'COVID-12-12 is een atypische campagne in een atypische context', zegt coördinator Gilles Van Moortel. 'De pandemie neemt van land tot land zeer wisselende proporties aan en stelt onze organisaties voor nooit eerder geziene uitdagingen op korte en lange termijn.'

In de meeste ontwikkelingslanden zijn de gekende rechtstreekse gezondheidsgevolgen momenteel volgens Van Moortel minder groot dan in België. 'Maar toch maken de humanitaire organisaties zich grote zorgen over deze landen die al kwetsbaar zijn en reeds geplaagd worden door andere crises, zoals voedselonderzekerheid, gewapende conflicten en geweld, armoede.'

De toegang tot gezondheidszorg die in vele landen in het zuiden al precair is, wordt nog verder op de proef gesteld. 'COVID-19 komt bovenop andere ziekten, zoals malaria, cholera en HIV, het gebrek aan voedsel, hygiëne en zuiver water. Er moeten extra inspanningen geleverd worden om de meest kwetsbaren te beschermen, zoals kinderen, ouderen, personen met een beperking, vrouwen en meisjes.'

'Geconfronteerd met de sanitaire crisis richten onze lidorganisaties zich op het afremmen van de pandemie via de promotie van hygiëne, de verdeling van zeep en beschermingsmateriaal, de opleiding en sensibilisering van medisch personeel, screening op ziektebeelden en psychosociale hulpverlening', zegt Van Moortel.

De tweede humanitaire uitdaging voor de lidorganisaties bestaat uit de verdeling van voedselhulp en de bescherming van kwetsbare groepen, zoals mensen met een beperking en kinderen die ook de onrechtstreekse slachtoffers zijn van de pandemie.

Het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties telt zeven leden: het Belgische Rode Kruis, Caritas International, Handicap International, Dokters van de Wereld, Oxfam Solidariteit, Plan International België en UNICEF België.

'COVID-12-12 is een atypische campagne in een atypische context', zegt coördinator Gilles Van Moortel. 'De pandemie neemt van land tot land zeer wisselende proporties aan en stelt onze organisaties voor nooit eerder geziene uitdagingen op korte en lange termijn.'In de meeste ontwikkelingslanden zijn de gekende rechtstreekse gezondheidsgevolgen momenteel volgens Van Moortel minder groot dan in België. 'Maar toch maken de humanitaire organisaties zich grote zorgen over deze landen die al kwetsbaar zijn en reeds geplaagd worden door andere crises, zoals voedselonderzekerheid, gewapende conflicten en geweld, armoede.'De toegang tot gezondheidszorg die in vele landen in het zuiden al precair is, wordt nog verder op de proef gesteld. 'COVID-19 komt bovenop andere ziekten, zoals malaria, cholera en HIV, het gebrek aan voedsel, hygiëne en zuiver water. Er moeten extra inspanningen geleverd worden om de meest kwetsbaren te beschermen, zoals kinderen, ouderen, personen met een beperking, vrouwen en meisjes.''Geconfronteerd met de sanitaire crisis richten onze lidorganisaties zich op het afremmen van de pandemie via de promotie van hygiëne, de verdeling van zeep en beschermingsmateriaal, de opleiding en sensibilisering van medisch personeel, screening op ziektebeelden en psychosociale hulpverlening', zegt Van Moortel.De tweede humanitaire uitdaging voor de lidorganisaties bestaat uit de verdeling van voedselhulp en de bescherming van kwetsbare groepen, zoals mensen met een beperking en kinderen die ook de onrechtstreekse slachtoffers zijn van de pandemie.Het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties telt zeven leden: het Belgische Rode Kruis, Caritas International, Handicap International, Dokters van de Wereld, Oxfam Solidariteit, Plan International België en UNICEF België.