Gaan millennials anders met geld om dan babyboomers? We laten hen graag zelf aan het woord. Rosalie Heens is projectmedewerker bij Repair & Share.
...

Vorige week moest ik afscheid nemen van mijn waterkoker. Na elf jaar trouwe dienst waren er barstjes in het plastic gekomen en druppelde er water uit. Slijtage die helaas niet te repareren viel. Dus ging ik op zoek naar een ander exemplaar.Als ik iets koop, ga ik liefst voor het meest duurzame product. In mijn zoektocht merkte ik al snel dat de waterkokerfabrikanten dat niet meteen als het belangrijkste verkoopargument zien. Waterkokers moeten blijkbaar vooral handig en klein, groot en toch supersnel, mooi en strak, basic en goedkoop, ofwel draadloos en veilig zijn.Mijn strategie is dan op zoek te gaan naar de modellen met de beste energiescore. Maar tot mijn verbazing vind ik voor geen enkele waterkoker een energielabel. Blijkbaar zijn waterkokers een van de weinige producten waarvoor zo'n label niet verplicht is. Wil je weten welke waterkoker zuinig is, dan moet je dat zelf uitzoeken. Half teleurgesteld en half geamuseerd ontdek ik dat er zelfs websites bestaan die je daarbij helpen, zoals waterkokeradvies.nl. Net wanneer ik door de tips wil gaan, valt mijn oog op een waterkoker die de fabrikant aanprijst met de slogan: ' Designed to last'. Dat argument spreekt me wel aan. In de eerste plaats omdat spullen die lang meegaan, beter zijn voor het milieu en het klimaat. 80 procent van de milieu- en klimaatimpact van onze spullen is te wijten aan de productie en de recyclage. Hoe minder nieuwe spullen je nodig hebt, hoe beter dus voor het klimaat. En in de tweede plaats omdat ik shoppen een vervelende klus vind. Benieuwd bekijk ik de waterkoker wat beter. Hij is niet eens van het een of andere ecologische nichemerk, maar van een bekende, grote fabrikant. Ik weet best dat die slogan er in de eerste plaats op staat om mij te verleiden. Toch vind ik het hoopgevend dat ook grote fabrikanten eindelijk erkennen dat er consumenten zijn die kwaliteit en duurzaamheid belangrijker vinden dan flikkerende lichtjes, een extra display of een onverantwoord lage prijs. De povere resultaten van mijn zoektocht indachtig, kan het zelfs een unique selling point zijn.Uitpakken met duurzame producten is nochtans niets nieuws. Denk maar aan het bekende jeansmerk dat in zijn logo toont dat zijn broeken zo stevig zijn dat twee paarden ze niet uiteen kunnen trekken. De paarden in het logo vertellen ook dat reclame altijd met een korrel zout te nemen valt. Ze stelt dingen vaak beter voor dan ze in werkelijkheid zijn. Ook vandaag maken bedrijven zich wel eens schuldig aan greenwashing. Hoe zou dat met mijn waterkoker zijn? Anders dan verschillende andere merken blijkt deze waterkoker niet van plastic, maar van inox. Daar zullen niet zo gauw barstjes in komen. De kans lijkt dus groot dat dit exemplaar het langer zal uitzingen dan mijn vorige, en dat het in dat opzicht dus duurzamer is. Dat is toch al iets. Helaas zijn duurzaamheidsclaims moeilijk te controleren. In Frankrijk ontwikkelt de overheid daarom een betrouwbare duurzaamheidsscore. Zo kan de consument makkelijker producten op hun duurzaamheid vergelijken. Als voorbereidende stap naar de duurzaamheidsscore voerde Frankrijk vorig jaar al een herstelbaarheidsscore of indice de réparabilité in. Daarmee zien consumenten in één oogopslag hoe makkelijk een product te repareren is en hoeveel jaar de fabrikant reserveonderdelen blijft aanbieden. De score wordt berekend op basis van verschillende criteria, zoals het aantal stappen dat je nodig hebt om het product open te maken, de beschikbaarheid van herstelhandleidingen en de prijs en de levertermijn van reserveonderdelen. Voor de toekomstige duurzaamheidsscore zal naast de herstelbaarheid van producten ook hun levensduur in rekening worden gebracht, en de mate waarin ze geüpdatet of geüpgraded kunnen worden. Op aandringen van consumenten- en milieuorganisaties zoals Repair & Share wil de minister van Klimaat, Leefmilieu, Duurzame Ontwikkeling en Green Deal, Zakia Khattabi (Ecolo), vanaf 2024 ook in België zo'n herstelbaarheidsscore invoeren, en later een duurzaamheidsscore. Ik kijk ernaar uit. Klimaat- en kwaliteitsbewust kopen zal zo een stuk makkelijker gaan. Je krijgt eindelijk betrouwbare informatie in plaats van reclame. Maar er is meer. Uit de Franse ervaringen blijkt dat de herstelbaarheidsscore ook het gedrag van fabrikanten beïnvloedt. Sommige merken bieden in Frankrijk nu bijvoorbeeld meer reserveonderdelen en herstelhandleidingen aan, om hun score op te krikken. Met de Europese Ecodesign Richtlijn, die sinds 1 maart 2021 van kracht is, hebben we belangrijke stappen gezet, maar we zijn er nog niet. De richtlijn heeft enkele tekortkomingen. Zo moeten producenten een groot deel van de wisselstukken enkel aan professionele herstellers aanbieden. Consumenten en ook Repair Café-herstellers vallen dan uit de boot. Een voorbeeld: is de afdichting van je koelkast kapot, dat zul je een nieuwe afdichting kunnen bestellen, om de herstelling zelf te doen. Is het lampje of de thermostaat kapot, dan is de fabrikant niet verplicht je dat reserveonderdeel te leveren, want je bent geen professionele reparateur. Ook hoeven niet alle onderdelen apart verkocht te worden. Producenten mogen ervoor kiezen reservestukken als kit te verkopen. Bijvoorbeeld: is de kogellager van de wastrommel van je wasmachine kapot, dan ben je misschien verplicht een volledige wastrommel plus kogellager te kopen. Daardoor gaan je factuur en de ecologische kosten van je reparatie flink de hoogte in. Daarom voeren milieu- en repairorganisaties campagne voor het 'recht op repareren'. Zij willen dat ook consumenten en vrijwillige herstellers toegang krijgen tot zo veel mogelijk reserveonderdelen en herstelinformatie. Bij een kopje dampende thee uit mijn nieuwe waterkoker bedenk ik dat het toch wel verrassend is dat zo'n eenvoudige maatregel als de herstelbaarheidsscore de race to the bottom, waar concurrentie vaak in ontaardt, kan helpen te keren. Laten we gaan voor een gestage maar zekere climb to the top.