De sociaal-economische gevolgen van de coronapandemie zijn tot nu toe nog al bij al beperkt gebleven dankzij onze welvaartsstaat, maar de crisis heeft de in onze samenleving bestaande ongelijkheden wel nog vergroot. Dat blijkt uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting van de aan de Universiteit Antwerpen verbonden Universitaire Stichting voor Armoedebestrijding. Er was meer oversterfte bij mensen in armoede, lockdowns wegen zwaarder omdat ze kleiner wonen, ze voelen de prijsstijgingen meer en ze hebben minder reserves om tegenslagen op te vangen.

'De middelen voor armoedebestrijding komen te weinig terecht bij wie het echt nodig heeft'

De onderzoekers benadrukken wel dat de verschillende overheden in ons land fikse inspanningen hebben geleverd om de grootste economische schok sinds de Tweede Wereldoorlog te milderen. 'Het probleem is dat dat beleid geënt is op de bestaande systemen, die er al voor de coronacrisis niet in slaagden om het armoederisico te verkleinen', zegt onderzoeker Wim Van Lancker, die vanuit KU Leuven meewerkte aan het rapport. 'Onze welvaartsstaat steunt als het ware op drie manke poten: het armoederisico is in België groter dan in de landen waarmee we ons graag vergelijken, de sociale mobiliteit is lager en de middelen voor armoedebestrijding komen te weinig terecht bij wie het echt nodig heeft.'

Kwetsbare personen waren tijdens de - nog steeds lopende - crisis oververtegenwoordigd bij de economisch zwaarst getroffenen, stelt het rapport. 'Zij hebben bijvoorbeeld vaak geen toegang tot de systemen van al dan niet tijdelijke werkloosheid', stelt Van Lancker. 'Denk maar aan interimjobs, studentenjobs, flexi-jobs, de zwarte economie of schijnzelfstandigheid.'

Het relancebeleid moet zich volgens de onderzoekers dan ook meer richten op het wegwerken van de bestaande ongelijkheden. Mogelijke maatregelen zouden onder meer kunnen zijn om gezondheidszorg betaalbaarder te maken, de digitale kloof beter te dichten en een 'covid-winstbelasting' in te voeren voor zij die net wél profiteerden van de crisis, klinkt het.

Armoederisico

Een andere conclusie van het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting is dat, ondanks alle beleidsmaatregelen voor armoedebestrijding die ons land de voorbije decennia heeft genomen, het armoederisico nagenoeg stabiel blijft in economisch goede én slechte tijden. Er is wel beweging binnen subgroepen van de bevolking: voor 65-plussers daalde het risico om in armoede te belanden, voor kinderen en mensen van actieve leeftijd steeg het.

'Ons armoedebeleid is versnipperd over vele overheidsniveaus en weinig gecoördineerd'

Dat ouderen erop vooruitgingen, komt volgens de onderzoekers door de betere pensioenen en het feit dat steeds meer vrouwen zijn gaan deelnemen aan de arbeidsmarkt en zo pensioenrechten konden opbouwen. Kinderen en de actieve bevolking lijden dan weer onder de trend richting meer eenoudergezinnen. 'Een tweeoudergezin blijkt de norm om mee te kunnen in de hedendaagse maatschappij', zegt onderzoekster Jill Coene. 'Maar ook grote gezinnen en gezinnen met een lage werkintensiteit lopen meer risico op armoede. De jobs die er door de jaren heen zijn bijgekomen, zijn vooral gegaan naar gezinnen waar al iemand werkte. Zo vergroot de kloof tussen 'werkarme' en 'werkrijke' gezinnen.' De onderzoekers noemen hun bevindingen 'teleurstellend' gezien de vele inspanningen die op overheidsniveau gebeuren. 'Maar ons armoedebeleid is versnipperd over vele overheidsniveaus en weinig gecoördineerd', stelt Coene.

Het rapport roept - niet voor het eerst - op tot een meer structurele aanpak van armoede, gericht op de lange termijn. Cruciale elementen daarin zouden dan zijn om stigmatisering van armoede (het 'eigen schuld-idee') weg te werken, mensen in armoede te laten meedenken over maatregelen, de effecten van maatregelen beter te monitoren, rechten meer automatisch toe te kennen en te zorgen voor waardige inkomens en uitkeringen.

