Als er één plaats is in onze samenleving waar materiële drempels geen rol zouden mogen spelen, dan is het wel ons onderwijs. En toch worden veel gezinnen met een laag inkomen nog steeds gedwongen te kiezen: de hoge huishuur, de gezondheidskosten, de energiefactuur ... of dan toch de schoolfactuur. Uit onderzoek naar studiekosten in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs blijkt dat elke school in dat segment met het fenomeen van onbetaalde schoolfacturen wordt geconfronteerd. Het aantal leerlingen waarvan de ouders betalingsmoeilijkheden kennen, bedraagt volgens hetzelfde onderzoek gemiddeld ongeveer 11 procent. Bovendien leren cijfers van Kind en Gezin ons dat ruim 14 procent van de kinderen in Vlaanderen in kansarmoede leeft. Dat is absurd veel voor een rijke regio als de onze.

Om ons onderwijs voor iedereen betaalbaar te maken en zo dezelfde kansen te geven aan al onze schoolgaande kinderen is op de verschillende niveaus - van de scholen zelf tot de overheid - een actiever beleid nodig.

Armoedevaardigheid als basiscompetentie

Zo zijn leerkrachten spilfiguren in de strijd voor gelijke kansen. Armoedevaardigheid zou bij ieder huidig én toekomstig lid van het lerarenkorps een basiscompetentie moeten zijn. We pleiten er dan ook dat de overheid en de pedagogische begeleidingsdiensten het aanleren van deze vaardigheid op de agenda zetten: niet middels de vorming van individuele leerkrachten en directieleden, maar aan de hand van opleidingstrajecten voor het volledige schoolteam.

De maximumfactuur verplicht scholen op zijn minst over hun kosten na te denken.

Daarnaast moeten we meer inzetten op betaalbaar onderwijs. Het spreekt voor zich dat we van ouders verwachten dat ze de schoolrekening zo goed mogelijk betalen. Maar om beter tegemoet te komen aan de mensen voor wie dat moeilijk is, moeten we twee maatregelen nemen. Ten eerste moet het systeem van de studietoelagen nog efficiënter worden. We erkennen de inspanning van de overheid om studietoelagen automatisch toe te kennen via het Groeipakket, maar het kan nog vlotter: pas de individuele studietoelagen aan in functie van de reële kostprijs van het secundair onderwijs en volgens het gezinsinkomen en de studierichting van iedere leerling.

Een tweede maatregel is het opleggen van een bovengrens voor de kosten die scholen mogen doorrekenen aan ouders. Een maximumfactuur in het secundair onderwijs lijkt ons een goed eindpunt om naartoe te werken. We weten dat het hier niet om een tovermiddel gaat, zoals ook al blijkt uit de ervaringen van het basisonderwijs, maar het kan een grote stap zijn in de juiste richting. Het zal scholen tenminste verplichten over hun kosten na te denken. Een maximumfactuur voor de eerste graad is nu al haalbaar. In de tweede en derde graad kan men beginnen met een maximumfactuur per studierichting. Er zijn ook een aantal andere mogelijkheden om de soms buitensporige kosten te beperken, zoals het opstellen van een plafondbedrag voor de kost van uitstappen.

Het gaat dus vooral om de reflex van scholen om kostenbewust te handelen en bij de aanschaf van al hun materiaal of het organiseren van uitstappen rekening te houden met hun financieel kwetsbare leerlingen. Ervaring leert dat de kostprijs van onderwijs spontaan groeit bij gebrek aan waakzaamheid door de school zelf of controle van buitenaf, zoals bijvoorbeeld een inspectie.

We weten wat we moeten doen om onderwijs betaalbaar te maken voor iedereen, nu is het tijd voor actie.

