De grote wereldwijde trends op de aandelenmarkten lopen meer gelijk dan vroeger. Maar de mate waarin een trend wordt gevolgd, blijft wel uitermate verschillend. We kunnen dit jaar niet spreken van beurseuforie in Europa. Al te vaak dit decennium is de opwaartse trend onderbroken door de een of andere crisissituatie, met de eurocrisis als de belangrijkste. Maar ook de brexit deed de Europese beleggers al te vaak op de verkoopknop duwen.

Dit beursjaar verloopt opnieuw teleurstellend. In 2011 noteerde de Eurostoxx50-index rond 3000 punten. Na de dip van de afgelopen weken staan we daar nauwelijks 10 procent boven. De top van de Europese beurzen dateert uit het voorjaar van 2015. De historische piek van de Eurostoxx50-index werd nog altijd in maart 2000 bereikt in de buurt van 5500 punten. We staan daar nu zo'n 40 procent onder. Al ruim drie jaar hebben we dus geen nieuwe top meer bereikt. In New York is het nieuws als er eens drie weken geen nieuwe record wordt gevestigd, en groot nieuws als dat drie maanden lang niet gebeurt.

Megasterren

Ook dit jaar hebben de Europese aandelenmarkten een grote achterstand op Wall Street opgelopen. Het verschil bedraagt ruim 10 procent. In 2000 en 2007 piekte de Standard&Poor's500 in de buurt van 1500 punten. Vandaag is die bijna verdubbeld, en geen 40 procent gezakt zoals de Eurostoxx50-index. Op het macrovlak kunnen we er natuurlijk op wijzen dat de Amerikaanse autoriteiten veel ingrijpender hebben gereageerd op de financiële crisis van tien jaar geleden met de sanering van de banksector en de verregaande versoepeling van het monetaire beleid.

Op sectorniveau bekeken kunnen we het enorme prestatieverschil (in termen van return of koersevolutie plus dividenden 195 procent voor S&P500-index, tegenover 18,5 procent voor Eurostoxx50-index sinds maart 2000) mee verklaren door te wijzen op de nieuwe, spectaculaire en veel beter onderbouwde opleving in de technologiesector. Aan het begin van dit decennium had Apple een marktwaarde van 165 miljard dollar, vandaag is dat 1020 miljard dollar. Amazon steeg van 60 naar 950 miljard, Alphabet (Google) van 200 naar 820 miljard, Facebook, dat noteert sinds 2012, van 60 naar 470 miljard, en Netflix van 3 naar 150 miljard dollar. Dat soort prestaties hebben we in de Europese indexen de voorbije jaren absoluut niet gekend. De belangrijkste indexen zijn hier nog altijd heel klassiek samengesteld, dus ook met vele bedrijven die het slachtoffer zijn van de digitale disruptie, waarin de vermelde Amerikaanse techgiganten een hoofdrol spelen.

We mikken nog op een meezuigeffect van de Europese aandelen richting 2019, op voorwaarde dat Donald Trump in de Verenigde Staten en Salvini en Di Maio in Italië het niet te bont maken. Maar we mogen niet blind zijn voor het erg mature stadium van de Amerikaanse beurshausse, waar de vaststelling dat de klim door steeds minder van de vermelde megasterren wordt gedragen een onderdeel van is.