Alle 187 lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) hebben het verdrag over het verbod van de ergste vormen van kinderarbeid vorig jaar geratificeerd. Een historische mijlpaal. Toch waren zelfs voor de covid-19-pandemie meer dan 150 miljoen kinderen aan het werk in plaats van op de schoolbanken te zitten. En de pandemie verergert die dramatische cijfers alleen maar. De Verenigde Naties hebben 2021 uitgeroepen tot het Internationaal jaar voor de Uitbanning van Kinderarbeid. Hoe komt het dat dit in de 21ste eeuw nog nodig is?

Kinderarbeid steeds dichterbij

Niet alle taken die kinderen uitvoeren zijn meteen 'kinderarbeid'. Vanaf het moment dat kinderen werk uitvoeren dat mentaal, fysiek, sociaal of moreel gevaarlijk is voor hen, of dat het werk ervoor zorgt dat ze niet naar school kunnen gaan, spreken we van kinderarbeid. Meer dan 150 miljoen kinderen bevinden zich in die laatste categorie. En wij zijn - veel meer dan we zelf beseffen - betrokken partij. De producten die door kinderhanden worden gemaakt, belanden ook in onze winkelkar. Denk maar aan de diamant van onze verlovingsring, het katoen dat werd gebruikt om onze T-shirts te maken, de bananen die we eten, de koffie en thee die we drinken, de mineralen die nodig zijn om onze smartphones, elektrische wagens en zonnepanelen te maken, de bloemen die we op verjaardagen cadeau doen en de palmolie in onze huidverzorging of margarine. En dus ook onze chocolade.

Kinderarbeid verstopt in de keten

Kinderarbeid zit verscholen in de internationale toeleveringsketens van grote en kleine bedrijven die die producten aan ons verkopen. Uit een rapport van het Internationaal Vakverbond over de internationale toeleveringsketens van vijftig grote bedrijven, bleek dat die maar 6 procent van de mensen rechtstreeks in dienst nemen en dat 94 procent van de mensen die meewerken aan hun producten, verstopt zitten in hun ketens. Zo ontsnappen bedrijven aan het opnemen van hun verantwoordelijkheid. Nog te vaak wordt gehandeld volgens het 'wat niet weet, niet deert'-principe. Te vaak kijken bedrijven niet verder dan de directe leveranciers. Bij gebrek aan transparantie gaan de schendingen verderop in de keten gewoon door. Multinationals blijven prijzen drukken, wat leidt tot een uitbuiting waar niemand zich verantwoordelijk voor voelt.

Waardig werk voor de ouders

Menswaardig werk voor volwassenen, het respect voor de rechten van werknemers, universele sociale bescherming en gratis kwaliteitsvol onderwijs zijn de voorwaarden om kinderarbeid eindelijk de wereld uit te bannen. Structurele veranderingen zijn nodig, want zolang een familie te weinig inkomen heeft om te overleven, zullen kinderen blijven werken en niet naar school gaan. Broodnodig zijn dus leefbare lonen en waardige jobs voor de ouders, doorheen de hele internationale toeleveringsketens. Bedrijven moeten leefbare lonen betalen aan hun werknemers, ervoor zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden in de rest van de keten én menswaardige prijzen en stabiele contracten hanteren met hun leveranciers, die vaak in zeer fragiele omstandigheden het hoofd boven water houden.

Waarom de Werelddag tegen Kinderarbeid absoluut noodzakelijk is.

Enkel vrijwillig je best doen volstaat niet

Na decennia van liefdadigheidsacties en loze beloften van ondernemingen is het tijd voor bindende wetgeving die bedrijven verplicht ervoor te zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden doorheen de internationale toeleveringsketens. We noemen dat verplichte ketenzorg. Dat is nodig om kinderarbeid definitief uit te roeien. Enkel vrijwillig zorg dragen voor de keten volstaat duidelijk niet om verandering op het terrein teweeg te brengen, blijkt ook uit de cacaosector. In 2001 beloofden de bedrijven in de cacao- en chocoladesector kinderarbeid uit te bannen tegen 2006. Daarna beloofden ze in 2010 kinderarbeid met 70 procent te verminderen tegen 2020. Die afspraken staan bekend als het Harkin-Engel Protocol. De beloftes leidden echter niet tot de nodige actie. De laatste opvolgingsstudie die vorig jaar verscheen, gaf aan dat kinderarbeid in de cacaosector sinds 2001 is toegenomen. Harkin-Engel staat vandaag symbool voor het falen van beloftes van bedrijven zonder aansprakelijkheid.

