Op 15 jaar tijd is de gemiddelde opbrengst 4,8% en vier vijfde van die opbrengst komt van de dividenden. We hebben het niet nagerekend, maar obligaties hebben het de voorbije 15 jaar ongetwijfeld een pak beter gedaan, want die 4,8% is maar 2,2% beter dan de gemiddelde inflatie.

Dat vloekt, dat contrasteert enorm met het bekende gezegde dat 'aandelen de beste belegging zijn op lange termijn'. We zagen de voorbije maanden herhaaldelijk: particuliere beleggers die nu tien jaar op de beurs actief zijn en schoorvoetend kwamen vertellen dat ze er na een decennium beleggen in aandelen alleen maar armer van geworden zijn.

Toch klopt het dat aandelen op lange termijn de beste belegging zijn. Alle onderzoeken op ultralange termijn bewijzen het. Maar wat die onderzoeken meestal niet tonen, is dat de verschillen van periode tot periode enorm kunnen zijn. Het overgrote deel van de beleggers begon te beleggen tijdens of, vaker, aan het einde van de vorige langetermijnstierenmarkt. De stier is het beurssymbool van een stijgende markt, van een haussetrend. Die wordt gekenmerkt door een toenemend vertrouwen, wat zich vertaalt in oplopende waarderingen van aandelen. Sinds de eeuwwissel zijn we echter in een langetermijnberenmarkt aanbeland. De beer als symbool van een dalende markt, van een baissetendens met steeds maar lagere beurswaarderingen tot gevolg. Voor de tweede keer sinds 2000 klauwt de beer zeer heftig. De verschillen in returns tussen langetermijnstieren- en berenmarkten zijn gigantisch: 13,2% gemiddeld per jaar voor een stierenmarkt, tegenover amper 0,3% gemiddeld per jaar in een berenmarkt. Beide hebben een gemiddelde duur van ongeveer 15 jaar, zodat we nog niet denken dat deze langetermijnberenmarkt al afgelopen is (dat is dus eerder iets voor rond 2015). Persoonlijk zijn we er wel van overtuigd dat de beer weldra een tijd zal stoppen met klauwen.

De val is immers ongemeen heftig en schreeuwt om een (scherpe) herstelbeweging. Wie in deze (of andere) langetermijnberenmarkt geld wil verdienen, zal dus nu moeten kopen en niet wachten tot het herstel al een hele tijd bezig is. Want het grootste gedeelte van de herstelwinsten wordt in het begin gemaakt. Maar de grootste fout die we onthouden uit de stierenmarkt en die vandaag zoveel beleggers parten speelt, is de 'buy & hold'. Kopen en wegleggen degradeert de gemiddelde rendementen in een langdurige baissemarkt zoals de huidige bijna tot het nulpunt. We zullen dus ook weer tijdig moeten verkopen!

Danny Reweghs

Op 15 jaar tijd is de gemiddelde opbrengst 4,8% en vier vijfde van die opbrengst komt van de dividenden. We hebben het niet nagerekend, maar obligaties hebben het de voorbije 15 jaar ongetwijfeld een pak beter gedaan, want die 4,8% is maar 2,2% beter dan de gemiddelde inflatie.Dat vloekt, dat contrasteert enorm met het bekende gezegde dat 'aandelen de beste belegging zijn op lange termijn'. We zagen de voorbije maanden herhaaldelijk: particuliere beleggers die nu tien jaar op de beurs actief zijn en schoorvoetend kwamen vertellen dat ze er na een decennium beleggen in aandelen alleen maar armer van geworden zijn. Toch klopt het dat aandelen op lange termijn de beste belegging zijn. Alle onderzoeken op ultralange termijn bewijzen het. Maar wat die onderzoeken meestal niet tonen, is dat de verschillen van periode tot periode enorm kunnen zijn. Het overgrote deel van de beleggers begon te beleggen tijdens of, vaker, aan het einde van de vorige langetermijnstierenmarkt. De stier is het beurssymbool van een stijgende markt, van een haussetrend. Die wordt gekenmerkt door een toenemend vertrouwen, wat zich vertaalt in oplopende waarderingen van aandelen. Sinds de eeuwwissel zijn we echter in een langetermijnberenmarkt aanbeland. De beer als symbool van een dalende markt, van een baissetendens met steeds maar lagere beurswaarderingen tot gevolg. Voor de tweede keer sinds 2000 klauwt de beer zeer heftig. De verschillen in returns tussen langetermijnstieren- en berenmarkten zijn gigantisch: 13,2% gemiddeld per jaar voor een stierenmarkt, tegenover amper 0,3% gemiddeld per jaar in een berenmarkt. Beide hebben een gemiddelde duur van ongeveer 15 jaar, zodat we nog niet denken dat deze langetermijnberenmarkt al afgelopen is (dat is dus eerder iets voor rond 2015). Persoonlijk zijn we er wel van overtuigd dat de beer weldra een tijd zal stoppen met klauwen. De val is immers ongemeen heftig en schreeuwt om een (scherpe) herstelbeweging. Wie in deze (of andere) langetermijnberenmarkt geld wil verdienen, zal dus nu moeten kopen en niet wachten tot het herstel al een hele tijd bezig is. Want het grootste gedeelte van de herstelwinsten wordt in het begin gemaakt. Maar de grootste fout die we onthouden uit de stierenmarkt en die vandaag zoveel beleggers parten speelt, is de 'buy & hold'. Kopen en wegleggen degradeert de gemiddelde rendementen in een langdurige baissemarkt zoals de huidige bijna tot het nulpunt. We zullen dus ook weer tijdig moeten verkopen! Danny Reweghs