De onderwijskoepels en netwerkverenigingen kunnen ook een rol spelen door kapstokken voor een kostenbeheersend beleid te ontwikkelen. Het katholiek onderwijs heeft dit onlangs gedaan met raamovereenkomsten waarop scholen kunnen intekenen, niet alleen om via een groepsaankoop goedkoper schoolboeken aan te schaffen, maar ook om kwetsbare gezinnen tegen agressieve invorderingspraktijken te beschermen. Tot slot zou de overheid scholen met een goed kostenbeleid ook kunnen belonen.

Commercialisering

Een ander heikel punt is de onvoorspelbaarheid van veel schoolrekeningen en de stress die dat meebrengt voor ouders met een beperkt budget. Zelf weten we ook graag wanneer de rekening voor een dienst in de bus valt en hoeveel die bedraagt. Toch wordt dit fundamentele principe niet door elke school toegepast. Scholen moeten tijdig, duidelijk en transparant met ouders communiceren over de verwachte schoolkosten en de daarop volgende schoolfactuur, de kanalen om hierover te communiceren en de procedure om de rekening te innen.

Invorderingsbedrijven horen in principe niet thuis in het onderwijs. Enkel en alleen bij bewezen onwil om te betalen is deze methode verdedigbaar. Maar systematisch een beroep doen op invorderingsbedrijven verzuurt niet enkel de relatie tussen school en ouders, maar dreigt ook de poort open te zetten voor de commercialisering van ons onderwijs.

De uitbesteding van taken aan externe partijen zoals boekenleveranciers, invorderingsbedrijven, digitaliseringsdiensten, is gevaarlijk: kwetsbare ouders worden zo overgeleverd aan bedrijven die winst moeten maken. Het is daarom belangrijk dat de school als tussenpersoon blijft optreden. En voor de gevallen waarin dat toch niet mogelijk is, moet de overheid een duidelijk kader voorzien, met afspraken over de prijs en de wijze waarop schulden worden ingevorderd.

Leerkrachten opleiden om met armoede om te gaan, kostenbewust handelen, een duidelijke en tijdige communicatie omtrent schoolfacturen en waakzaamheid voor de commercialisering van het schoolwezen: we weten wat we moeten doen om onderwijs betaalbaar te maken voor iedereen, nu is het tijd voor actie.