Wetten nodig

Er moet dus dringend wetgeving komen die ketenzorg verplicht, zodat bedrijven in hun ketens duiken en de nodige maatregelen nemen. Ketenzorg hoort ook op de agenda van het sociaal overleg, omdat vakbonden altijd de rol hebben om de rechten van werknemers te verdedigen en versterken. Als de toeleveringsketens internationaal zijn, wordt het sociaal overleg dat ook. Vakbonden zijn op alle mogelijke niveaus al zeer actief aan de slag om zowel kinderarbeid als ketenzorg op de agenda te plaatsen, zowel lokaal, nationaal, Europees als wereldwijd. Het is doordat werknemers over grenzen heen samenwerken en met bedrijven in overleg kunnen gaan, dat het mogelijk zal zijn om eerlijke chocolade te krijgen, zonder kinderarbeid.

Hoog tijd voor verandering

Gelukkig is er verandering in zicht. De oproep van de ngo's en vakbonden én van vele bedrijven die niet meer in oneerlijke concurrentie willen zijn met bedrijven die kinderen uitbuiten, is niet in dovemansoren gevallen. De Europese Commissie werkt aan wetgeving over verplichte ketenzorg. Als de Commissie haar woord houdt, zou ze naar buiten komen met een eerste voorstel in september. Ook in België komen de zaken in een stroomversnelling. In februari overhandigden maar liefst zestig Belgische bedrijven een officiële brief aan de ministers Pierre-Yves Dermagne en Meryame Kitir waarin zij oproepen tot een Belgische wet inzake verplichte ketenzorg. In april werd een wetsvoorstel daaromtrent ingediend in ons parlement. Gelukkig nemen onze Belgische parlementsleden het voortouw, want het wetgevend proces op Europees niveau zou weleens jaren kunnen duren.

Als België zich echt wil inzetten voor een wereld waarin elk kind kan opgroeien in veiligheid en waardigheid, dan mag wetgeving over verplichte ketenzorg niet meer op zich laten wachten. Parlementsleden, hoog tijd om op die groene knop te duwen.

Dit opiniestuk werd geschreven door:

