Een werkgever kan niet verbieden dat zijn werknemer een beroep doet op educatief verlof en dus een aantal uren afwezig blijft op het bedrijf. Voor een voltijdse arbeider of bediende geldt het systeem sowieso, voor deeltijdsen kunnen er voorwaarden aan verbonden zijn. De cursussen waarvoor men inschrijft, moeten wel erkend zijn. Voorts moeten ze minstens 32 uren omvatten. Voor elk uur cursus mag men een uur afwezig blijven op het werk. Er zijn wel maxima. Die verschillen naar gelang het gaat om een algemene opleiding of een beroepsopleiding. Dat laatste is een opleiding die ervoor zorgt dat de werknemer een hogere waarde krijgt op de arbeidsmarkt. Het moet dus niet noodzakelijk gaan om een opleiding waarvan de gebruiker onmiddellijk voordeel in zijn job haalt. Een beroepsopleiding die buiten de arbeidstijd wordt gevolgd, geeft hoogstens recht op 100 uur afwezigheid op het werk. Bij een beroepsopleiding die voorbereidt op een knelpuntberoep wordt de grens opgetrokken tot 180 uur. Gaat het om een algemene opleiding, dan zakt dit naar 80 uur. Loopt de cursus tijdens de arbeidstijd, dan wordt het aantal uren toegelaten afwezigheid in geval van beroepsopleiding opgetrokken naar 120. Voor een algemene opleiding blijft ze 80. Bij een taalopleiding ligt het maximum in beide gevallen op 80. De werkgever kan het loon dat hij tijdens de afwezigheid moet doorbetalen terugvorderen van de overheid, weliswaar met een maximum. (Belga)

Een werkgever kan niet verbieden dat zijn werknemer een beroep doet op educatief verlof en dus een aantal uren afwezig blijft op het bedrijf. Voor een voltijdse arbeider of bediende geldt het systeem sowieso, voor deeltijdsen kunnen er voorwaarden aan verbonden zijn. De cursussen waarvoor men inschrijft, moeten wel erkend zijn. Voorts moeten ze minstens 32 uren omvatten. Voor elk uur cursus mag men een uur afwezig blijven op het werk. Er zijn wel maxima. Die verschillen naar gelang het gaat om een algemene opleiding of een beroepsopleiding. Dat laatste is een opleiding die ervoor zorgt dat de werknemer een hogere waarde krijgt op de arbeidsmarkt. Het moet dus niet noodzakelijk gaan om een opleiding waarvan de gebruiker onmiddellijk voordeel in zijn job haalt. Een beroepsopleiding die buiten de arbeidstijd wordt gevolgd, geeft hoogstens recht op 100 uur afwezigheid op het werk. Bij een beroepsopleiding die voorbereidt op een knelpuntberoep wordt de grens opgetrokken tot 180 uur. Gaat het om een algemene opleiding, dan zakt dit naar 80 uur. Loopt de cursus tijdens de arbeidstijd, dan wordt het aantal uren toegelaten afwezigheid in geval van beroepsopleiding opgetrokken naar 120. Voor een algemene opleiding blijft ze 80. Bij een taalopleiding ligt het maximum in beide gevallen op 80. De werkgever kan het loon dat hij tijdens de afwezigheid moet doorbetalen terugvorderen van de overheid, weliswaar met een maximum. (Belga)