De hoge energieprijzen bezorgen velen al sinds eind vorig jaar hoofdbrekens. De oorlog in Oekraïne deed daar nog een schep bovenop, en duwde ook de voedselprijzen fors hoger. Cijfers van Statbel tonen aan dat de gemiddelde Belg het jongste decennium respectievelijk ongeveer 5 en 15 procent uitgeeft aan energie en voeding (zie tabel).
...

De hoge energieprijzen bezorgen velen al sinds eind vorig jaar hoofdbrekens. De oorlog in Oekraïne deed daar nog een schep bovenop, en duwde ook de voedselprijzen fors hoger. Cijfers van Statbel tonen aan dat de gemiddelde Belg het jongste decennium respectievelijk ongeveer 5 en 15 procent uitgeeft aan energie en voeding (zie tabel). Ongeveer een vijfde van ons inkomen is dus rechtstreeks onderhevig aan de drijvende krachten achter de huidige inflatie. Dat aandeel is hoe dan ook aanzienlijk. Bovendien gaan achter die gemiddelden grote verschillen schuil. Er komen uit de lage middenklasse heel wat signalen van mensen die moeilijk nog de eindjes aan elkaar kunnen knopen en voor wie armoede dreigt. Maar ook heel wat mensen die wel nog comfortabel rondkomen, passen hun consumptie aan. In een enquête van Ipsos eind maart gaf de helft van de deelnemers al aan te besparen op verwarming. Vier op de tien probeerden minder uit te geven aan voeding en kleding. Ook op café- of restaurantbezoek (38%), vrijetijdsbesteding (34%) zoals bioscoop- en pretparkbezoeken, en reizen (31%) wordt beknibbeld. Tijdelijk de broekriem aanhalen is één ding, maar zal deze situatie ook structurele gevolgen hebben voor ons consumptiepatroon? Frederic Vermeulen, professor economie aan de KU Leuven, nuanceert: "Zelfs als de prijzen op middellange termijn hoog blijven, hoeven we niet meteen grote veranderingen te verwachten. Voeding en energie zijn basisbehoeften, en die hebben een lage prijselasticiteit. Dat betekent dat prijsstijgingen niet meteen tot een grote afname van de vraag leiden. Op de korte termijn is het dus waarschijnlijker dat het budgetaandeel voor die goederen zal stijgen, doordat mensen vooral beknibbelen op luxeproducten." Malaika Brengman, professor consumentengedrag aan de VUB, bevestigt dat, maar benadrukt dat consumenten zich ook laten leiden door hun emoties. "In moeilijke tijden consumeren mensen ook om zich beter te voelen. Dat is het zogenoemde lipstickeffect. Na de aanslagen van 9/11 werd plots opmerkelijk veel lippenstift verkocht. Ook andere kleine pleziertjes zaten toen in de lift. Ook nu had een grote groep consumenten uitgekeken naar het einde van de pandemie, om zichzelf wat meer in de watten te leggen. Dat noemen we ook wel revenge spending. Mensen bij wie de nood nog niet meteen het hoogst is, zullen hun geplande reizen of luxeaankopen niet onmiddellijk schrappen." Maar wat als de inflatie aanhoudt? "Eigenlijk geldt dan dezelfde redenering, tenminste voor het aandeel van de uitgavenposten in het volledige budget", aldus Vermeulen. "Maar binnen de categorieën wordt de kans op veranderingen wel groter. De consumenten zullen zoeken naar zonnepanelen of alternatieven die minder energie verbruiken. En ook aan de productiezijde kan een shift plaatsvinden. Rusland en Oekraïne zijn de graanschuren van de wereld. Als de toevoer uit die landen hapert, kan het bijvoorbeeld opnieuw goedkoper worden lokaal graan te verbouwen. Maar er kunnen ook kansen ontstaan voor volledig nieuwe producten. Zo heeft de oliecrisis van de jaren zeventig tot veel zuiniger automodellen geleid." Brengman sluit zich daarbij aan. "Bewuster consumeren was al een trend, denk maar aan de tweedehandskledij of lokale landbouw. Dikwijls hebben zulke trends ook een niet-financiële dimensie, zoals de groeiende bezorgdheid om het klimaat of de arbeidsomstandigheden waarin producten worden gemaakt. Maar een aanhoudende inflatie kan een versterkend effect hebben." Kunnen we al inschatten of de prijzen zo hoog zullen blijven? Die van energie wel, stelt Johan Albrecht (UGent): "Het gaat niet zomaar om een kortstondige schok. Niet de invasie in Oekraïne deed de prijzen stijgen, maar een samenloop van omstandigheden die voor een groot deel haar wortels heeft in de pandemie en die ook niet meteen zal verdwijnen." De gasprijzen zijn tien jaar stabiel tot zelfs licht dalend geweest, legt Albrecht uit: "Na de oliecrisis van de jaren zeventig paste gas mooi in de diversificatiestrategieën en het was milieuvriendelijker dan steenkool. De toenemende aandacht voor het klimaat maakte de sector aantrekkelijk voor energieproducenten en leveranciers. Bovendien zijn gascentrales ook veel flexibeler dan kerncentrales of, opnieuw, steenkoolproductie. Gas kan dus complementair ingezet worden naast hernieuwbare-energietechnologieën die meer afhankelijk zijn van het weer. Een toestroom aan producenten en leveranciers verhoogde het aanbod en deed de prijs dalen."Maar de coronacrisis gooide roet in het eten. "2020 was rampzalig voor de sector. Projecten en investeringen werden geschrapt. Maar de economische stilstand was veel korter dan verwacht werd, en toen de wereldwijde vraag naar energie opnieuw toenam, kon het aanbod niet volgen. Daarbovenop kwamen enkele extreme weerfenomenen in Amerika en Azië. Dat de prijzen nu vier keer zo hoog liggen als een jaar geleden, komt dus voort uit een combinatie van de Russische invasie en enkele structurele factoren." Nu Europa bovendien onafhankelijk wil worden van Russisch gas, wordt betaalbare energie een almaar grotere uitdaging, stelt Albrecht: "Zelfs als deze situatie het startschot vormt van de definitieve heroriëntatie naar een lager verbruik of andere soorten van energie, dan nog zullen we de vruchten daarvan pas over enkele jaren plukken. Voor wie nu in een slecht geïsoleerde woning woont of om andere redenen moeite heeft het hoofd boven water te houden, biedt dat niet meteen een oplossing." De vergelijking met de oliecrisis en een mogelijke nieuwe start gaat ook niet helemaal op, vreest Albrecht. "Toen was er bij wijze van spreken één dominant probleem: de vrees voor een structureel lagere olieproductie in het Midden-Oosten. Nu vallen de hoge energieprijzen samen met andere economische problemen, zoals stroef lopende toevoerketens, een gebrek aan investeringen in 2019 en 2020, en algemene grondstoffentekorten. Als de consumenten bovendien echt structureel besparen op niet-noodzakelijke uitgaven, zouden pakweg de horeca en de toeristische sector opnieuw in de problemen kunnen komen. Het is mogelijk van deze crisis een opportuniteit te maken, maar we moeten opletten dat het op de korte termijn niet pijnlijk wordt."