Laura Eliaerts - Beleidsmedewerker ACV-CSC International

Santiago Fischer - Beleidsmedewerker WSM

Bart Van Besien - Beleids- en projectmedewerker Oxfam België/Belgique

Koen Van Troos - Hoofd pr en advocacy Fair Trade Belgium

Alle 187 lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) hebben het verdrag over het verbod van de ergste vormen van kinderarbeid vorig jaar geratificeerd. Een historische mijlpaal. Toch waren zelfs voor de covid-19-pandemie meer dan 150 miljoen kinderen aan het werk in plaats van op de schoolbanken te zitten. En de pandemie verergert die dramatische cijfers alleen maar. De Verenigde Naties hebben 2021 uitgeroepen tot het Internationaal jaar voor de Uitbanning van Kinderarbeid. Hoe komt het dat dit in de 21ste eeuw nog nodig is?Kinderarbeid steeds dichterbijNiet alle taken die kinderen uitvoeren zijn meteen 'kinderarbeid'. Vanaf het moment dat kinderen werk uitvoeren dat mentaal, fysiek, sociaal of moreel gevaarlijk is voor hen, of dat het werk ervoor zorgt dat ze niet naar school kunnen gaan, spreken we van kinderarbeid. Meer dan 150 miljoen kinderen bevinden zich in die laatste categorie. En wij zijn - veel meer dan we zelf beseffen - betrokken partij. De producten die door kinderhanden worden gemaakt, belanden ook in onze winkelkar. Denk maar aan de diamant van onze verlovingsring, het katoen dat werd gebruikt om onze T-shirts te maken, de bananen die we eten, de koffie en thee die we drinken, de mineralen die nodig zijn om onze smartphones, elektrische wagens en zonnepanelen te maken, de bloemen die we op verjaardagen cadeau doen en de palmolie in onze huidverzorging of margarine. En dus ook onze chocolade. Kinderarbeid verstopt in de ketenKinderarbeid zit verscholen in de internationale toeleveringsketens van grote en kleine bedrijven die die producten aan ons verkopen. Uit een rapport van het Internationaal Vakverbond over de internationale toeleveringsketens van vijftig grote bedrijven, bleek dat die maar 6 procent van de mensen rechtstreeks in dienst nemen en dat 94 procent van de mensen die meewerken aan hun producten, verstopt zitten in hun ketens. Zo ontsnappen bedrijven aan het opnemen van hun verantwoordelijkheid. Nog te vaak wordt gehandeld volgens het 'wat niet weet, niet deert'-principe. Te vaak kijken bedrijven niet verder dan de directe leveranciers. Bij gebrek aan transparantie gaan de schendingen verderop in de keten gewoon door. Multinationals blijven prijzen drukken, wat leidt tot een uitbuiting waar niemand zich verantwoordelijk voor voelt.Waardig werk voor de oudersMenswaardig werk voor volwassenen, het respect voor de rechten van werknemers, universele sociale bescherming en gratis kwaliteitsvol onderwijs zijn de voorwaarden om kinderarbeid eindelijk de wereld uit te bannen. Structurele veranderingen zijn nodig, want zolang een familie te weinig inkomen heeft om te overleven, zullen kinderen blijven werken en niet naar school gaan. Broodnodig zijn dus leefbare lonen en waardige jobs voor de ouders, doorheen de hele internationale toeleveringsketens. Bedrijven moeten leefbare lonen betalen aan hun werknemers, ervoor zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden in de rest van de keten én menswaardige prijzen en stabiele contracten hanteren met hun leveranciers, die vaak in zeer fragiele omstandigheden het hoofd boven water houden.Enkel vrijwillig je best doen volstaat nietNa decennia van liefdadigheidsacties en loze beloften van ondernemingen is het tijd voor bindende wetgeving die bedrijven verplicht ervoor te zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden doorheen de internationale toeleveringsketens. We noemen dat verplichte ketenzorg. Dat is nodig om kinderarbeid definitief uit te roeien. Enkel vrijwillig zorg dragen voor de keten volstaat duidelijk niet om verandering op het terrein teweeg te brengen, blijkt ook uit de cacaosector. In 2001 beloofden de bedrijven in de cacao- en chocoladesector kinderarbeid uit te bannen tegen 2006. Daarna beloofden ze in 2010 kinderarbeid met 70 procent te verminderen tegen 2020. Die afspraken staan bekend als het Harkin-Engel Protocol. De beloftes leidden echter niet tot de nodige actie. De laatste opvolgingsstudie die vorig jaar verscheen, gaf aan dat kinderarbeid in de cacaosector sinds 2001 is toegenomen. Harkin-Engel staat vandaag symbool voor het falen van beloftes van bedrijven zonder aansprakelijkheid.Wetten nodigEr moet dus dringend wetgeving komen die ketenzorg verplicht, zodat bedrijven in hun ketens duiken en de nodige maatregelen nemen. Ketenzorg hoort ook op de agenda van het sociaal overleg, omdat vakbonden altijd de rol hebben om de rechten van werknemers te verdedigen en versterken. Als de toeleveringsketens internationaal zijn, wordt het sociaal overleg dat ook. Vakbonden zijn op alle mogelijke niveaus al zeer actief aan de slag om zowel kinderarbeid als ketenzorg op de agenda te plaatsen, zowel lokaal, nationaal, Europees als wereldwijd. Het is doordat werknemers over grenzen heen samenwerken en met bedrijven in overleg kunnen gaan, dat het mogelijk zal zijn om eerlijke chocolade te krijgen, zonder kinderarbeid.Hoog tijd voor veranderingGelukkig is er verandering in zicht. De oproep van de ngo's en vakbonden én van vele bedrijven die niet meer in oneerlijke concurrentie willen zijn met bedrijven die kinderen uitbuiten, is niet in dovemansoren gevallen. De Europese Commissie werkt aan wetgeving over verplichte ketenzorg. Als de Commissie haar woord houdt, zou ze naar buiten komen met een eerste voorstel in september. Ook in België komen de zaken in een stroomversnelling. In februari overhandigden maar liefst zestig Belgische bedrijven een officiële brief aan de ministers Pierre-Yves Dermagne en Meryame Kitir waarin zij oproepen tot een Belgische wet inzake verplichte ketenzorg. In april werd een wetsvoorstel daaromtrent ingediend in ons parlement. Gelukkig nemen onze Belgische parlementsleden het voortouw, want het wetgevend proces op Europees niveau zou weleens jaren kunnen duren. Als België zich echt wil inzetten voor een wereld waarin elk kind kan opgroeien in veiligheid en waardigheid, dan mag wetgeving over verplichte ketenzorg niet meer op zich laten wachten. Parlementsleden, hoog tijd om op die groene knop te duwen.