De sociaal-economische gevolgen van de coronapandemie zijn tot nu toe nog al bij al beperkt gebleven dankzij onze welvaartsstaat, maar de crisis heeft de in onze samenleving bestaande ongelijkheden wel nog vergroot. Dat blijkt uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting van de aan de Universiteit Antwerpen verbonden Universitaire Stichting voor Armoedebestrijding. Er was meer oversterfte bij mensen in armoede, lockdowns wegen zwaarder omdat ze kleiner wonen, ze voelen de prijsstijgingen meer en ze hebben minder reserves om tegenslagen op te vangen.De onderzoekers benadrukken wel dat de verschillende overheden in ons land fikse inspanningen hebben geleverd om de grootste economische schok sinds de Tweede Wereldoorlog te milderen. 'Het probleem is dat dat beleid geënt is op de bestaande systemen, die er al voor de coronacrisis niet in slaagden om het armoederisico te verkleinen', zegt onderzoeker Wim Van Lancker, die vanuit KU Leuven meewerkte aan het rapport. 'Onze welvaartsstaat steunt als het ware op drie manke poten: het armoederisico is in België groter dan in de landen waarmee we ons graag vergelijken, de sociale mobiliteit is lager en de middelen voor armoedebestrijding komen te weinig terecht bij wie het echt nodig heeft.'Kwetsbare personen waren tijdens de - nog steeds lopende - crisis oververtegenwoordigd bij de economisch zwaarst getroffenen, stelt het rapport. 'Zij hebben bijvoorbeeld vaak geen toegang tot de systemen van al dan niet tijdelijke werkloosheid', stelt Van Lancker. 'Denk maar aan interimjobs, studentenjobs, flexi-jobs, de zwarte economie of schijnzelfstandigheid.'Het relancebeleid moet zich volgens de onderzoekers dan ook meer richten op het wegwerken van de bestaande ongelijkheden. Mogelijke maatregelen zouden onder meer kunnen zijn om gezondheidszorg betaalbaarder te maken, de digitale kloof beter te dichten en een 'covid-winstbelasting' in te voeren voor zij die net wél profiteerden van de crisis, klinkt het.Een andere conclusie van het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting is dat, ondanks alle beleidsmaatregelen voor armoedebestrijding die ons land de voorbije decennia heeft genomen, het armoederisico nagenoeg stabiel blijft in economisch goede én slechte tijden. Er is wel beweging binnen subgroepen van de bevolking: voor 65-plussers daalde het risico om in armoede te belanden, voor kinderen en mensen van actieve leeftijd steeg het.Dat ouderen erop vooruitgingen, komt volgens de onderzoekers door de betere pensioenen en het feit dat steeds meer vrouwen zijn gaan deelnemen aan de arbeidsmarkt en zo pensioenrechten konden opbouwen. Kinderen en de actieve bevolking lijden dan weer onder de trend richting meer eenoudergezinnen. 'Een tweeoudergezin blijkt de norm om mee te kunnen in de hedendaagse maatschappij', zegt onderzoekster Jill Coene. 'Maar ook grote gezinnen en gezinnen met een lage werkintensiteit lopen meer risico op armoede. De jobs die er door de jaren heen zijn bijgekomen, zijn vooral gegaan naar gezinnen waar al iemand werkte. Zo vergroot de kloof tussen 'werkarme' en 'werkrijke' gezinnen.' De onderzoekers noemen hun bevindingen 'teleurstellend' gezien de vele inspanningen die op overheidsniveau gebeuren. 'Maar ons armoedebeleid is versnipperd over vele overheidsniveaus en weinig gecoördineerd', stelt Coene.Het rapport roept - niet voor het eerst - op tot een meer structurele aanpak van armoede, gericht op de lange termijn. Cruciale elementen daarin zouden dan zijn om stigmatisering van armoede (het 'eigen schuld-idee') weg te werken, mensen in armoede te laten meedenken over maatregelen, de effecten van maatregelen beter te monitoren, rechten meer automatisch toe te kennen en te zorgen voor waardige inkomens en uitkeringen.