Topbeleggers die al decennialang succesvol zijn op de aandelenmarkten, kunnen beleggers helpen een strategie uit te stippelen. Opvallend is dat de beste beleggers een langetermijnhorizon hebben en aandelen in de eerste plaats aanzien voor wat ze eigenlijk zijn: een stukje van een onderneming. Hun beslissingen zijn niet gebaseerd op beursvoorspellingen of macro-economische modellen, maar enkel en alleen op de sterke en zwakke punten van een onderneming.

De leermeesters van Warren Buffett

Buffett noemt twee namen als hem wordt gevraagd naar zijn inspiratiebronnen: Benjamin Graham en Philip Fisher. Graham was een hoogleraar van Buffett op Columbia University in New York. Hij was zelf een begenadigd belegger en schreef twee basisboeken over waardebeleggen: Security Analysis (1934) en The Intelligent Investor (1949). Hij leerde Buffett twee belangrijke concepten: Mr Market en de veiligheidsmarge.

Mr Market is de manisch-depressieve zakenpartner van een belegger die elke dag een prijs bepaalt voor zijn helft van de onderneming. Soms is hij optimistisch en vraagt hij een hoge prijs, soms is hij depressief en vraagt hij een lage prijs. Het is zaak te profiteren van zijn depressieve buien. Ook de financiële markten kunnen elke dag omslaan van euforie naar paniek en omgekeerd. Laat hen nooit bepalen of u als belegger goed bezig bent of niet. Neem afstand en profiteer van de extremen om te kopen of te verkopen. Verkoop nooit in tijden van paniek, maar kijk integendeel of u aandelen kunt bijkopen. Graham raadde aan altijd een veiligheidsmarge van 25 procent in te calculeren bij de aankoop van een aandeel. Schat u de waarde van een aandeel op 100 euro, stap er dan pas in onder 75 euro.

Philip Fisher leerde beleggers ook hoe ze een onderneming binnenstebuiten kunnen keren met de Scuttlebutt-techniek. Buffett gebruikt die techniek om overnameprooien op te sporen. Scuttlebutt is een reeks vragen die de sterktes en de zwaktes van een onderneming in kaart brengen. Heeft de onderneming een sterke marktpositie? Worden er nieuwe producten gelanceerd om de omzet nog te doen stijgen? Is de winstmarge hoger dan bij concurrenten? Heeft de onderneming competitieve voordelen, zoals lage kosten en technologie? Heeft het management een langetermijnvisie? Die vragen helpen Buffett vooral bij de tweede filter: Heeft de onderneming een duurzaam competitief voordeel?

Peter Lynch: markttiming heeft geen zin

Peter Lynch is een legende onder beleggers. Van 1977 tot 1990 beheerde hij het Magellan Fund en realiseerde hij een gemiddeld jaarlijks rendement van 29 procent, voordat hij op pensioen ging op zijn 46ste. Toen hij het fonds overnam, beheerde het amper 18 miljoen dollar, bij zijn vertrek in 1990 was dat 14 miljard dollar.

Net als Buffett ging Lynch op zoek naar kwaliteitsbedrijven tegen een lage prijs. Nadenken over markttiming - aandelen proberen te kopen op dieptepunten - heeft volgens hem geen enkele zin. In de tweede helft van de jaren negentig maakte hij daar een studie over. Daaruit bleek dat een belegger die tussen 1965 en 1995 elk jaar 1000 dollar investeerde op het dieptepunt van de beurs dat jaar - de perfecte markttiming - een gemiddeld jaarlijks rendement van 11,7 procent realiseerde. Een belegger die elk jaar investeerde op het hoogtepunt van de beurs - de slechtst mogelijke timing - haalde een gemiddeld jaarlijks rendement van 10,6 procent - amper 1 procent minder.

Volgens Lynch kunnen beleggers de tijd en de energie die ze besteden aan bespiegelingen over de markttiming, het beste spenderen aan de analyse van bedrijven. Negeer dus voorspellingen over de richting van de beurzen. Zodra u een goed bedrijf hebt gevonden, koopt u het aandeel en houdt u het bij. Telkens als de markt meer dan 10 procent zakt, raadt Lynch aan de positie te verhogen - tenminste als de fundamenten van de onderneming ondertussen niet zijn gewijzigd.

De favoriete aandelen van Lynch zijn kleine, snel groeiende bedrijven die noteren tegen een redelijke prijs. Die aandelen leveren de grootste koerswinst op, maar brengen ook risico's met zich. Het is dus belangrijk de strategie van de onderneming om de winst te doen groeien te controleren. Volgens Lynch zijn er vijf manieren om meer winst te maken: de kosten verlagen, de prijzen optrekken, nieuwe markten aanboren, meer verkopen op bestaande markten en een verlieslatende tak verkopen. Hoe beter een belegger de onderneming en de sector kent, hoe beter hij de haalbaarheid van het plan kan inschatten. Heeft de onderneming geen haalbaar plan, dan wordt het aandeel geschrapt van de kooplijst.

De volgende vraag is of de onderneming redelijk gewaardeerd is. Om dat te bepalen, berekende Lynch de verhouding tussen de koers-winstratio - de verhouding tussen de koers van het aandeel en de winst per aandeel - en de som van de winstgroei en het dividendrendement. Is die verhouding hoger dan 1, dan is het aandeel te duur. Pas als de verhouding onder 0,5 zit, beschouwde hij het aandeel als koopwaardig.

Het volledige dossier over de beursgoeroes kunt u lezen in Trends nr. 13 van 28 maart.

