap uit een niet-beursgenoteerde kapitalisatiebevek is onderworpen aan dat tarief. Anton van Zantbeek Advocaat Rivus