Als er één plaats is in onze samenleving waar materiële drempels geen rol zouden mogen spelen, dan is het wel ons onderwijs. En toch worden veel gezinnen met een laag inkomen nog steeds gedwongen te kiezen: de hoge huishuur, de gezondheidskosten, de energiefactuur ... of dan toch de schoolfactuur. Uit onderzoek naar studiekosten in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs blijkt dat elke school in dat segment met het fenomeen van onbetaalde schoolfacturen wordt geconfronteerd. Het aantal leerlingen waarvan de ouders betalingsmoeilijkheden kennen, bedraagt volgens hetzelfde onderzoek gemiddeld ongeveer 11 procent. Bovendien leren cijfers van Kind en Gezin ons dat ruim 14 procent van de kinderen in Vlaanderen in kansarmoede leeft. Dat is absurd veel voor een rijke regio als de onze.Om ons onderwijs voor iedereen betaalbaar te maken en zo dezelfde kansen te geven aan al onze schoolgaande kinderen is op de verschillende niveaus - van de scholen zelf tot de overheid - een actiever beleid nodig.Armoedevaardigheid als basiscompetentieZo zijn leerkrachten spilfiguren in de strijd voor gelijke kansen. Armoedevaardigheid zou bij ieder huidig én toekomstig lid van het lerarenkorps een basiscompetentie moeten zijn. We pleiten er dan ook dat de overheid en de pedagogische begeleidingsdiensten het aanleren van deze vaardigheid op de agenda zetten: niet middels de vorming van individuele leerkrachten en directieleden, maar aan de hand van opleidingstrajecten voor het volledige schoolteam.Daarnaast moeten we meer inzetten op betaalbaar onderwijs. Het spreekt voor zich dat we van ouders verwachten dat ze de schoolrekening zo goed mogelijk betalen. Maar om beter tegemoet te komen aan de mensen voor wie dat moeilijk is, moeten we twee maatregelen nemen. Ten eerste moet het systeem van de studietoelagen nog efficiënter worden. We erkennen de inspanning van de overheid om studietoelagen automatisch toe te kennen via het Groeipakket, maar het kan nog vlotter: pas de individuele studietoelagen aan in functie van de reële kostprijs van het secundair onderwijs en volgens het gezinsinkomen en de studierichting van iedere leerling.Een tweede maatregel is het opleggen van een bovengrens voor de kosten die scholen mogen doorrekenen aan ouders. Een maximumfactuur in het secundair onderwijs lijkt ons een goed eindpunt om naartoe te werken. We weten dat het hier niet om een tovermiddel gaat, zoals ook al blijkt uit de ervaringen van het basisonderwijs, maar het kan een grote stap zijn in de juiste richting. Het zal scholen tenminste verplichten over hun kosten na te denken. Een maximumfactuur voor de eerste graad is nu al haalbaar. In de tweede en derde graad kan men beginnen met een maximumfactuur per studierichting. Er zijn ook een aantal andere mogelijkheden om de soms buitensporige kosten te beperken, zoals het opstellen van een plafondbedrag voor de kost van uitstappen. Het gaat dus vooral om de reflex van scholen om kostenbewust te handelen en bij de aanschaf van al hun materiaal of het organiseren van uitstappen rekening te houden met hun financieel kwetsbare leerlingen. Ervaring leert dat de kostprijs van onderwijs spontaan groeit bij gebrek aan waakzaamheid door de school zelf of controle van buitenaf, zoals bijvoorbeeld een inspectie.De onderwijskoepels en netwerkverenigingen kunnen ook een rol spelen door kapstokken voor een kostenbeheersend beleid te ontwikkelen. Het katholiek onderwijs heeft dit onlangs gedaan met raamovereenkomsten waarop scholen kunnen intekenen, niet alleen om via een groepsaankoop goedkoper schoolboeken aan te schaffen, maar ook om kwetsbare gezinnen tegen agressieve invorderingspraktijken te beschermen. Tot slot zou de overheid scholen met een goed kostenbeleid ook kunnen belonen.CommercialiseringEen ander heikel punt is de onvoorspelbaarheid van veel schoolrekeningen en de stress die dat meebrengt voor ouders met een beperkt budget. Zelf weten we ook graag wanneer de rekening voor een dienst in de bus valt en hoeveel die bedraagt. Toch wordt dit fundamentele principe niet door elke school toegepast. Scholen moeten tijdig, duidelijk en transparant met ouders communiceren over de verwachte schoolkosten en de daarop volgende schoolfactuur, de kanalen om hierover te communiceren en de procedure om de rekening te innen.Invorderingsbedrijven horen in principe niet thuis in het onderwijs. Enkel en alleen bij bewezen onwil om te betalen is deze methode verdedigbaar. Maar systematisch een beroep doen op invorderingsbedrijven verzuurt niet enkel de relatie tussen school en ouders, maar dreigt ook de poort open te zetten voor de commercialisering van ons onderwijs.De uitbesteding van taken aan externe partijen zoals boekenleveranciers, invorderingsbedrijven, digitaliseringsdiensten, is gevaarlijk: kwetsbare ouders worden zo overgeleverd aan bedrijven die winst moeten maken. Het is daarom belangrijk dat de school als tussenpersoon blijft optreden. En voor de gevallen waarin dat toch niet mogelijk is, moet de overheid een duidelijk kader voorzien, met afspraken over de prijs en de wijze waarop schulden worden ingevorderd.Leerkrachten opleiden om met armoede om te gaan, kostenbewust handelen, een duidelijke en tijdige communicatie omtrent schoolfacturen en waakzaamheid voor de commercialisering van het schoolwezen: we weten wat we moeten doen om onderwijs betaalbaar te maken voor iedereen, nu is het tijd voor actie.