Topbeleggers die al decennialang succesvol zijn op de aandelenmarkten, kunnen beleggers helpen een strategie uit te stippelen. Opvallend is dat de beste beleggers een langetermijnhorizon hebben en aandelen in de eerste plaats aanzien voor wat ze eigenlijk zijn: een stukje van een onderneming. Hun beslissingen zijn niet gebaseerd op beursvoorspellingen of macro-economische modellen, maar enkel en alleen op de sterke en zwakke punten van een onderneming. De leermeesters van Warren Buffett Buffett noemt twee namen als hem wordt gevraagd naar zijn inspiratiebronnen: Benjamin Graham en Philip Fisher. Graham was een hoogleraar van Buffett op Columbia University in New York. Hij was zelf een begenadigd belegger en schreef twee basisboeken over waardebeleggen: Security Analysis (1934) en The Intelligent Investor (1949). Hij leerde Buffett twee belangrijke concepten: Mr Market en de veiligheidsmarge. Mr Market is de manisch-depressieve zakenpartner van een belegger die elke dag een prijs bepaalt voor zijn helft van de onderneming. Soms is hij optimistisch en vraagt hij een hoge prijs, soms is hij depressief en vraagt hij een lage prijs. Het is zaak te profiteren van zijn depressieve buien. Ook de financiële markten kunnen elke dag omslaan van euforie naar paniek en omgekeerd. Laat hen nooit bepalen of u als belegger goed bezig bent of niet. Neem afstand en profiteer van de extremen om te kopen of te verkopen. Verkoop nooit in tijden van paniek, maar kijk integendeel of u aandelen kunt bijkopen. Graham raadde aan altijd een veiligheidsmarge van 25 procent in te calculeren bij de aankoop van een aandeel. Schat u de waarde van een aandeel op 100 euro, stap er dan pas in onder 75 euro. Philip Fisher leerde beleggers ook hoe ze een onderneming binnenstebuiten kunnen keren met de Scuttlebutt-techniek. Buffett gebruikt die techniek om overnameprooien op te sporen. Scuttlebutt is een reeks vragen die de sterktes en de zwaktes van een onderneming in kaart brengen. Heeft de onderneming een sterke marktpositie? Worden er nieuwe producten gelanceerd om de omzet nog te doen stijgen? Is de winstmarge hoger dan bij concurrenten? Heeft de onderneming competitieve voordelen, zoals lage kosten en technologie? Heeft het management een langetermijnvisie? Die vragen helpen Buffett vooral bij de tweede filter: Heeft de onderneming een duurzaam competitief voordeel? Peter Lynch: markttiming heeft geen zin Peter Lynch is een legende onder beleggers. Van 1977 tot 1990 beheerde hij het Magellan Fund en realiseerde hij een gemiddeld jaarlijks rendement van 29 procent, voordat hij op pensioen ging op zijn 46ste. Toen hij het fonds overnam, beheerde het amper 18 miljoen dollar, bij zijn vertrek in 1990 was dat 14 miljard dollar. Net als Buffett ging Lynch op zoek naar kwaliteitsbedrijven tegen een lage prijs. Nadenken over markttiming - aandelen proberen te kopen op dieptepunten - heeft volgens hem geen enkele zin. In de tweede helft van de jaren negentig maakte hij daar een studie over. Daaruit bleek dat een belegger die tussen 1965 en 1995 elk jaar 1000 dollar investeerde op het dieptepunt van de beurs dat jaar - de perfecte markttiming - een gemiddeld jaarlijks rendement van 11,7 procent realiseerde. Een belegger die elk jaar investeerde op het hoogtepunt van de beurs - de slechtst mogelijke timing - haalde een gemiddeld jaarlijks rendement van 10,6 procent - amper 1 procent minder. Volgens Lynch kunnen beleggers de tijd en de energie die ze besteden aan bespiegelingen over de markttiming, het beste spenderen aan de analyse van bedrijven. Negeer dus voorspellingen over de richting van de beurzen. Zodra u een goed bedrijf hebt gevonden, koopt u het aandeel en houdt u het bij. Telkens als de markt meer dan 10 procent zakt, raadt Lynch aan de positie te verhogen - tenminste als de fundamenten van de onderneming ondertussen niet zijn gewijzigd. De favoriete aandelen van Lynch zijn kleine, snel groeiende bedrijven die noteren tegen een redelijke prijs. Die aandelen leveren de grootste koerswinst op, maar brengen ook risico's met zich. Het is dus belangrijk de strategie van de onderneming om de winst te doen groeien te controleren. Volgens Lynch zijn er vijf manieren om meer winst te maken: de kosten verlagen, de prijzen optrekken, nieuwe markten aanboren, meer verkopen op bestaande markten en een verlieslatende tak verkopen. Hoe beter een belegger de onderneming en de sector kent, hoe beter hij de haalbaarheid van het plan kan inschatten. Heeft de onderneming geen haalbaar plan, dan wordt het aandeel geschrapt van de kooplijst. De volgende vraag is of de onderneming redelijk gewaardeerd is. Om dat te bepalen, berekende Lynch de verhouding tussen de koers-winstratio - de verhouding tussen de koers van het aandeel en de winst per aandeel - en de som van de winstgroei en het dividendrendement. Is die verhouding hoger dan 1, dan is het aandeel te duur. Pas als de verhouding onder 0,5 zit, beschouwde hij het aandeel als koopwaardig. Het volledige dossier over de beursgoeroes kunt u lezen in Trends nr. 13 van 28 maart.