De regering volgt grotendeels, maar niet volledig het voorstel dat minister van Financiën, Vincent Van Peteghem (CD&V), enkele weken geleden op tafel had gelegd. Wat vooral opvalt, is dat de aftrekbaarheid van elektrische wagens daalt van 100 procent in 2026 tot 67,5 procent in 2031. Daarmee komt de regering voor een stuk tegemoet aan de kritiek dat het gebruik van de auto, of die nu elektrisch is of niet, niet verder mag worden aangemoedigd als we de fileproblematiek in ons land niet willen verergeren. (Lees hier meer over het plan van Van Peteghem. )
...

De regering volgt grotendeels, maar niet volledig het voorstel dat minister van Financiën, Vincent Van Peteghem (CD&V), enkele weken geleden op tafel had gelegd. Wat vooral opvalt, is dat de aftrekbaarheid van elektrische wagens daalt van 100 procent in 2026 tot 67,5 procent in 2031. Daarmee komt de regering voor een stuk tegemoet aan de kritiek dat het gebruik van de auto, of die nu elektrisch is of niet, niet verder mag worden aangemoedigd als we de fileproblematiek in ons land niet willen verergeren. (Lees hier meer over het plan van Van Peteghem. )Neen. Aan het voordeel van alle aard raakt de regering voorlopig niet. Dat voordeel bepaalt hoeveel belastingen de werknemers betalen op hun bedrijfswagen. Er is in zekere zin al een bocht richting vergroening ingezet via het voordeel van alle aard, omdat de CO2-uitstoot een factor is in de berekening van het voordeel.Wellicht zullen de werkgevers hun lijsten met bedrijfswagens waaruit de werknemers mogen kiezen, aanpassen. Voor werknemers die hun werkelijke beroepskosten bewijzen in de personenbelasting, vallen de kosten voor het woon-werkverkeer met een auto op fossiele brandstoffen allicht weg vanaf 1 januari 2026."We komen niet tussenbeide in bestaande contracten. Elke werkgever zal ook nog altijd zijn werknemers een benzine- of dieselwagen kunnen aanbieden. De vrije keuze blijft, maar vervuilende bedrijfswagens zullen niet meer kunnen rekenen op een fiscaal voordeel", zegt minister Van Peteghem in een persbericht. Wagens op fossiele brandstoffen worden met andere woorden duurder voor werkgevers en elektrische wagens zijn doorgaans nog duurder dan wagens op benzine of diesel. De verwachting is wel dat de aankoopprijzen van elektrische modellen de komende jaren nog zullen zakken.Er is wel in een ruime overgangsregeling voorzien, zodat bedrijven en leasingmaatschappijen de tijd krijgen om zich aan te passen. Voor wagens aangeschaft voor 1 juli 2023 verandert niets. Voor wagens aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 zakt de aftrekbaarheid van wagens op fossiele brandstoffen:- naar 75 procent in 2025- naar 50 procent in 2026- naar 25 procent in 2027- naar 0 procent in 2028Een beetje vreemd is dat voor de hybride bedrijfswagens de aftrekbaarheid van de diesel- en benzinekosten al meteen vanaf 1 juli 2023 gehalveerd wordt. "Op die manier worden gebruikers aangemoedigd om elektrisch te rijden met een hybride wagen", klinkt het. Vanaf 2026 kunnen werkgevers enkel nog elektrische wagens aankopen om een fiscale aftrek van 100 procent te genieten. Ook die aftrek wordt heel geleidelijk afgebouwd:- naar 95% in 2027- naar 90% in 2028- naar 82,5% in 2029- naar 75% in 2030- naar 67,5% in 2031Een alternatief voor de bedrijfswagen is het mobiliteitsbudget. Dat budget kent tot nu toe weinig succes. Om deze optie aantrekkelijker te maken, zal de regering in wat meer mogelijkheden voorzien om dat budget te spenderen. Met het mobiliteitsbudget kunnen voortaan ook een elektrische step of een ander elektrische voortbewegingstoestel bekostigd worden. De lening voor de aankoop van een (elektrische) fiets of voortbewegingstoestel kan met het budget afgelost worden. Ook de kosten om de fiets te stallen of accessoires die de veiligheid en de zichtbaarheid vergroten, mogen uit het budget betaald worden.Met het mobiliteitsbudget kunnen in de toekomst abonnementen voor het openbaar vervoer voor gezinsleden betaald worden en parkeerkosten die gepaard gaan met het gebruik van het openbaar vervoer. De werknemer kan een voetgangerspremie krijgen of de terugbetaling van huisvestingskosten, binnen een radius van 10 kilometer van het werk. Bovendien tellen kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen voortaan mee voor de huisvestingskosten.Vandaag is het mobiliteitsbudget enkel toegankelijk voor werknemers die al voldoende lang recht hebben op een bedrijfswagen. Die voorwaarde zal verdwijnen.Particulieren die thuis een slim laadstation installeren, dat enkel groene stroom gebruikt, krijgen een belastingvermindering. Investeringen tot 1500 euro per laadpaal en per belastingplichtige komen in aanmerking. De fiscale stimulans is het grootste voor de snelle beslissers en zakt na verloop van tijd.Tussen 1 september 2021 en 31 december 2022 levert een investering een belastingvermindering van 45 procent op. Wie in 2023 een laadstation laat plaatsen, kan nog maar 30 procent van de kosten via de personenbelasting terugkrijgen. Wie in 2024 investeert, moet het met een belastingvermindering van 15 procent doen.Bij particulieren moet het laadstation intelligent zijn, om het laadvermogen en de laadtijd te sturen. Bij ondernemingen moet het laadstation publiek toegankelijk zijn, ofwel tijdens de normale openingstijden ofwel buiten de normale openingstijden.Bedrijven kunnen 200 procent aftrekken van de kosten die ze maken tussen 1 september 2021 en 31 december 2022. Voor investeringen tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024 geldt een aftrek van 150 procent. Ook voor tankinfrastructuur voor waterstof of de aanschaf van een nieuwe elektrische vrachtwagen is er in een verhoogde investeringsaftrek voorzien.